Ruimte verdere verlaging rente

AMSTERDAM, 28 APRIL. Vanochtend heeft de Bundesbank de Repo-tarieven van 8,09 procent tot 7,75 procent (ondergrens) verlaagd.

Hiermee is voor DNB ruimte gecreëerd om de Nederlandse officiële rentetarieven te verlagen. Een verlaging van alleen de beleningsrente (thans 8,7 procent) in dezelfde orde van grootte als in Duitsland (minus 34 basispunten) is in de huidige tarievenconstellatie niet mogelijk. Immers, de voorschotrente, die fungeert als ondergrens van het beleningstarief, ligt op 8,5 procent. Mocht DNB daadwerkelijk de officiële tarieven verlagen - hetgeen ook mogelijk wordt gemaakt door de sterke gulden - dan vindt een congruent verloop plaats met de vorige week. Toen verlaagde de Bundesbank het disconto met een half procentpunt en het Lombardtarief met een kwart procentpunt tot respectievelijk 7,25 procent en 8,5 procent, terwijl DNB "slechts' het beleningstarief met 0,2 procentpunt verlaagde tot 7,7 procent. De verlaging van de Repo-rente biedt niet alleen DNB ruimte tot verdere verlagingen van de officiële tarieven, doch ook de Bundesbank zelf. Het is daarom niet uitgesloten dat in mei het disconto en/of de Lombardrente opnieuw worden verlaagd.

Dat de Bundesbank voortgaat op het pad van renteverlagingen is gezien het negatieve inflatienieuws schijnbaar opmerkelijk. Voorlopige cijfers duiden op een inflatie van 4,3 procent in april. Bedacht dient echter te worden dat de inflatie voornamelijk wordt aangewakkerd door de overheid en door de dienstensector. Vanuit de industrie, waar de recessie het meest manifest is, is de prijsdreiging thans minimaal. Omdat het einde van de recessie in Duitsland nog niet gloort, mag worden verwacht dat ook in de dienstensector de inflatiedruk afzwakt. Dit vooruitzicht heeft bij de beleidsmakers in Frankfurt blijkbaar sterk meegespeeld bij het besluit tot renteverlaging. Waarschijnlijk wil de Duitse centrale bank de kapitaalmarkt ertoe overhalen om dezelfde inflatievisie te volgen, waardoor de lange rente verder zou kunnen dalen. Tot dusver is het immers zo dat de verlagingen van de officiële tarieven vanaf begin maart per saldo niet meer tot een lagere kapitaalmarktrente hebben geleid, terwijl de geldmarktrente in dezelfde periode met circa 55 basispunten is gedaald. Een en ander betekent dat de rentestructuur geleidelijk vlakker wordt, een teken van een verruiming van het monetaire beleid. De conjuncturele situatie in Duitsland en Nederland in aanmerking genomen, kan dit niet anders worden bestempeld als een positieve ontwikkeling.

Vertonen de langere geldmarkttarieven een daling na de rentestappen door de Bundesbank en DNB, het kortste geldmarkttarief, de daggeldrente, liep aan het einde van de verslagweek iets op. Deze stijging hing samen met geldmarkttechnische verhoudingen en stond los van de monetaire beleidswijzigingen van de Bundesbank en DNB. De geldmarktverruimende werking uit hoofde van netto-overheidsbetalingen van 3,3 miljard gulden werd teniet gedaan door een verhoging van de kasreserve met 4,6 miljard gulden. Ondanks een wat hogere belening werd het begin van de nieuwe contingentsperiode gekenmerkt door relatief krappe geldmarktverhoudingen, waardoor de banken niet in staat bleken om een besparing op het verbruik te realiseren.

Bron: Economisch Bureau ING Bank