Trainer Anderlecht redt carrière van John Bosman

LONDEN, 28 APRIL. Vier maanden geleden nog kon er geen lachje af bij Johnny Bosman. Als een dood vogeltje zat hij bij Anderlecht in de dug-out troosteloos voor zich uit te staren. Zijn profcarrière, die begon bij Ajax en hem via KV Mechelen en PSV in het Brusselse Astridpark bracht, leek op een dood spoor beland. Bij het Nederlands elftal was hij al drie jaar uit beeld. Laatste interland: 28 maart 1990 in Kiev tegen de Sovjet-Unie (2-1).

Wie hem begin januari voorspelde dat hij eind april met Oranje naar Wembley zou reizen, had hij absoluut voor gek verklaard. Bosman: “Ik wist niet meer wat ik nog bij Anderlecht moest doen. Je weet dat je kwaliteiten hebt. De eerste zes wedstrijden van de Belgische competitie scoorde ik vier keer. Toen werd ik ziek, kreeg ik een blessure en Peter van Vossen raakte in bloedvorm. Ik kon op de bank gaan zitten en kwam er niet meer vanaf. Ajax wilde me graag huren. Dat zag ik natuurlijk wel zitten. Een mooiere oplossing was bijna niet denkbaar. Maar Anderlecht liet me niet gaan. Toen dacht ik: Wat willen ze nu met me? Ik houd het hier niet meer uit.”

Maar niets is zo veranderlijk als topvoetbal. Op 15 januari kwam het keerpunt in de misère van Bosman. Die dag nam Jan Boskamp, een liefhebber van attractief voetbal, bij Anderlecht het roer over van de behoudende trainer Luka Peruzovic. In een individueel gesprek maakte hij aan Bosman duidelijk hoe hij wilde gaan spelen. En dat klonk de spits uit Bovenkerk als muziek in de oren. “Boskamp zei tegen mij: Ik ga van jou weer de Johnny Bosman maken die ik ken van Ajax en Mechelen. De eerste weken veranderde er weinig. Net toen ik wilde vragen waar die kans nou bleef die ik zou krijgen, raakte Peter van Vossen geblesseerd waardoor ik mijn basisplaats weer terugkreeg.”

Van Vossen en Bosman zitten elkaar voortdurend in de weg. Bij Anderlecht, bij het Nederlands elftal. Het is de een z'n dood, de ander z'n brood. Toch gaan beiden als vrienden met elkaar om, slapen ze zelfs bij elkaar op de kamer ten tijde van uitwedstrijden en trainingskampen. Bosman: “Met hem heb ik echt een fantastisch contact. Peter bevindt zich bij Anderlecht nog steeds in een rotsituatie. Wat ik heb doorgemaakt, geldt nu voor hem. Er zijn twee plaatsen voor drie centrumspitsen. Om Nilis kunnen ze niet heen. Dit komt keihard aan als je van die concurrentiestrijd het slachtoffer wordt. Afgelopen vrijdag zou Peter invallen voor Wim Kooiman. Emmers moest daarvoor doorschuiven naar de libero-

positie. Maar Kooiman maakte een schitterend doelpunt, waardoor de trainer hem niet meer wilde vervangen.''

Jan Boskamp heeft Johnny Bosman het plezier in het leven teruggegeven. Ineens oogt hij weer als het vrolijke jongetje van de klas, zoals we hem kennen van Ajax toen hij een ijzersterk tandem vormde met Marco van Basten. “Er wordt onder Boskamp veel meer over de vleugels gevoetbald”, vertelt Bosman over de metamorfose die de ijzersterke Belgische kampioen heeft ondergaan. “Toen Peruzovic trainer was kwamen alle ballen in het centrum van de aanval in een trechter terecht. Boskamp probeert ook met een inschuivende libero te spelen. Zeer on-Belgisch allemaal. Boskamp is een trainer die enthousiasme uitstraalt en dat slaat over naar de groep. Hij ziet heel goed wat er leeft onder de spelers. Als er problemen zijn worden die meteen uitgepraat. Ik vind Boskamp niet te eenvoudig voor het chique Anderlecht. Het was voor hem inderdaad even wennen dat hij plotseling elke dag met een stropdas moet rondlopen. En die spijkerbroek waarmee hij bij Beveren en Kortrijk altijd verscheen, kan hij nu ook wel thuis laten. Maar voetbal is een simpel spelletje. En wij zijn allemaal simpele jongens. Daarbij past een trainer als Boskamp. Hij weet bovendien precies het concept te bedenken dat wij allemaal graag willen spelen. En dat lijkt veel op de aanpak van Ajax.”

De kopsterke John Bosman staat in goede doen garant voor doelpunten. Bij Ajax maakte hij in een seizoen al eens 27 treffers. Bij KV Mechelen in het eerste jaar achttien, in het tweede jaar zestien. Toen opereerde hij vooral vanuit de tweede lijn. Bij PSV raakte de loopbaan van Bosman voor het eerst in de versukkeling. “Wel meer spelers vallen daar in een donker gat. Buiten het veld had ik het in Eindhoven naar m'n zin, maar in de wedstrijden kon ik bij die club niet aarden. Ik won op een gegeven moment geen enkel kopduel meer.”

Voor de periode PSV was John Bosman, afkomstig van het Amstelveense RKAVIC, een vaste keus voor de selectie van het Nederlands elftal. Leo Beenhakker maakte kort voor het WK in 1990 een voorlopig einde aan zijn interlandcarrière door zijn oogappel John van Loen te verkiezen boven de wat minder meedogenloze Bosman. De spits "vluchtte' aangeslagen op vakantie naar de Verenigde Staten waar het hele toernooi in Italië hem gestolen kon worden. “Ik ben Beenhakker daarna nog weleens tegen gekomen. Het bleef bij een kort "hallo'. Laten we het maar vergeten. Het was voor hem toen een moeilijke beslissing.”

In de wedstrijd tegen San Marino had hij er eigenlijk al bij moeten zijn. Een enkelblessure verhinderde toen zijn rentree in Oranje. Bosman had er veel voor over gehad om te spelen. Desnoods zelfs met een injectie, maar Advocaat zag op de eerste beste training dat de spits te veel pijn had om zich optimaal te kunnen geven.

Op Wembley maakt Bosman alsnog een kans op een come-back in Oranje. Het geluk lacht hem toe want weer zijn concurrenten als Van Basten en Kieft afwezig. Bondscoach Dick Advocaat probeerde maandag op de training een voorhoede uit met Bosman als diepste spits, Bergkamp erachter, terwijl de flanken werden bezet door Overmars (links) en Gullit (rechts). Gisteren trainde Gullit apart en viel Advocaat in een later stadium terug op hetzelfde stramien. In 1988 speelde Bosman al eens met Oranje op Wembley (2-2) en hij scoorde toen met een gave kopbal. “Dat stadion deed me toen wel wat. In Italië heb je mooie accommodaties, maar Wembley blijft toch iets aparts. Het is werkelijk een genot over dat veld te lopen. Het heeft de maximale afmetingen en elk grassprietje is met een nagelschaartje geknipt. Als ik speel zal ik wel weer te maken krijgen met Tony Adams. Die man is twee meter lang. Alleen met een goede timing kan ik tegen hem een kopduelletje winnen.”