Fokker bouwt 'wandelende' robotarm voor Russische Mir-2

Het toekomstige Russische ruimtestation Mir-2 zal worden uitgerust met een robotarm van Fokker Space & Systems. Het instrument zal een belangrijk hulpmiddel worden voor de astronauten bij de in 1997 beginnende constructie van het nieuwe Russische ruimtestation in zijn baan om de aarde.

De robotarm, ontwikkeld in opdracht van ESA, kan worden toegepast voor werkzaamheden in de ruimte die voorheen door de ruimtevaarders zelf werden uitgevoerd. Die kunnen echter vanwege de beperkte voorraad zuurstof die ze kunnen meenemen, hoogstens een uur of zes achtereen in de ruimte verblijven. Bovendien zijn ruimtewandelingen niet zonder risico's.

Het instrument werd oorspronkelijk ontwikkeld voor het Europese Columbus/Hermes-project, maar dat werd vorig jaar in de ijskast gezet.

Op het ogenblik maken de Russen voor hun bemande ruimtevaart nog gebruik van het al in 1986 gelanceerde ruimtestation Mir-1. Dat begint zo langzamerhand echter ouderdomsverschijnselen te vertonen.

De nieuwe Mir-2 is het belangrijkste Russische ruimtevaartproject voor de toekomst. Aan het Mir-2 programma zullen misschien ook de VS meedoen. President Bill Clinton heeft deze maand laten doorschemeren dat hij veel voelt voor samenwerking met de Russen, vooral bij de ontwikkeling van een gezamenlijk ruimtestation.

Als de Mir-2 eenmaal operationeel is, dan kan de door Fokker te bouwen robotarm ook worden gebruikt voor onderhoudswerk en inspectie van het complex. Het instrument is bijzonder geschikt voor toepassing op het nieuwe platform omdat het is ontworpen voor een langdurig verblijf in de ruimte. Bovendien is het - anders dan de mechanische Canadair-grijparm van de Amerikaanse Space Shuttle en de Russische Ljappa die op de Mir-1 dienst doet - in staat zichzelf te verplaatsen, waardoor het systeem over het hele ruimtestation kan opereren.

Fokker gaat de komende weken met NPO Energia, een van de belangrijkste ruimtevaartbedrijven in Rusland, bepalen welke taken de robotarm precies zal krijgen.