Waterbeheer is geen taak voor OOR

In de hordenloop naar een reorganisatie van het binnenlands bestuur heeft zonder twijfel het Overlegorgaan Rijnmondgemeenten (OOR) de leiding. Met voortvarendheid wordt gekoerst naar een zelfstandig regiobestuur, dat op voorstel van de regering zal gaan functioneren als een provincie nieuwe stijl. In het afgelegde traject is een aantal belangrijke horden genomen - waarbij de instemming van de huidige provincie Zuid-Holland niet de geringste was. Nu komt er een overigens door het OOR regiobestuur zelf opgestelde horde in zicht, die wel eens tot aanzienlijke en onnodige vertraging zou kunnen leiden.

Zoals bijna overal elders in ons land is de wateraan- en afvoer en de zorg voor zeeweringen en dijken, ook in het gebied van het OOR, van wezenlijke betekenis. Van oudsher zijn deze taken opgedragen aan afzonderlijke overheidslichamen: de waterschappen, die in veel gevallen ook zijn belast met de zorg voor de kwaliteit van het oppervlaktewater, die als het ware fysiek met de zorg voor wateraan- en afvoer is verbonden. Die waterschappen zijn er, omdat water en dijken zich om natuurlijke redenen niets aantrekken van gemeentelijke, regio- of provinciale grenzen. Zo kan een kanaal door een aantal gemeenten lopen en zou een peilverlaging in de gemeente X onontkoombare gevolgen hebben voor het peil in de gemeente Y. Anders gezegd: een water kan alleen maar als geheel worden beschouwd en niet in tweeën of drieën worden geknipt. Vandaar waterschappen. Zij hebben eigen grenzen en vormen een zogeheten waterstaatkundige eenheid. Bovendien zijn om verschillende redenen deze taken nu juist onttrokken aan de algemene prioriteitenbepaling door gemeenten en provincie.

Nu wordt ineens door het OOR-regiobestuur het plan gelanceerd om de bevoegdheden van de waterschappen, ook in uitvoerende zin, op het gebied van waterkwantiteit en waterkwaliteit over te nemen. Dit is om verschillende redenen onwenselijk. Met dit plan wordt het beleid van de minister van Verkeer en Waterstaat om het water integraal, liefst ook bestuurlijk, te beheren, in het hart getroffen. Met integraal waterbeheer wordt bedoeld, dat dit op een samenhangende wijze wordt gevoerd, waarbij bij voorkeur één daarvoor gekwalificeerde instantie verantwoordelijk is voor de kwantiteit en de kwaliteit van het oppervlaktewater en rekening houdt met alle belangen. De onlangs tot stand gekomen Waterschapswet bevestigt dit nog eens.

Met de regiovorming wordt beoogd de schaalproblemen van de gemeenten op te lossen. Niet van de waterschappen. Daar behoeven hun taken derhalve niet bij te worden betrokken. Door hun schaalvergroting - van tweeduizend in 1953 naar ruim honderd nu - zijn zij volledig toegesneden op de zorg voor de waterkwantiteit en waterkwaliteit.

Maar ook overigens ontstaan er onoplosbare problemen bij het beheer van de doorlopende wateren van bijvoorbeeld de hoogheemraadschappen Delfland en Schieland, die voor het belangrijkste deel buiten het gebied van het OOR liggen, maar om natuurlijke redenen met die wateren aldaar wel één geheel vormen. Op de door het OOR voorgestane wijze wordt de waterstaatkundige samenhang doorbroken en is er sprake van desintegratie van de waterhuishouding, die zeker kostenverhogend zal werken. En wat te doen als de in de toekomst op te richten regio Haaglanden dezelfde eis ter tafel brengt? Onherroepelijk zal dit leiden tot verdere versplintering van het waterbeheer.

Ook de idee om dan maar alleen de zorg voor de waterkwaliteit aan zich te trekken, zal op grote bezwaren stuiten. Zoals gezegd zijn de zorg voor de kwantiteit en de kwaliteit van het oppervlaktewater fysiek aan elkaar verbonden en maken ook de zuiveringsinstallaties van de waterschgappen onderdeel uit van de waterstaatkundige eenheid die zij zijn.

Ik vind dat per definitie dergelijke waterschapstaken niet aan het OOR kunnen worden overgedragen. Het is niet in het belang van de gemeenten, niet in dat van de provincie Zuid-Holland, het is in strijd met het tot nu toe gevoerde regeringsbeleid en is derhalve bestuurlijk onaanvaardbaar.