22 man zwaaien Turbo Harry uit; Fietsfabriek uit Overijssel zoekt verdere spreiding van activiteiten

NIEUWLEUSEN, 29 APRIL. Een paar jaar geleden was alleen het Hilton hotel in Amsterdam goed genoeg. Gisteren ontving fietsenfabrikant Union haar aandeelhouders gewoon in een witte keet achter de fabriek in het Overijsselse Nieuwleusen. Daar bleken welgeteld tweeëntwintig aandeelhouders bereid de koesterende voorjaarszon even in de steek te laten om in een uiterst sober decor te luisteren naar de man die voor het laatst als president-commissaris de jaarvergadering voorzat: prof dr H.C.J.G. Janssen, beter bekend als 'Turbo Harry'.

Ruim een decennium is de professor actief geweest bij Union. Hij kwam er toen de fietsenfabriek op de rand van de afgrond balanceerde en vertrekt, zo zei hij gisteren, “nu Union er weer staat”. Janssen was daarbij in de gelukkige omstandigheid om te kunnen wijzen op het feit dat Union, in tegenstelling tot de concurrenten Batavus en Gazelle, op dit moment wèl in staat is snel te voldoen aan de onverwacht stijgende vraag naar fietsen in Nederland.

De fietsenbranche in Nederland heeft zich, zo bleek dezer dagen, verkeken op die toegenomen vraag naar met name de "aangeklede' mountainbike. Waar de concurrentie uit angst voor teveel voorraden de produktie in een eerder stadium had teruggeschroefd, bleef Union gewoon vasthouden aan de normale produktie. “Daardoor zijn wij nu in staat binnen vier à vijf dagen elk model fiets bij de klant af te leveren”, vertelde de nieuwe Union-directeur ir. N. de Jager die de pensionerende ing. C. de Kriek opvolgt.

Gemoedelijke vrolijkheid overheerste gisteren in Nieuwleusen. Een enkele aandeelhouder stelde Janssen, de Kriek en de Jager - broederlijk naast elkaar achter de bestuurstafel - een vraag, maar veel zorgen over de gang van zaken sprak daar niet uit. Het goeddeels grijze publiek mopperde wat over de slechte bezorging van het jaarverslag, over de luidkeels schaftende werkploeg in de belendende zaal en over het overmatig roken van Janssen. Turbo Harry repliceerde de aandeelhouders naar tevredenheid en wees naar de jaarcijfers als oorzaak van zijn frequent graaien naar het pakje sigaretten.

De winstterugval in de tweede helft van het vorig jaar had Janssen onaangenaam verrast. De winst van Union over 1992 daalde ten opzichte van 1991 bijna vijf miljoen gulden tot 3,3 miljoen gulden. Problemen met directe levering van fietsen aan de Duitse markt leverde onverwacht veel problemen op en bracht hoge eenmalige kosten met zich mee.

Een afgevaardigde namens de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en een vertegenwoordiger van het beleggingsfonds Orange Fund - één van de grootaandeelhouders met een pakket van ruim vijf procent - voelden Janssen en consorten wat nader aan de tand over de problemen waarmee Union zich 1992 geconfronteerd zag. De vragen leken voort te komen uit een ongerust gevoel dat met name de kleine, particuliere Union-aandeelhouders de afgelopen tien jaar hebben gekend. Begin jaren tachtig was het voor de meesten van hen een groot raadsel hoe er met hun geld werd omgesprongen. In de eerste jaren dat Janssen bij Union aan het werk was, was de onrust groot. “Ik heb in die tijd meer directeuren zien gaan en komen dan er aandeelhouders waren”, herinnerde hij zich gisteren na afloop van de vergadering. “De één belandde in de gevangenis, van de ander brandde het huis af. Het was een onrustige tijd”.

Janssen slaagde er vervolgens in financiers binnen te halen die Union er langzaam maar zeker weer bovenop brachten. De Courtier-groep was daarvan de belangrijkste. Deze investeringsgroep was nauw betrokken bij de financiële herstructurering van de fietsenfabriek in 1987 en bezit inmiddels zestig procent van de aandelen van Union. De groep bestaat uit vijf financiers: de Rotterdamse havenbaronnen J.A. Onderdijk (eigenaar van de oliehandel Transol en commissaris bij Union) en Willem Cordia, de Amsterdammer A. Strating (tot voor kort actief op de beurs met zijn eigen commissionairsbedrijf), drs. P.B. de Ridder (voormalig directeur van het Centraal Plan Bureau), W.M. Smit (ex-Datex, ex-Newtron, grootaandeelhouder van beursfonds Ordina) en mr. G. van den Brink (turn-around manager die werd ingehuurd voor de herstructurering van Union en nu hetzelfde probeert bij Newtron).

De investeerders hebben tot nu toe niet slecht geboerd met hun belegging. De koers van Union, dat genoteerd staat op de lokale markt van de Amsterdamse effectenbeurs, steeg na afronding van de herstructurering van minder dan 20 gulden in 1990 naar ruim 70 gulden nog in datzelfde jaar. Maar inmiddels is de koers teruggezakt naar een niveau rond 46 gulden, bijna een halvering van de hoogste koers die precies een jaar geleden werd bereikt.

Janssen typeerde de investeerders gisteren als “vrienden voor het leven”. Van den Brink zorgde ervoor dat Union naast fietsen ook in andere zaken ging. Zo behoren Feenstra's Technische Industrie en Lonneker Textiles nu tot Union. En het is nog niet afgelopen met Unions acquisities op andere terreinen. “Union blijft zich richten op uitbouw van de vennootschap tot een holding met gespreide belangen”, zo staat in het jaarverslag te lezen. Wellicht dat de reclameslogan "Union, da's pas fietsen' over een paar jaar daardoor wat weinig lading dekt.