Weinberg stelt bestuursfunctie voor NOC NSF beschikbaar

PAPENDAL, 28 APRIL. Govert Weinberg heeft zijn functie in het bestuur van de gefuseerde NOC en NSF ter beschikking gesteld. Hij heeft dat vandaag in een brief aan de beide voorzitters, Huibregtsen (NOC) en Kastermans (NSF), laten weten. Weinberg is tot die beslissing gekomen na de felle kritiek die de financiële commissie gisteravond tijdens de ledenvergadering op met name het project Europese Jeugd Olympische Dagen (EJOD) uitte.

Met deze stap neemt Weinberg, die voorzitter is van de stichting EJOD en secretaris/penningmeester van het Nederlands Olympisch Fonds, de verantwoordelijkheid op zich voor het gebrek aan informatie waar de commissie zich vooral aan heeft gestoord. Hij zal zijn activiteiten als bestuurslid van het huidige NOC beperken en zich er op toeleggen de Jeugd Olympische Dagen, die begin juli in Valkenswaard worden gehouden, tot een succes te maken en ervoor te zorgen dat ze kunnen worden afgesloten zonder dat er sprake zal zijn van een verminderd eigen vermogen van het NOC. Hij vindt dat in een later stadium over een mogelijke bestuursfunctie van hem in de gefuseerde NOC en NSF gesproken moet worden. Weinberg is niet het eerste bestuurslid van het NOC dat een consequentie trekt uit de moeizame financiering van de EJOD. Begin deze maand stapte penningmeester Feenstra met onmiddellijke ingang op.

Vorige week vrijdag dacht NOC-voorzitter Wouter Huibregtsen nog dat de geslaagde reddingsactie voor de EJOD de rust rondom het samengaan van zijn organisatie met de NSF hersteld was. Maar in plaats van bewondering voor de razendsnelle manier waarop kans was gezien binnen twee weken een gat van ruim twee miljoen met sponsorgeld en garanties te dichten, ontmoette hij gisteravond op de ledenvergadering vooral argwaan en kritiek.

De financiële commissie verweet het bestuur niet de noodzakelijke informatie te hebben gegeven over de Jeugd Olympische Dagen. Bovendien werden er kritische kanttekeningen gezet bij het tekort van bijna acht ton dat die manifestatie zal opleveren. De dekking daarvoor is een renteloze lening van een miljoen gulden door de Stichting Nationale Sporttotalisator die vanaf 1995 in vijf termijnen moet worden terugbetaald. Een schuld die het NOC inbrengt op het moment dat de twee organisaties op 3 juni samengaan, al verzekerde Huibregtsen dat een bezuiningsoperatie met betrekking tot de EJOD die lening waarschijnlijk niet zou moeten worden aangesproken. Niettemin heeft de financiële commissie overwogen de vergadering te adviseren het bestuur geen decharge te verlenen, een voornemen waar ze pas enkele uren voor de vergadering van terug is gekomen.

De organisatie van de Jeugd Olympische Dagen zijn een blok aan het been van het NOC geworden in de voortgang van de fusie met de NSF. De kosten van het evenement zijn volgens de financiële commissie begroot op 5,1 miljoen gulden (1,3 miljoen meer dan toen Nederland zich kandidaat stelde). Het tussentijdse aftreden van NOC-penningmeester Feenstra, de ernstige twijfels van de financiële commissie en de onzekerheid over de toekomstige financiële positie van het NOC dat aan het project Olympic Star bij de Olympische Spelen in Barcelona ook nog eens een een tekort van 450.000 gulden overhield, riepen bij een enkeling twijfel op over de betrouwbaarheid van deze fusiepartner. Woordvoerder Meijer van de Judo Bond Nederland vroeg zich af of hier wel sprake is van goed management. “Moet de NSF straks meebetalen aan de fiasco's van de Europese Jeugd Olympische Dagen en de Olympic Star?”, wilde hij weten. En voorzitter Cornelis van de hockeybond wilde weten of het niet zinnig geweest zou zijn de ledenvergadering tussentijds in te lichten over een financieel veelomvattend project als de Europese Jeugd Olympische Dagen. Zij waren de enigen. Voorzitter Huibregtsen gaf toe dat zijn bestuur met name op het punt van de informatie was tekortgeschoten.