BASISBEURS

Minister Ritzen wil af van de basisbeurs. Studenten willen een goed en eenvoudig studiefinancieringsstelsel.

Dat is eenvoudig op te lossen: Geef iedereen die zich als student inschrijft een bijstandsuitkering met studieverlof, een fictieve studieuitkering ter grootte van het college- en inschrijfgeld (die dan vrijwel kostendekkend kunnen zijn) en automatisch jaarlijks een verplicht aangiftebiljet. De studieuitkering wordt door het ministerie rechtstreeks aan de onderwijsinstellingen betaald naar rato van het aantal inschrijvingen. Zodra de studievoortgang verwijtbaar onvoldoende is, wordt de studieuitkering omgezet in fiscaal inkomen, te belasten tegen vijftig procent en afhankelijk van de verwijtbaarheid een boete van maximaal vijftig procent. Deze (rentedragende) vordering wordt door de fiscus via de verplichte aangifte en aanslag gend. De gevolgen: de sociale diensten verzorgen de uitkeringen, de Informatiseringsbank kan ingekrompen en uiteindelijk opgeheven, terwijl de bij Ritzen overtollige ambtenaren aan het werk kunnen bij de sociale diensten en de belastingdienst. De onderwijsinstellingen informeren de sociale diensten verplicht over studievoortgang, de sociale diensten de fiscus. De fiscus is de stok achter de deur voor de studenten (die leren een belastingaangifte in te vullen). Ziedaar de nieuwe studiefinanciering. Verdere voordelen: zwart werken leidt tot (verwijtbare) studievertraging en wordt fiscaal afgestraft; de drempel voor hoge (dus dure) opleiding voor pretstudenten neemt toe, de capabele en gemotiveerde studenten die geen angst voor vertraging en fiscus hoeven te hebben blijven over. De docenten kunnen meer aandacht geven aan minder studenten, wat de kwaliteit van het onderwijs weer ten goede komt.