Volksgerichten

Van het drama in Waco, Texas worden een film en twee boeken gemaakt, of andersom of veel meer.

Het mag cynisch zijn - voor de identificatie van de slachtoffers is voltooid zijn ze al door de publiciteit in beslag genomen om er geld uit te kloppen - maar een wonder of iets nieuws is het evenmin. Billy Wilder heeft een mooie film gemaakt over een mijnramp. Terwijl onder de grond het reddingswerk voortgaat wordt boven op het terrein van het ongeluk langzamerhand een kermis opgebouwd ten behoeve van de horden toeschouwers die zich beginnen te vervelen als van onder de grond niets sensationeels te melden valt. De televisie was toen nog niet zo ver gevorderd.

Over Waco valt een magnifiek eigentijds drama te maken waarin zowel de moderne godsdienstwaanzin van een mislukte rock 'n roll ster als de al te menselijke aarzeling van een beginnende president en de fatale vergissingen van de plaatselijke ijzervreters aan de orde komen. Zelden zullen er zoveel hyper-postmoderne elementen in één levensecht drama zijn samengeperst. Degenen die het nu cynisch vinden dat Hollywood zich erop stort, staan straks in de rij voor de film. Wat is er eigenlijk voor bezwaar tegen film en boek, ook zo snel mogelijk, als alles nog vers in het geheugen ligt? "Maar op deez' aard, waar daden als verhaaltjes achterblijven, leeft altijd voort wie wist te schrijven', aldus ongeveer een paar dichtregels van E. du Perron.

Dat was voor de tijd waarin de publiciteit een extra-macht was die zich aan alle andere machten hecht, als de loodsvis aan een haai, als een parasiet die langzaamaan de tiran van zijn gastheer wordt. Het drama van Waco gaat dan ook niet over het filmen en schrijven op zichzelf maar over de haast waarmee men zich van de lijken meester maakt. En zelfs deze haast, hoe onsmakelijk, of onbeschaafd ook, (verouderd begrip) hoeft niet te verhinderen dat er iets ontstaat dat straks de moeite waard wordt bevonden. De eerste anatomen lieten zich voor hun materiaal bedienen door dieven, de body snatchers die de verse lijken uit de groeve stalen. De medische wetenschap is er, door de eerzucht, het vakmanschap - wie zal het scheiden - van deze anatomen op vooruitgegaan, hoewel op bodysnatching de doodstraf stond.

Waarom zouden we ons dan druk maken over de exploitanten van de dag, die ons voor een kwartier verveling behoeden en ons tegelijkertijd op de hoogte stellen van alles wat er in de wereld gebeurt dat ons aangaat en de moeite van het aanzien waard is? Het zou mooi zijn als op zo'n manier twee vliegen in één klap werden geslagen. Maar hoe meer een gebeurtenis "het aanzien waard' is, hoe meer de media hun best doen dit aspect te vergroten ten koste van de andere aspecten. Alle grote gebeurtenissen dagen het publiek uit tot oordelen; alle dragen de kiem van een volksgericht in zich. Ieder volksgericht is eenzijdig. Een grote gebeurtenis waarvan het aspect dat "het aanzien waard is' dag in dag uit door de media wordt geëxploiteerd, verschijnt als de helft van de gebeurtenis. Het publiek velt zijn oordeel over een gegeven dat zich via de media in zijn aanzien ver van de werkelijkheid heeft verwijderd.

Ik geef toe: dit zijn rijkelijk theoretische overwegingen, maar ze komen voort uit de praktijk van alle dag, bij de uitreiking van de AKO-prijs zo goed als in de beoordeling van de Amerikaanse president. Aan het einde van de week zal er een oordeel worden geveld over de eerste honderd dagen van Clinton. Men zal dan overwegend vernemen dat hij geen sterke president is, een man die aan Jimmy Carter doet denken, meer een praatjesmaker dan een dadensteller, een politicus die zo goed is in het maken van waslijsten dat hij aan de was zelf niet toekomt. Deze veroordeling van iemand die in vergelijking tot zijn beloften en optreden in de verkiezingscampagne tekortschiet, zal zeker dramatische kwaliteiten hebben die op zichzelf "het aanzien waard' zijn. De honderd dagen van Clinton hebben dan de aanzet gegeven tot een volksgericht waarvan het oordeel hem de rest van zijn presidentschap tot last zal zijn.

Is het rechtvaardig en is het terecht? Rechtvaardigheid is in dit verband, en zeker in de Amerikaanse politiek, geen bruikbaar begrip. Wie niet tegen de krachten van de demagogie bestand is, kan geen president van de Verenigde Staten worden. In de campagne heeft hij bewezen tegen de zwaarste demagogische aanvallen bestand te zijn. Dit oordeel over zijn honderd dagen zal hem dus niet verslaan. Maar is het terecht? Het is waar: de afgelopen drie maanden is hij er niet in geslaagd twee belangrijke doelstellingen nader tot verwerkelijking te brengen. Het economische hervormingsplan ligt gehavend op nieuwe behandeling te wachten. Evenmin heeft de president zich laten zien als de krachtige persoonlijkheid die de politiek van de westelijke wereld een begin van nieuwe oriëntatie ging geven. De top met Jeltsin is goed afgelopen en de Russische president heeft daarvan kundig gebruik gemaakt waardoor hier het gelijk van Clinton voorlopig bewezen is. Maar werkelijke tegenstand hoefde hij er niet voor te overwinnen. De echte heroriëntering van Washington is tot nu toe vastgelopen in de Joegoslavische burgeroorlog.

"Objectief' heeft het volksgericht dus gelijk als het een gebrek aan grote daden in de eerste honderd dagen vaststelt. Maar een volksgericht bestaat niet dankzij zijn objectiviteit, het is niet uit op een oordeel maar op heiligverklaring of als dat niet kan, vernietiging. Honderd dagen zijn te weinig om een grondslag te leggen die moet dienen tot reconstructie van de westelijke wereld na de Koude Oorlog. Binnen de grenzen van die doelstelling zou de nieuwe Amerikaanse politiek beoordeeld moeten worden. Daarvoor zijn honderd dagen te weinig en volksgerichten waardeloos.