Eritrea stelt geen prijs op fundamentalisme uit het Midden-Oosten

De betrekkingen van de kersverse staat Eritrea met Saoedi-Arabië en Soedan zijn ijzig. De Eritrese machthebbers, wier land voor de helft uit moslims bestaat, willen verschoond blijven van het fundamentalisme in de regio.

ASMARA, 29 APRIL. De hoge Eritrese ambtenaar neemt de telefoon op. “Oh, Saoedi-Arabië zendt een schip met voedselhulp voor de slachtoffers van de orkaan in Masawa”, zegt hij na het telefoontje uit Riad schamper. “Kennelijk willen zij de relaties weer verbeteren met ons. Maar de Saoediërs zijn niet te vertrouwen”.

De hoge ambtenaar in de interim-regering van Eritrea neemt geen blad voor de mond, hoewel hij toch liever zijn naam niet in de krant ziet verschijnen. President Issayas Aferworki sprak eerder dit jaar van “een vijandige Saoedische politiek jegens Eritrea. Saoedi-Arabië probeert chaos in Eritrea en de Hoorn van Afrika te zaaien en gebruikt als wapen het fundamentalisme”.

Het binnenkort officieel onafhankelijke Eritrea ziet zich geconfronteerd met een vijandige overbuur aan de andere kant van de Rode Zee. De grootste vrees voor de toekomst onder de Eritrese machthebbers is de verspreiding van het islamitisch fundamentalisme. “Jihad (Heilige Oorlog)-groepen hebben geprobeerd hun versie van de islam in ons land te verspreiden”, zei Issayas eerder deze week in een vraaggesprek. “Deze jihad-beweging wordt gesteund door elementen in Saoedi-Arabië.”

Riad, dat het gebied rond de Rode Zee als zijn invloedssfeer beschouwt, raakte gerriteerd door Issayas' beschuldigingen en sloot eerder dit jaar kantoren van de Eritrese machthebbers in Saoedi-Arabië en confisqueerde Eritrese bezittingen. Toen Issayas onlangs wegens een levensgevaarlijke malaria in coma in allerhaast naar Israel was vervoerd voor behandeling, werden de Saoediërs nog woedender.

Ongeveer de helft van de Eritreeërs is islamiet. Tijdens de bevrijdingsstrijd slaagde het Eritrese Volksbevrijdingsfront (EPLF) er goeddeels in om spanningen tussen christenen, islamieten en volgelingen van traditionele religies te neutraliseren. “Christenen en moslims leven zonder problemen samen in Eritrea”, betoogt de mufti van Eritrea, sjeik Alamin. “In ons land bestaat geen fundamentalisme. Eritrea moet een seculiere staat blijven, religie is een persoonlijke zaak”.

De strijd heeft de diverse Eritreeërs verbonden. Maar die eenheid is vrij recent. In de jaren '70 raakte het EPLF slaags met het Eritrese Bevrijdingsfront (ELF), waarin islamieten domineren. Saoedi-Arabië steunde het ELF en confisqueerde bij voorbeeld in het begin van de jaren tachtig op de Rode Zee wapens bestemd voor het EPLF. Het ELF verloor de oorlog met het EPLF, maar bestaat nog als ongewapende beweging in de Eritrese vluchtelingenkampen in Oost-Soedan. De vluchtelingen weigeren de EPLF-regering in Asmara te erkennen. Van deze oppositie zou Saoedi-Arabië gebruik kunnen maken.

Over mogelijke destabiliserende invloed door de moslim-fundamentalistische regering in het buurland Soedan zeggen de Eritreeërs zich minder zorgen te maken. “Soedan is te zwak om ons land te destabiliseren”, zegt de anonieme hoge ambtenaar. “Hassan al Turabi (de fundamentalistische ideoloog van Soedan en de machthebber achter de troon in dat land) beschikt niet over de mankracht en de financiën om zijn invloed naar Eritrea uit te breiden”.

Westerse diplomaten in Addis Abeba zeggen beter te weten. Eritrese leiders zouden zich wel degelijk grote zorgen maken over de drang van de Soedanezen om hun geloof in de regio uit te dragen. Wegens de historische banden - het EPLF mocht tijdens de oorlog vanaf Soedanees grondgebied opereren - zouden de Eritrese leiders zich echter minder uitgesproken opstellen tegen Soedan dan tegen Saoedi-Arabië. De diplomaten zeggen te hopen dat Eritrea een bolwerk tegen het fundamentalisme in de regio zal zijn.

De gevallen Ethiopische president Mengistu noemde de Eritrese rebellen doorgaans "Arab petrol dollar bandits'. Hij beschuldigde de Arabische wereld ervan de afscheiding van Eritrea aan te wakkeren om zo het "christelijke Ethiopië' op te breken. Behendig speelde hij zo in op de eeuwenoude angst onder de Ethiopiërs voor de Arabische overburen. Israel op zijn beurt stelde zich achter Mengistu op en leverde hem wapens, waaronder chemische bommen. Israel werd dus de aartsvijand van het EPLF.

Het einde van de Koude Oorlog en de machtswisselingen in de Hoorn van Afrika hebben aan al deze strategische allianties een einde gemaakt. De kaarten blijken opnieuw geschud. Israel ging als een van de allereerste staten diplomatieke relaties aan met Eritrea. “De relaties met Israel zijn uitstekend”, zegt Issayas. “Wij verbinden het verleden niet met onze huidige buitenlandse politiek”. Intussen kijken de Eritreeërs nu juist wel met argusogen naar de Arabische wereld, van waaruit vroeger morele en financiële steun kwam voor hun strijd.

Zo mogelijk nog opmerkelijker zijn de goede relaties die nu bestaan tussen Eritrea en Ethiopië, die vooral het gevolg zijn van de vriendschap tussen Issayas en de Ethiopische president Meles Zenawi. Issayas spreekt over “wederzijdse veiligheidsaangelegenheden” met Ethiopië. Met Eritrea's onafhankelijkheid raakte Ethiopië van de zee afgesloten. Ethiopië mag zonder invoerrechten te betalen gebruik maken van de havens in Asab en Masawa.

Meles hoopt dat op de lange termijn de gemeenschappelijke belangen van Eritrea en Ethiopië tot hereniging van beide staten zullen leiden. Issayas gelooft niet dat Eritrea zijn onafhankelijkheid uiteindelijk weer zal opgeven, maar nauw samenwerken wil hij wel met Ethiopië. “Wij werken hard aan economische coöperatie met Ethiopië”, zegt hij, “en misschien zal daarna een economische integratie volgen”.