Rus populair

In een poging de rijken in Nederland te houden, kwamen de Kamerleden Vreugdenhil (CDA) en Vermeend (PvdA) onlangs met het voorstel de druk van de vermogensbelasting te verlagen. Juichkreten over deze aanpak verkeerden in jammerklachten toen bleek dat het plan wordt gefinancierd met de aanpak van rentegroeifondsen. Die bieden een al lang bestaande legale mogelijkheid om onbelast rente te genieten; het laatste jaar werd er veel voor geadverteerd. De aanpak van de fondsen illustreert dat de politiek zich er weliswaar bij neerlegt dat sommigen onder belastingheffing weten uit te komen, maar in actie komt zodra de betrokken constructie op grote schaal wordt toegepast.

Overeenkomstig dat principe pakken er dreigende wolken samen boven een fiscale constructie die bekendstaat onder de naam "de RUS'. De constructie, bedoeld voor directeuren met een eigen BV, werd tot voor kort slechts door enkelen toegepast. Zij is eigenlijk verbluffend simpel. De door de directeur zelf beheerste BV besluit hem zijn salaris voortaan maar ééns in de vijf jaar in één bedrag uit te betalen. De directeur ontvangt dan vier jaar geen salaris. Dat is voor hem niet zo erg als hij toch nog een flink bedrag van zijn BV te vorderen heeft. Zo'n vordering kan bij voorbeeld ontstaan bij de overgang van een eenmanszaak naar een BV. De directeur kan dan vier jaar leven van de terugbetaling van die vordering. Als hij ook rente-inkomsten en dergelijke weet te ontlopen (bij voorbeeld via een rentegroeifonds), heeft hij al die jaren geen fiscaal inkomen. Dat bespaart hem niet alleen inkomstenbelasting. Volgens de wet hoeven mensen zonder inkomen geen vermogensbelasting te betalen, ongeacht de omvang van het vermogen.

Voor de directeur uit het voorbeeld is de zaak dus prima voor elkaar; hij is vier jaar van de fiscus verlost. Voor de klap die in het vijfde jaar volgt kan emigratie naar België soms een oplossing bieden. Voor de BV ziet de zaak er ook zonnig uit. Die kan het jaarsalaris wel degelijk elk jaar van de winst aftrekken. Het wordt dan opzij gezet in de zogenaamde Reserve Uitgesteld Salaris (RUS). Dat geld kan de BV gewoon beleggen. Over de beleggingsopbrengst moet zij 35 procent vennootschapsbelasting betalen, terwijl die rente bij de directeur in het 60-procentstarief van de inkomstenbelasting zou vallen.

Veel gerenommeerde belastingadvieskantoren staan wat huiverig tegenover dergelijke constructies. Ze kunnen, door de irritatie die ze bij de fiscus veroorzaken, contra-produktief werken. Overigens ziet het er niet naar uit dat de inspecteur de RUS gemakkelijk kan aanpakken. Toch blijft het onzeker of de rechter de constructie als rechtmatig zal beschouwen.

Voor veel kleinere belastingadviseurs maakt dat niet uit. De problematiek van hun cliënten is niet zo ingewikkeld dat de welwillende medewerking van de inspecteur nodig is om de zaken snel en prettig af te doen. Bovendien beschouwen ze het spel met de RUS als een loterij zonder nieten. Accepteert de inspecteur de constructie, dan is er winst voor de cliënt; ligt de inspecteur dwars, dan valt men hooguit terug op de voorheen bestaande situatie.

De constructie staat nog niet in de belastinggidsen; alleen in Elseviers loonbelastingalmanak wordt hij verholen beschreven. Maar een half jaar geleden dook hij in volle omvang opeens op in een van de nieuwsblaadjes met tips voor kleinere belastingadviseurs en accountants. Dat lijkt een aanzet te zijn geweest voor een spectaculaire stijging die de belastinginspecties signaleren in het gebruik van de RUS-constructie. De golf van RUS'en zal alleen maar groter worden nu de constructie ook opduikt in de talloze bladen waarin belastingadviseurs een fiscale rubriek schrijven, zoals deze week het blad van de Vereniging van Participatiemaatschappijen.

Opeens gaat het hard. De ene schrijvende adviseur wil niet achterblijven bij de andere; advieskantoren die de constructie afwezen, krijgen cliënten over de vloer die nu ook aan de RUS willen. Zoiets heeft het karakter van een lawine. Terwijl staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) en zijn belastingdienst alleen nog onmacht uitstralen, begint de Tweede Kamer onrustig te worden. Vreugdenhil en Vermeend willen een verplicht minimumsalaris voor directeuren van BV's die zelf een groot aandelenpakket in handen hebben. Het gaat om tweemaal het minimumloon, dus ruim 50.000 gulden. Bovendien mag de directeur niet minder verdienen dan zijn hoogstbetaalde werknemer. Er kunnen overigens uitzonderingen worden gemaakt voor verliesgevende bedrijven. Die kunnen de RUS-constructie namelijk echt nodig hebben om liquiditeiten te sparen. Voorts willen de Kamerleden af van de regel dat mensen zonder inkomen per definitie zijn vrijgesteld van de vermogensbelasting. De rijken mogen zich in een grote politieke belangstelling verheugen, al zullen velen van hen er niet erg blij mee zijn.