Asscher, "een dorpsoudste' in kort gedingen, met pensioen

AMSTERDAM, 29 APRIL. Mr. Ben J. Asscher nam gisteren officieel afscheid als president van de Amsterdamse rechtbank na deze functie tien jaar te hebben bekleed.

Asscher kreeg vooral bekendheid door de vele kort gedingen die hij naar eigen zeggen “als een soort dorpsoudste” voorzat. De voormalige rechtbankpresident toonde zich een groot voorstander van deze procesvorm. De snelle behandeling en de mogelijkheid tot het opleggen van een dwangsom werkt volgens Asscher doorgaans een stuk effectiever dan slepende bodemprocedures en strafzaken.

Zo meent Asscher dat het kort geding beter geschikt is voor het vervolgen van racisme, fascisme en discriminatie dan een strafrechtelijke procedure. “Door racisten strafrechtelijk te vervolgen, geef je hun het aureool van martelaarschap”, aldus Asscher in een vraaggesprek in Het Parool.

In een aantal uitspraken gaf Asscher aan dat hij de rechten van slachtoffers van seksueel geweld expliciet in de belangenafweging betrok. Zo verplichte hij een verkrachter een aidstest te ondergaan om het slachtoffer zekerheid te verschaffen over een mogelijke besmetting. In de zaak van de aanrander met de hond werd de dader een straat- en parkverbod opgelegd. Beide uitspraken werden door de Hoge Raad gehonoreerd.

Asschers bekendheid is mede te danken aan zijn optreden als media-rechter en de vele zaken die hij voorzat in de roerige periode van de kraakbeweging. Met zijn uitspraken, die voor de krakers aanvaardbaar was en ook door de huiseigenaren “knarsetandend” werden geaccepteerd, wilde Asscher volgens eigen zeggen voorkomen dat de hoofdstad veranderde in een slagveld.

Naast zijn functie als rechtbankpresident bekleedde Asscher een aantal nevenfuncties. Hij is ondermeer voorzitter van de toneelgroep Amsterdam en van de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond. Ook is hij bestuurslid van de Stichting Maatschappij en Politie. Asscher heeft aangekondigd arbitrages te willen blijven doen en artikelen op zijn vakgebied te willen publiceren. Voorts speelt hij met de gedachte aan het schrijven van een roman over een zaak die hij ooit als advocaat meemaakte.