De toekomst van de peseta hangt aan een zijden draadje

MADRID, 29 APRIL. De peseta devalueert. De vraag is alleen wanneer en op welke manier dat gaat gebeuren. Vóór de verkiezingen van 6 juni of daarna, wanneer er - zoals premier Gonzalez onlangs iets te openhartig onthulde - vermoedelijk een weinig stabiele coalitie- of minderheidsregering wordt gevormd. Door middel van een snelle en soepele herschikking binnen het Europees Monetair Stelsel (EMS) of na een uitputtende oorlog tegen de internationale markten, die de Bank van Spanje eerst een groot deel van haar reserves kost en uiteindelijk toch op de knieën dwingt.

Eind vorige week leek het die laatste kant op te gaan. Terwijl elders in Europa centrale banken opgelucht adem haalden toen ze in het spoor van de Bundesbank de rente konden verlagen, moest de Bank van Spanje het tarief hoog houden en uiteindelijk zelfs verhogen om speculatie tegen de peseta te voorkomen. Vrijdag werd de druk op de munt zo groot dat Madrid de hulp van zes EMS-partners nodig had om met steunaankopen een koersval te voorkomen. Volgens sommige analisten zouden de Spaanse deviezenreserves, die in maart nog zo'n vijftig miljard dollar beliepen, al voor meer dan de helft zijn opgesoupeerd. Ondanks de buitenlandse hulp was de peseta aan het eind van de dag onder de spilkoers gezakt. Onmiddellijk staken geruchten de kop op over een spoedige devaluatie, de derde sinds september vorig jaar, of een uittreding uit het EMS.

Maandag bleek echter dat de gezamenlijke actie van Duitsland, Frankrijk, België, Nederland, Ierland en Denemarken wel degelijk enige indruk had gemaakt. De Spaanse bank kon met kleine interventies en een verhoging van de daggeldrente naar vijftien en die voor een maanddeposito naar zestien procent een verdere koersdaling voorkomen. Woensdag bracht de nieuwe renteverlaging in Duitsland enige verlichting. Analisten spreken echter van niet meer dan een "wapenstilstand' en wijzen erop dat er weliswaar nog geen grootscheepse aanval op de peseta is gedaan maar dat de druk gestaag is, zodat de bank dagelijks op haar voorrraden moet interen. Een klein incident, een ongelukkige uitspraak van een bewindsman of de uitslag van een opiniepeiling kan de aanleiding voor een crisis zijn.

Het huidige klimaat wordt vergeleken met dat in Frankrijk voor de verkiezingen. In Parijs maakte echter de nieuwe regering snel een eind aan alle onzekerheid over haar bedoelingen zodat de franc zich handhaafde, in Spanje vermoedt men dat de verkiezingen de onzekerheid alleen maar zullen vergroten. Internationale investeerders gaan er dan ook massaal van uit dat de peseta vroeger of later devalueert en stemmen daar hun beleid op af, zo bevestigen waarnemers in Madrid.

Premier Gonzalez en zijn minister van economische zaken Solchaga is er intussen alles aan gelegen om tussen nu en 6 juni zonder devaluaties binnen het EMS te blijven; de verankering, ook op monetair gebied, binnen Europa is immers uitgangspunt van het economisch beleid dat zij in de campagne moeten verdedigen. De actie van vrijdag maakte duidelijk dat zij voorlopig de steun hebben van de EMS-partners. Staatssecretaris van economische zaken Perez wees er gisteren op dat die ingreep uniek was: nog nooit is zo krachtig gentervenieerd ten behoeve van een munt die nog niet de bodem raakte maar slechts onder de spilkoers dreigde te zakken. Volgens Perez bestaat de afspraak om hier mee door te gaan en speelt daarbij een rol dat het EMS er ook zelf bij gebaat is om de gegroeide twijfel aan de gezondheid van het mechanisme tegen te gaan.

De regering-Gonzalez meent bovendien dat de toestand van de Spaanse economie geen aanleiding geeft voor een koersdaling. In deze opvatting staat zij echter alleen. Drie miljoen werklozen bij een nulgroei van het BNP maken duidelijk dat het land in een diepe recessie verkeert, waarvan het einde nog niet in zicht is. De Bundesbank meent dat de peseta nog altijd met zo'n tien procent is overgewaardeerd, zo willen hardnekkige geruchten. En uiteindelijk wordt in Frankfurt toch het Europees monetair beleid gemaakt.