ASIELBELEID

Het recente toelatingsbeleid voor asielzoekers uit het Midden-Oosten (mr. W.J. van Bennekom in Handelsblad van 24 april) doet inderdaad denken aan het beleid van voorgangers van de huidige staatssecretaris van justitie voor de christelijke asielzoekers uit Turkije in de jaren 1975-1983.

Destijds was er echter geen grenshospitium en kon een beslissing om asielzoekers te detineren nog op veel weerstand rekenen in de Kamer en bij particuliere vluchtelingenorganisaties en advocaten. Het onderscheid dat het ministerie van justitie maakt tussen echte en economische vluchtelingen die in ons land asiel zoeken is ruim twintig jaar oud. Het terugdringen van het aantal asielzoekers is nu echter als beleidsdoelstelling helaas gemeengoed geworden.

Het aantal asielzoekers is de laatste jaren ook enorm gestegen. Maar dit betekent niet dat het aantal oneigenlijke asielverzoeken ook met diezelfde factor is gestegen. Van Bennekom signaleert een beleidswijziging die zich bijna geruisloos voltrekt. De staatssecretaris ontkent dit; volgens hem wordt op ieder asielverzoek apart een beslissing genomen. De staatssecretaris weet zich bij zijn afwijzende beschikkingen gesteund door de kort-gedingrechter. De toetsing van de individuele asielverzoeken valt nu in het nadeel uit van leden van dezelfde groep, waarvan eerder asielzoekers op humanitaire gronden wel in Nederland mochten blijven, terwijl de omstandigheden in het land van herkomst ongewijzigd zijn gebleven. De rol van het parlement zal inderdaad, zoals Van Bennekom aangeeft, beslissend moeten zijn. Eerder, in 1979, bij de christelijke asielzoekers uit Turkije, moest een uitspraak van de afdeling Rechtspraak van de Raad van State en een motie in de Kamer er aan te pas komen om de staatssecretaris er toe te brengen leden van eenzelfde groep op dezelfde wijze te behandelen. Destijds hebben vluchtelingenorganisaties, de UNHCR en advocaten zich jarenlang ingespannen om gelijke behandeling van asielzoekers te bereiken. De les die daaruit getrokken kan worden is dat een rechterlijke uitspraak weliswaar het beleid kan toetsen, maar dat alleen de Kamer de staatssecretaris ertoe kan brengen uit rechterlijke uitspraken consequenties te trekken voor zijn beleid.