FAISAL AL-HUSSEINI; Pragmatische onderhandelaar

TEL AVIV, 29 APRIL. Met de Palestijnse vrijheidsdroom als drijfveer heeft de in Bagdad geboren Faisal al-Husseini op 52-jarige leeftijd het leiderschap van de Palestijnse delegatie naar het vredesoverleg met Israel op zich genomen. Voor deze wat stroeve Palestijn is dat de afsluiting van de strijd van het Husseini-geslacht tegen de terugkeer van de joden naar Erets-Israel, het land van Israel.

Vanaf de jaren dertig hebben de Husseini's het spits afgebeten in de strijd tegen de zionistische onderneming in Palestina. Zij speelden een hoofdrol in de in 1931 begonnen Palestijnse onlusten in Palestina tegen de joodse immigratie. In het joodse collectieve geheugen roept de naam Husseini herinneringen op aan Faisals verre oom (neef van zijn grootvader), de mufti van Jeruzalem Haj Amin al-Husseini die in de Tweede wereldoorlog de kant van Adolf Hitler koos en door Berlijn was voorbestemd om een rol te spelen bij de uitroeiing van de joden in Palestina.

Toen premier Yitzhak Rabin als Palmach-officier 45 jaar geleden bij Jeruzalem streed kwam Faisals vader Abdel Qader al-Husseini tijdens de beroemde slag om de Kastel, een strategische positie nabij Jeruzalem, om het leven. De dood van deze door de Israeliërs gevreesde commandant van Palestijnse strijdgroepen was een van de belissende momenten in Israels onafhankelijkheidsoorlog. De Palestijnen verloren hun leider, de Israeliërs veroverden Jeruzalem.

De dood van zijn vader heeft op de jonge Faisal, die toen in Kairo woonde en daar reeds Yasser Arafat ontmoette, een diepe indruk gemaakt. Misschien is dat de belangrijkste reden waarom hij al jaren, ook in het Hebreeuws, pleit voor een pragmatische oplossing van het Palestijns-Israelische conflict.

Het is opvallend dat ook in Israel kinderen van oorlogshelden voor verzoening pleiten en voor erkenning van de Palestijnse rechten. Het parlementslid Yael Dayan bij voorbeeld, de flamboyante dochter van Moshe Dayan.

Na activiteit in de Palestijnse studentenbeweging in Kairo werkte Husseini voor het PLO-kantoor in Oost-Jeruzalem. In 1966 volgde hij een officierscursus van het Palestijnse bevrijdingsleger in Syrië. Na de zesdaagse oorlog in 1967 keerde hij naar de toen door Israel bezette gebieden terug om zoals hij zei “ons land met het wapen in de hand te verdedigen”. Zijn leiderschapsrol ontleent hij niet alleen aan zijn afkomst maar ook aan het feit dat hij sedert 1967 wegens verzet tegen de bezetting 31 maanden in de Israelische gevangenis heeft doorgebracht.

Een van de redenen van het uittreden van de Arbeidspartij uit de regering van nationale eenheid onder Likud-premier Yitzhak Shamir was diens weigering Husseini wegens diens Oostjeruzalemse adres in de Palestijnse delegatie naar het vredesoverleg op te nemen. Shamir wilde daar niets van weten omdat dit zijns inziens onvermijdelijk zou leiden tot het plaatsen van de kwestie Jeruzalem op de agenda van het vredesoverleg.

Rabin denkt daar anders over. Husseini heeft de afgelopen maanden in het grootste geheim niet alleen met minister van buitenlandse zaken Shimon Peres onderhandeld maar is zelfs volgens sterke geruchten in Jeruzalem enkele malen door Rabin zelf ontvangen. Er is goede reden om te veronderstellen dat er tijdens deze gesprekken ook gesproken is over de mogelijkheid hem aan het hoofd te plaatsen van de te vormen Palestijnse politie, zelfs vóór het opzetten van de Palestijnse bestuursautonomie.

De Israeliërs weten heel precies dat ze te doen hebben met een Palestijnse persoonlijkheid die het vertrouwen van Arafat geniet en in de meeste gevallen ook precies de instructies uit het PLO-hoofdkwartier in Tunis nakomt. Vanuit dat perspectief is Faisal al-Husseini een trait d'union tussen Israel en de PLO. De rugdekking van Yasser Arafat maakt Husseini tot de "sterke man' in de Palestijnse delegatie.

Wegens zijn pragmatische benadering van het geschil met Israel, wegens zijn aanvaarding van de autonomie-gedachte als tijdelijke oplossing voor overleg over de uiteindelijke status van de bezette gebieden heeft hij gevaarlijke vijanden in het Palestijnse afwijzingsfront. Voor Arafat en Rabin is Husseini een onontbeerlijke figuur in het vredesoverleg. Daarom wordt hij in het Orient House in Oost-Jeruzalem, het onderkomen van de voorlopige Palestijnse regering, door gewapende Palestijnse lijfwachten bewaakt.