Voor z'n kap nemen

Was het een drukfout vanmorgen in de Volkskrant, of zeldzaam Nederlands? Minister-president Lubbers, gevraagd naar de bezuinigingen die het kabinet voor jongeren in petto heeft, zei tegen het studerende deel der jeugd: “De overheid kan iets minder voor z'n kap nemen, u moet maar wat meer lenen voor uw studie.”

Van Dale kent "twee onder één kap', daar zal het wel niet mee te maken hebben. Dichter bij Lubbers' bedoeling komt waarschijnlijk "op iemands kap': op zijn rekening, ten koste van hem. Met het oog op zijn afscheid na de huidige kabinetsperiode dacht de MP misschien ook half aan deze variant: "de kap over de haag smijten': de monnikenstand verlaten.

Hoe het ook zij, de overheid kan iets minder voor z'n kap nemen. Daar moeten we voorlopig mee leren leven. In dat verband wees een ANP-bericht een dag eerder op een interessante mentaliteits-ontwikkeling. Het is de vraag of de overheid de gevolgen daarvan volledig voor z'n kap moet nemen.

Uit onderzoek onder deeltijdstudenten aan de Universiteit van Amsterdam is gebleken dat “de catering door 65 procent van de ondervraagden absoluut onvoldoende is bevonden”. Maar liefst tweederde vindt het eten en drinken aan de universiteit beneden de maat! Het gaat echt slecht met het hoger onderwijs. Wie dat nu nog niet inziet heeft een bord voor zijn kap.

Op de keper beschouwd is het knap en moedig wat Lubbers en Kok proberen. In een recessie- èn verkiezingsjaar noodzakelijk geachte sanerings-maatregelen nemen die op korte termijn meer gedonder dan succes kunnen opleveren. En hopen dat voldoende kiezers daar bewondering voor opbrengen. Hoewel subsidie-kortingen en tariefsverhogingen op allerlei plaatsen pijn doen. Uitgaan van fraude tenzij het tegendeel wordt bewezen, maakt de Bijstand tot een beklaagden-regeling. Dat demonstreert de omslag in de verzorgingsstaat wel heel acuut.

En dan het jeugd-pakket. Minder en later bijstand, sneller studeren, minder beurs en meer lenen voor studenten: de denkwereld van het Maagdenhuis in de late jaren zestig is echt voorbij. Jongeren hebben weliswaar geen zetel in de SER, maar zij zijn nog steeds in staat een aanzienlijke hoeveelheid lawaai te maken. Met voorlopig nog vrij reizen naar het Malieveld.

Het getuigt van vertrouwen in het gezond functioneren van de parlementaire democratie dat het kabinet niet bang is te zeggen wat een paar jaar geleden nog volstrekt taboe was. Afhankelijk van het type café dat men bezoekt is de stamtafel tevreden of verontwaardigd. Maar het is een nieuw soort duidelijkheid waar een discussie over mogelijk is. Een WAO-achtige kans voor VVD en D66 de PvdA links in te halen. Bijverzekeren - om de gevolgen van de nieuwe flinkheid weg te nemen - zit er niet in.

Als de politieke democratie er prijs op stelt het vertrouwen van het volk te vergroten dan zijn dit soort tijden van belang. Nu kunnen de werkelijke problemen gedefinieerd en besproken worden. Wat dat betreft was het een aardige dag gisteren in de Tweede Kamer. Met debatjes en een rapport.

Bijvoorbeeld over hoe problemen in dit land worden opgevat en afgehandeld. Minister Maij-Weggen gisteravond in de Tweede Kamer werd er bijna lyrisch van: “Dit is de afsluiting van een woelige periode. Ik hoop dat voor- en tegenstanders de bereikte compromissen kunnen waarderen”. Zo hoopvol en helend. Zo Hollands.

Het debat ging over de versterking van de rivierdijken, maar het had even goed over snelheidsbegrenzers bij kinderwagens kunnen gaan. Ook een ingewikkelde kwestie waar we met een minimum aan inzicht en goede smaak samen wel uit komen.

Voor wie de zorgeloze vernietiging van kilometers natuurschoon in het rivierengebied een gruwel is, blijft zo'n Kamerdebat vervreemdend. Het oplezen van de uitgetikte zinnen verloopt emotieloos - alles wat bloeit en leeft wordt versleuteld tot "LNC-waarden' (landschaps-, natuur- en cultuurwaarden). Bij vlagen is het gesprokene cynisch, berustend oppervlakkig of gewoon onzinnig.

Democratie is voor optimisten. Maar sceptici zijn er het beste in. Daarom zal er altijd onvrede blijven bij mensen die vinden dat alles beter kan, en verklaren lieden met een bescheidener heilsverwachting dat de zaken er zo gek nog niet voor staan. Waarna de scepticus vlug even wat regelt, en de idealist een minderheidsnota uitbrengt.

Het rapport van een commissie onder voorzitterschap van oud-minister De Koning, dat gisteren verderop in het Paleis des Volks werd gepresenteerd, draagt duidelijk de sporen van de scepsis. De voorzitter was voor zijn doen opvallend weinig ad rem, net alsof zijn opdracht uit het Torentje was geweest: Hou het rustig, Jan, niks voor de voorpagina's graag.

Wat kloof tussen kiezer en gekozene? Hoedt u voor opwinding, ademt het rapport. Uit de cijfers blijkt niet veel onvrede. Hier en daar een drupje olie is genoeg. Voorkeursstemmen makkelijker maken. De minister-president wat extra gewicht geven: de bevoegdheid onderwerpen op de agenda van de ministerraad te zetten. En een nieuw wapen voor de Eerste Kamer: het recht voorstellen één keer terug te sturen naar de Tweede Kamer. Maar geen gekozen minister-president. D66 kan zijn gelijk niet halen via politiek breed samengestelde commissies.

Eén dag uit het leven van de Nederlandse volksvertegenwoordiging. Het pakketje bescheiden verbeteringen van J. De Koning, oud-machinist van de overlegeconomie, is uitgekozen op haalbaarheid en gebrek aan schokeffecten. De ministers Maij (verkeer) en Ritzen (onderwijs) krijgen een openbare schrobbering omdat zij in het dramaatje rondom de reiskaart voor studenten niet genoeg hebben samengewerkt. Maij als minister van waterstaat ziet haar manoeuvre om een commissie de angel uit het dijkenprobleem te laten halen, met succes bekroond.

Kan de kiezer gerust zijn? De kiezer moet verschrikkelijk goed opletten om alles te volgen. Dan is er wel een draad te ontdekken. Nederland is in de eerste plaats een beheersprobleem. Los van alle ethiek en schone verhalen. Ook het gemoraliseer heeft uiteindelijk een praktische functie: de boel met zo min mogelijk ruzie beheersbaar houden.

Daar zijn niet te veel elementen van een directe democratie bij nodig. Legitimatieproblemen zijn voor de zwaar afgestudeerden. Het volk wil gewoon dat de zaak loopt, als het kan met een paar centen extra op zak. Als dat even niet kan, verzin je een optische koppeling tussen onvergelijkbare dingen als huurwaardeforfait, uitkeringshoogte en inflatiecorrectie.

Zoals je de dijkverzwaring na een jaartje studeren laat doorgaan, met opgefriste goede voornemens, maar weinig garanties. De burger moet iedere meter blijven opletten. Anders krijgt hij de raarste compromissen voor z'n kap.