De kopklas, een klas erop

"Worden planten geboren?'', vraagt juf Norma Bosgoed en ze kijkt de klas rond. Een paar vingers gaan omhoog. ""Planten komen op de wereld'', denkt een van de leerlingen. ""En weten jullie wat geboren en getogen betekent?'', gaat de juf verder. Minder vingers. ""Ik ben in Indonesië geboren'', geeft ze als voorbeeld, ""maar in Nederland getogen.''

Ze legt uit dat geboren wel apart gebruikt wordt, maar getogen vrijwel nooit. De negen leerlingen van de "kopklas' hebben Nederlands. Aan de hand van het krantebericht "Baby geboren in ziekenhuislift' worden begrippen als ter wereld komen, geboortebeperking, een "geboren secretaresse', iemand een lift geven en een nieuwe winkel die "in de lift zit' behandeld.

De twaalf- en dertienjarige leerlingen hebben gemeen dat ze vorig schooljaar van de basisschool zijn gekomen en thuis geen Nederlands spreken, maar Turks, Marokkaans, Chinees of een andere taal. Ze zijn intelligent genoeg om HAVO of VWO te halen, maar door hun tweetaligheid hebben ze een achterstand in het Nederlands opgelopen. Die achterstand zit niet zozeer in de dagelijkse spreektaal, maar vooral in de meer formele schooltaal: abstracte begrippen, vaktermen, uitdrukkingen en gezegdes. De kans was groot dat deze kinderen op de MAVO of het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) terecht waren gekomen, of als ze toch voor HAVO of VWO hadden gekozen, daar in het eerste jaar al waren gestrand. Daarom zijn ze naar de "kopklas' gegaan, een jaar extra tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs.

Lies de Vrind is de vaste leerkracht van de kopklas. Ze heeft 24 jaar in het lager onderwijs gewerkt en kent de dilemma's van begaafde anderstalige leerlingen maar al te goed. ""Het is zo frustrerend om keer op keer mee te maken dat leerlingen die het op de basisschool prima doen in het voortgezet onderwijs mislukken.'' Ze merkte dat ze kinderen met een buitenlandse achtergrond op den duur een lager schooladvies gaf dan ze op grond van hun prestaties hadden verdiend: ""Om ze te behoeden voor teleurstellingen''.

's Ochtends heeft De Vrind een gesprek gehad met zeven van de negen leerlingen die vorig jaar in de kopklas zaten en nu bijna aan het eind van de brugklas zijn. Opgetogen haalt ze de rapportcijfers te voorschijn: ""Je ziet het, het zijn fantastische resultaten die deze kinderen halen.'' Van Hayder, Naima en Ghalid weet ze zeker dat ze het zonder de kopklas nooit gered hadden in de brugklas. Omar had misschien wel meteen naar de brugklas gekund, maar of hij dan naar het VWO was gegaan vraagt De Vrind zich af.

De kopklas is een initiatief van de gemeente Leiden waarin alle zuilen broederlijk samenwerken. Hij draait nu voor het tweede jaar. In Utrecht en Amersfoort worden inmiddels voorbereidingen getroffen om met een kopklas van start te gaan.

De Vrind heeft als voorbereiding op haar werk in de kopklas een tijdje meegedraaid met brugklasleerlingen van buitenlandse komaf. ""Het gaat soms te snel, ze missen een woord en dan kunnen ze het niet meer bijbenen. Soms zie je ze in paniek raken en dan is zo'n hele les verstoord.'' Uit een eigen, kleinschalig onderzoekje onder allochtone leerlingen met een HAVO /VWO-advies bleek dat hun woordenschat beperkt is. ""Twee pagina's uit een geschiedenisboek voor de brugklas leverden een gemiddelde op van zeventien onbekende woorden'', vertelt Lies de Vrind. ""En ik merk het ook dagelijks hier in de klas, een woord als "vestigen' is voor veel kinderen heel moeilijk. Een uitdrukking als "de lakens uitdelen' zien ze letterlijk voor zich.''

In het programma van de kopklas staat Nederlands in al zijn verschijningsvormen centraal: uitbreiding van de woordenschat, spellen, brieven schrijven, begrijpend lezen, elke maand een werkstuk en een spreekbeurt. Daarnaast krijgen de kinderen alle vakken van de basisschool, deels als herhaling deels om hun kennis uit te breiden. En er wordt ook aandacht besteed aan studievaardigheden: hoe deel je je werk in, hoe lees je een tekst, wat doe je als je een moeilijk woord tegenkomt.

Wie naar de kopklas gaat blijft niet zitten op de basisschool, maar gaat ook nog niet naar het voortgezet onderwijs. Een wat onduidelijke situatie die onder geen beding mag leiden tot een mislukt gevoel. ""Nee'', zegt De Vrind beslist. ""De kinderen moeten juist het idee hebben dat het belangrijk voor ze is en dat ze heel veel gaan leren. Als ze niet gemotiveerd zijn lukt het niet.'' Daarom vindt ze het ook zo belangrijk dat de kopklas is ondergebracht bij het Vlietland College in Leiden Zuid-West en dat de leerstof niet kinderachtig is. Er wordt stevig doorgewerkt, elke dag nemen de leerlingen een uur tot anderhalf uur huiswerk mee naar huis.

De Vrind heeft afgelopen tijd dertig van de veertig basisscholen in Leiden bezocht om de kopklas onder de aandacht te brengen. Ze kan zich voorstellen dat het voor ouders en leerlingen een moeilijke beslissing is om een jaar kopklas te doen. Ze zien het vaak als het verlies van een jaar, is haar ervaring. ""En dan zeggen ze al snel: ach, probeer het maar meteen op de HAVO, dan zien we wel.''

Na twee aanloopjaren begint de kopklas langzamerhand meer bekendheid te krijgen. Het aantal aanmeldingen neemt toe en ook komen er meer nationaliteiten op af. Behalve Turkse, Marokkaanse en Chinese kinderen hebben zich nu Iraanse en Engelstalige kinderen aangemeld en ook een Nederlands meisje dat altijd in het buitenland op school heeft gezeten.