Brussel volhardt in verzet tegen staatssteun aan de staalindustrie; Weigering van financiële injectie voor Oostduitse EKO-Stahl is klap in gezicht van Treuhand

BRUSSEL, 29 APRIL. De Europese Commissie blijft zich fel verzetten tegen staatssteun in de Europese staalsector. De Commissie weigerde gisteren goedkeuring te verlenen voor een financiële injectie van ongeveer 2 miljard gulden in het Oostduitse staalbedrijf EKO-Stahl.

Het "nee' van Brussel is een klap in het gezicht van de Treuhandanstalt, de organisatie die is belast met de privatisering van bedrijven in de voormalige DDR. De Treuhandanstalt wil EKO-Stahl, bij de grens met Polen, zo ver opknappen dat het bedrijf in sterk afgeslankte vorm met een personeelsbestand van ongeveer 2.000 man verder kan. Voor de Duitse eenwording telde het concern nog 11.500 werknemers, van hen zijn er nu nog 3.500 over.

Om EKO-Stahl levenskansen te geven wil de Treuhandanstalt onder andere 880 miljoen D-mark in het bedrijf stoppen om oude en nog te verwachten verliezen op te vangen. Ook voorziet het herstructureringsplan in de bouw van een moderne installatie voor warmgewalst staal. Daarmee is een investering gemoeid van 750 miljoen D-mark.

Vooral die laatste steun stuit op grote bezwaren in Brussel. EG-commissaris Van Miert (concurrentie) zei gisteren dat overheidssteun bij met moderniseren van de produktie volledig indruist tegen de inspanningen die worden ondernomen om de huidige crisis in de staalindustrie op te lossen. Daarom kan de Commissie niet instemmen met de plannen voor EKO-Stahl, ondanks de zorgen die ook zij heeft over de toekomst van het bedrijf, aldus Van Miert.

De uitspraak van de Commissie over EKO-Stahl komt niet als een verrassing. Tot dusver heeft Brussel zich ook verzet tegen een omvangrijk Spaans steunplan voor de staalindustrie dat niet alleen voorziet in het sluiten van fabrieken maar ook in de opbouw van een moderne produktielijn in Baskenland. Daarover lopen de emoties in Spanje en met name in Baskenland hoog op. Naar verwachting zal de Italiaanse regering nog deze week een soortgelijk plan op tafel leggen, nadat een eerder plan was ingetrokken omdat dat geen kans van slagen leek te hebben.

Die plannen voor staatssteun vormen een grote bedreiging voor de pogingen die de EG en de staalindustrie zelf ondernemen om de sector weer gezond te maken. Uitgangspunt daarbij is de staalbedrijven zelf "geloofwaardige' plannen op tafel leggen om de produktiecapaciteit te verminderen. De EG van zijn kant is bereid om steun te verlenen voor de sociale opvang. De komende drie jaar zal Brussel daarvoor ruim 520 miljoen gulden extra uittrekken, op voorwaarde dat de lidstaten zelf hetzelfde bedrag bijpassen. Zo stelt Brussel maximaal 11.000 gulden beschikbaar voor ontslagen werknemers en is er per werknemer maximaal 8.800 gulden beschikbaar voor omscholing.

Afgesproken is dat de staalbedrijven uit de twaalf lidstaten uiterlijk eind september hun saneringsplannen zullen indienen bij een speciale vertrouwensman van de EG. De staalindustrie zelf heeft in het verleden gezegd dat er 50.000 arbeidsplaatsen zullen verdwijnen, maar de Europese Commissie gaat nu al uit van een verlies van ten minste 70.000 arbeidsplaatsen. De afgelopen tijden zijn de prijzen weliswaar met ongeveer 10 procent gestegen, maar dat is nog maar een derde van wat nodig is om de industrie weer winst te laten maken, zei EG-commissaris Bangemann (industrie) gisteren in het Europese Parlement.

Volgens ambtenaren in Brussel schieten die gesprekken over "wie wat gaat inleveren' nog niet zo hard op, omdat de industrie eerst wil afwachten hoe de reactie van de EG zal zijn op de plannen van vooral Spanje en Italië om de eigen staalindustrie te steunen. De Commissie kan wel haar oordeel gegeven, maar het zijn uiteindelijk de industrieministers uit de lidstaten die de eindbeslissing nemen.

De Commissie heeft nu voorgesteld dat de ministers dit heikele onderwerp van staatssteun pas in juli zullen behandelen. Voordeel is dan dat de verkiezingen in Spanje achter de rug zijn. Het ligt voor de hand dat staalbedrijven in andere EG-landen pas het achterste van hun tong willen laten zien als absoluut duidelijk is dat elders in de EG de concurrentie niet met behulp van overheidsgelden overeind wordt gehouden.

Om overheidssteun toch toe te staan in een bepaalde lidstaat moeten alle andere lidstaten daar hun zegen aan geven. Dat betekent dat één lidstaat een verzoek om staatssteun van bijvoorbeeld Spanje of Italië al kan blokkeren. Anderzijds kunnen die twee landen, waar de staalindustrie nog grotendeels in overheidshanden is, de uitvoering van het vrijwillige reddingsplan van de totale Europese staalindustrie natuurlijk frustreren door gewoon niet mee te werken.

Van meet af aan heeft de EG gezegd dat zij, niet zoals in de jaren tachtig, bereid is om zelf de sanering in de staalindustrie ter hand te nemen. De bedrijven zelf moeten hun saneringsplannen op stellen en zij moeten opdraaien voor de financiële kosten die zijn verbonden aan het sluiten van produktiecapaciteit. De gezamenlijke staalindustrie werkt momenteel aan de oprichting van een aantal fondsen om die kosten op te vangen. De bedoeling is dat bedrijven die zelf niet inkrimpen maar wel zullen profiteren van zich verbeterende marktomstandigheden, geld zullen stoppen in dat fonds. De Europese Commissie is bereid om die fondsen voor te financieren. Maar de daarmee gemoeide bedragen moeten, inclusief rente, wel worden terugbetaald.