Conglomeraten ontsnappen aan direct toezicht; Bank-verzekeraars moeten wel meer rapporteren aan Nederlandsche Bank

AMSTERDAM, 29 APRIL. Financiële houdstermaatschappijen bestaande uit een bank en een verzekeraar worden niet onder toezicht van De Nederlandsche Bank geplaatst. President dr.W. Duisenberg had hierop aangedrongen.

Wel heeft de centrale bank bereikt dat deze overkoepelende maatschappijen aan strengere rapportage-eisen moeten voldoen, zo heeft drs T. de Swaan, directeur van De Nederlandsche Bank, desgevraagd bevestigd.

Dit staat in een nieuw protocol, waarin afspraken tussen Financiën, de Verzekeringskamer en De Nederlandsche Bank staan, dat waarschijnlijk volgende week door minister van financiën Kok aan de Tweede Kamer wordt gestuurd.

De Nederlandsche Bank wilde houdstermaatschappijen van bank-verzekeraars, zoals Internationale Nederlanden Groep (ING), Amev/VSB en Rabo/Interpolis op dezelfde manier controleren als de banken. De Verzekeringskamer controleert afzonderlijke werkmaatschappijen van verzekeraars en vindt contrôle van houdstermaatschappijen niet essentieel.

Minister Kok moest een salomonsoordeel vellen over het meningsverschil tussen beide toezichthouders: hij heeft de Kamer toegezegd nog voor de zomer informatie te geven over het toezicht op de houdstermaatschappijen, die niet zoals banken en verzekeraars onder wettelijk toezicht staan. Toen in 1990 de scheiding tussen banken en verzekeraars werd losgelaten, hebben de partijen vrijwillig toezicht op verzeker-banken geregeld in een protocol.

President van De Nederlandsche Bank, dr.W. Duisenberg, ontkent desgevraagd dat zijn bank water in de wijn heeft moeten doen ten faveure van de Verzekeringskamer in het nieuwe protocol. In november waarschuwde Duisenberg voor het gebrek aan toezicht op conglomeraten: “De holding boven een financiëel conglomeraat, waar uiteindelijk de belangrijke (strategische) beslissingen worden genomen, staat niet onder direct toezicht.” Nu blijkt dat in het nieuwe Protocol wederom geen sprake is van toezicht, alleen van informatieplicht.

Op ING die van plan was de tweede bank van Belgie, Bank Brussel Lambert, over te nemen was bijvoorbeeld geen toezicht. ING verstrekte de centrale bank wel degelijk informatie over deze uiteindelijk afgesprongen overneming, zo zegt ING-woordvoerder Van Mierlo, al was zij daartoe niet verplicht. Een miljarden-operatie als deze zou in principe buiten het Frederiksplein om geregeld kunnen worden, terwijl elke participatie van enkele miljoenen door een bankbedrijf wel vooraf voorgelegd dient te worden.

De bank-verzekeraars hebben binnenskamers laten weten niet te voelen voor controle van houdstermaatschappijen door de De Nederlandsche Bank. Zij zouden dan een nadeel hebben ten opzichte van verzekeraars die alleen met de Verzekeringskamer te maken hebben. Wanneer bij voorbeeld Aegon en ING interesse zouden hebben voor een deelneming, zou ING eerst moeten wachten op de verklaring van geen bezwaar van de centrale bank terwijl pure verzekeraar Aegon zijn gang zou kunnen gaan.

In het nieuwe protocol hebben de bank-verzekeraars en de Verzekeringskamer voor elkaar gekregen dat van totale controle door de Nederlandsche Bank geen sprake is. DNB-directeur De Swaan geeft wel een voorbeeld van verzwaarde eisen. Er is afgesproken dat de bank-verzekeraars inzicht geven in het eigen vermogen van de holding en de dochters die niet onder toezicht van De Nederlandsche Bank staan. De centrale bank wilde dit graag om de zogenoemde "double gearing" te voorkomen. Een holding kan bij voorbeeld aandelen van een bancaire dochter kopen met geleend geld. De Nederlandsche Bank zou dan in de waan gebracht worden dat de dochter een flink eigen vermogen (in aandelen) heeft, terwijl het in feite gaat om vreemd vermogen (geleend geld).

Bestuurder drs.P.J.C. Keizer van de Verzekeringskamer wil wachten met commentaar tot de definitieve tekst aan de Kamer is gestuurd. Een ING-woordvoerder zegt met het nieuwe regime goed te kunnen leven, hoewel de extra informatie voor zijn groep kostenverhogend zal werken. Het belangrijkste is volgens de ING-woordvoerder dat het principe van gelijke kansen voor banken-verzekeraars en verzekeraars gehandhaafd blijft.