Vooruitziende blik in film over jodenhaat uit 1924

Die Stadt ohne Juden. Regie: Hans Karl Breslauer (1924). Met: Johannes Riemann, Karl Thema, Anny Milety, Hans Moser. In: Amsterdam, Nederlands Filmmuseum (slechts een week).

Ein Roman von übermorgen was de ondertitel die de Oostenrijkse schrijver Hugo Bettauer zijn in 1922 verschenen boek Die Stadt ohne Juden meegaf. Wie nu de verfilming door Hans Karl Breslauer uit 1924 ziet, voelt zich een beetje ongemakkelijk door Bettauers vooruitziende blik. De pianist, die de in 1990 in het Nederlands Filmmuseum teruggevonden en in het buitenland gerestaureerde kopie begeleidt, kiest voor een abrupte stilte als enig passende illustratie bij de beelden van goederentreinen, waarmee de joodse burgers van een Duitstalige, Utopia genoemde stad worden gedeporteerd.

Zoals na 1945 niemand meer zonder dwingende associatie naar een goederenwagon vol mensen kan kijken, zo krijgen we nu de kriebels van de karikaturale wijze, waarop Bettauer en Breslauer de joden afschilderen. “Zij beheersen de industrie en schrijven toneelstukken!”, roept een afgevaardigde af in het parlementaire debat dat zal eindigen met een verbanningsmaatregel. “Der Rosenkäfer ist ein schönes Geschöpf, dennoch vertilgt ihn der Gärtner, weil die Rosen ihm näher sind”, luidt een doorslaggevend argument. De vergelijking van joden met torren was in 1924 nog niet zo pervers als nu. De protesten tegen de film van Breslauer en Bettauer, beiden zelf joods, kwamen destijds dan ook in eerste instantie van jonge nationaal-socialisten. Die voelden zich aangesproken door de scherpte van de zelfspot van de auteur, die een jaar later door een "hakenkruiser' zou worden doodgeschoten.

Die Stadt ohne Juden herinnert eerder aan een Lubitsch-film dan aan nazi-propagandawerk, ook al lijken sommige portretteringen van kromme neuzen en schraperigheid oppervlakkig bezien op die in Jud Süss.

Mogen we nu lachen om de scène, waarin de bondskanselier meedeelt dat de joden hun bezittingen mee mogen nemen, voor zover die natuurlijk bij de belastingdienst bekend zijn? En om de joodse zakenman die op de publieke tribune zijn buurman onmiddellijk opdracht geeft om tegen contante betaling van acht miljoen zes miljoen naar een rekening in Parijs over te maken? De volgende titelkaart luidt: “Nou, dat is snel verdiend in een minuut”, en dat is pas echt geestig.

Breslauers film is een aardige komedie, waar vooral achteraf tegen in te brengen valt dat hij te mild is. Opvallend is vooral dat niet, zoals de titel doet vermoeden, wordt aangetoond hoe moeilijk een stad kan functioneren, wanneer de ziel eruit verwijderd wordt. De herroeping van de anti-joodse maatregelen komt tot stand door het uitblijven van het krediet van een Amerikaanse anti-semitische multimiljonair en door de list van een als Franse zakenman vermomde jood.

Filmmuseumconservator Peter Delpeut twijfelde geen moment over zijn beslissing de mogelijk controversiële film te vertonen. Alleen de programmering in de eerste week van mei leidde tot enige aarzeling. Uiteindelijk levert de vertoning van zo'n anti-anti-semitische film, die gebruik maakt van bestaande vooroordelen, misschien een nuttige bijdrage tot de discussie over vreemdelingenhaat en de taboesering van bepaalde, daarmee verbonden clichés. Het feit dat de regisseur en schrijver zelf joods waren is nog een van de minst overtuigende argumenten om de vertoning mee te rechtvaardigen.