De beroepscrimineel mag geen kleicursus meer doen

Impact, Ned.3, 23.18-0.03u.

Anders dan de titel doet vermoeden, gaat Een strenger regime niet zozeer over het leven binnen de gevangenis, alswel over wat er met gedetineerden gebeurt wanneer ze vrijkomen. Op de reclassering wordt bezuinigd, resocialisering is een begrip uit het verleden. Veel gedetineerden veranderen niets aan hun gedrag en zijn in een mum van tijd weer terug in de gevangenis. Zoals Harry, een van de gedetineerden in het huis van bewaring in Grave, die in de afgelopen tien jaar 13 keer heeft gezeten.

Het is een interessant punt: wat is het nut van gevangenisstraf en hoe bereid je mensen voor op een leven na de bajes? Maar het is jammer dat er in Een strenger regime nauwelijks wordt verwezen naar actuele discussies zoals die over de "kampementen van Lubbers', het voorstel van Hirsch Ballin om gedetineerden te laten betalen voor hun verblijf of de problemen rond de vele recente ontsnappingen.

Aanleiding voor de documentaire is het instellen van een tweeledig regime in het huis van bewaring in Grave. Eén voor de "hopeloze gevallen' en één voor degenen die “tonen dat ze het waard zijn”. De laatsten krijgen meer vrijheid, de gelegenheid om te sporten en wat meer te telefoneren. De gedetineerden die niet erg coöperatief zijn, vallen tegenwoordig tussen wal en schip. Door de bezuinigingen bij de gevangenissen en de reclassering wordt hen de eerst hulp ontzegd. “Mensen die niet geholpen willen worden, krijgen ook geen hulp meer”, zegt directeur van het huis van bewaring, H. Helges. “Een beroepscrimineel ga ik geen kleicursus aanbieden”. De directeur vindt dat de voorstanders van “de heropvoedingsfilosofie” hun nederlaag moeten erkennen. Al die resocialisatie helpt allemaal niks en is zonde van het geld, is de strekking van zijn verhaal.

Vroeger was dat wel anders, weet reclasseringsambtenaar A. van Waalwijk. Met spijt in het hart ziet zij hoe “de reclassering wordt uitgekleed”. Tegenwoordig moeten er snel resultaten geboekt worden, de ambtenaren zijn overbezet en de moeilijke gevangenen, veelal drugsverslaafden en mensen met psychische problemen worden aan hun lot overgelaten. Bij Hulp voor Onbehuisden in Amsterdam trekken ze zich weinig aan van de neiging “tot snelle successen”. Hier worden mensen bijgestaan die nergens anders terecht kunnen. De schulden worden gesaneerd, de huur betaald en de uitkering netjes in wekelijkse termijnen verdeeld. Zo slagen ze erin zo nu en dan iemand “die helemaal aan de grond zit weer op poten te zetten”.

En zo schetst Een strenger regime de onverzoenbare kanten van dit probleem. De directeur zegt dat de gevangenis er niet is om de problemen van de maatschappij op te lossen, de reclassering wijst de beschuldigende vinger naar de bezuinigende overheid en de gedetineerden vinden dat de reclassering niet genoeg voor hen doet. Allemaal geven ze elkaar de schuld en allemaal hebben ze ook een beetje gelijk.