Rozen voor de Oostduitse Gorbatsjov

In Dresden staat de laatste premier van de DDR, Hans Modrow, terecht op beschuldiging van vervalsing van verkiezingsuitslagen in 1989. Een afrekening met het verleden.

DRESDEN, 28 APRIL. Blijft er van ons leven, van onze DDR, dan helemaal niets over? Moeten jullie Westduitsers nu ook nog onze Hans Modrow slopen, de man die jullie media vier jaar geleden nog vierden als "Oostduitse Gorbatsjov' en Hoffnungsträger? Moet de laatste communistische DDR-premier (13 november 1989-12 april 1990), een 65-jarige, sober levende jogger, een man die als partijsecretaris in Dresden ('73-'89) vele jaren conflicten had met Erich Honeckers machtige SED-politburo, alsnog de geschiedenis in als een bedrieger, een vervalser van verkiezingsuitslagen? Moet hij worden veroordeeld en dan dus ook nog eens zijn lidmaatschap van de PDS-fractie in de Bondsdag verspelen?

Vermoeide woede beheerst de oude Oostduitse partijgenoten die achter in de kale zaal 145 van het Dresdense Landgericht bij de vierde dag van het proces-Modrow zitten. Sommige vrouwen hebben met een bosje rozen of anjers naar hem gezwaaid, mannen hebben hun vuist opgestoken. Modrow staat terecht omdat hij ervan wordt verdacht als regionaal Dresdens SED-vorst in mei 1989 opdracht tot vervalsing van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen te hebben gegeven. Met een hoofdknikje brengt hij zowel tot uitdrukking dat hij dankbaar is voor het medeleven alsook dat hij eigenlijk niet zo houdt van emotionele gestes. Hij vouwt het vroegere partijblad Neues Deutschland open, dat vorige week kopte: "Honecker vrij - Modrow voor de rechter'.

Hans Modrows biografie is hartverscheurend. Arbeiderskind uit de buurt van Stettin, geboren 27 januari 1928. Begin 1945 net oud genoeg om een uniform aan te hebben en (voor bijna vier jaar) in Russische krijgsgevangenschap te raken. Zijn ouders vluchten naar West-Duitsland en hij zal ze nooit meer zien. Zelfs hun begrafenis kan hij niet bezoeken, want dat is onmogelijk nadat zijn SED-carrière in de DDR eenmaal is begonnen. Daar groeit hij in de loop van de jaren tachtig uit tot een herkenbaar voorstander van hervormingen, tot een door het politburo onbeminde dwarsligger. Als hij zomer 1989 voor de eerste keer in West-Duitsland is, op bezoek bij de SPD, lanceert Der Spiegel hem als "alternatief voor Honecker'. Een halfjaar later, hij is net DDR-premier en spreekt Kohl in Bonn, zegt kanselarijminister Rudolf Seiters lovend: “De chemie tussen hen klopt.” Weer even later heeft Kohl geen SED'ers meer nodig, dan is hij zelf - zij het tijdelijk - de populairste politicus in Oost-Duitsland geworden.

Rechts voorin de in grijs en groen gehouden zaal zitten twee jonge, uit Baden-Württemberg afkomstige officieren van justitie. Ze zijn speciaal gedelegeerd. Tegenover hen zitten Modrow en zijn verdedigers, onder wie Friedrich Wolff (70, die ook Erich Honecker verdedigde), alsook drie andere aangeklaagden, destijds assistenten van de SED-rayonsecretaris in Dresden.

Pag.4: Dit is een politiek proces

Daartussen zit, met een voor veel Oostduitse mannen kenmerkende baard rond een jong gezicht, rechter-voorzitter Rainer Lips, die het in deze ambiance soms iets te moeilijk lijkt te hebben. Dat zal tijdens de getuigeverhoren nog blijken.

De toon heeft de vroegere DDR-premier zelf gezet. Hij kwam vorige week op de eerste procesdag met een verklaring waarin hij de Oostduitsers als de bedrogen bewoners van een Westduits wingewest schetste. En zichzelf als iemand die, als enige (en bekendste) van de 15 vroegere regionale SED-chefs, in dat kader kennelijk politiek geëlimineerd moet worden.

Dat hij zichzelf op deze manier als een soort Oostduitse heilige een ruime slachtoffersjas omhing, is Modrow in West- en Oost-Duitsland niet overal in dank afgenomen. Oostduitsers die vroeger op politieke gronden door de SED werden vervolgd, hebben groot bezwaar gemaakt. Op dit stuk onverdachte bladen als de Süddeutsche Zeitung en Der Spiegel hebben zijn zelf geproclameerde martelaarschap nogal scherp aangevallen. Vervalsing van verkiezingsuitslagen was strafbaar volgens de DDR-wet, het nut van het Modrow-proces is dat kan blijken hoe en door wie dat is geschied, de strafmaat is een andere zaak, aldus de Süddeutsche.

Hans Modrow ziet dat anders. “Dit is een politiek proces”, begon hij vorige week zijn verklaring van een uur. “Voor mij is het een perfide, huichelachtige vertoning. De justitie van de Bondsrepubliek probeert raadsverkiezingen in de socialistische boeren- en arbeidersstaat achteraf te beschermen. Ze jongleert daarbij imposant met het recht van de DDR enerzijds en dat van de Bondsrepubliek anderzijds, tot met veel geluk uit een "niet meer strafbaar' en "nog niet strafbaar' het gewenste "schuldig' is bereikt. Ze ziet er nauwgezet op toe dat vooral niet onbestraft blijft dat de kandidaten (in 1989) in plaats met 89 met een vervalste 99 procent gekozen werden. Dat die vervalsing slechts diende om enkelen in de DDR-leiding een onbeschadigde socialistische wereld voor te toveren, is juridisch niet relevant.”

Daarmee had Modrow gedoeld op wat hem allereerst ten laste is gelegd. Namelijk dat hij persoonlijk opdracht had gegeven om in het nerveuze veertigste jubileumjaar van de DDR te zorgen voor "een goede uitslag', die de SED-top in Berlijn zou bevallen. Dat ontkent hij, al heeft hij wel toegegeven dat hij in het algemeen de lokale en regionale partijkaders, dus ook mensen die in de stembureaus toezagen, had opgeroepen om via "bekeringswerk' voor een goede uitslag te zorgen voor het "Nationale Front', waarin alle toegelaten partijen waren samengebracht.

Aldus geschiedde, in de hele DDR trouwens, en met opvallend succes. De opkomst en de SED-score werden kunstmatig met tien procent opgekrikt tot een Stalinistisch percentage in de buurt van 100. Die gebeurtenis was voor boze Oostduitse burgerbewegingen, voor dissidente groepen als Demokratie Jetzt, Neues Forum en Demokratischer Aufbruch genoeg om de vlam helemaal in de pan te laten slaan.

Van die fraude van 7 mei naar de Oostduitse Wende - "wij zijn het volk!' - die de jubileumgast Michail Gorbatsjov najaar '89 in de DDR meemaakte en stimuleerde loopt zelfs een rechte lijn. Dat die lijn nog verder doorliep, en uitmondde in "Wij zijn één volk!' en de Duitse eenwording onder leiding van Helmut Kohl, hadden Gorbatsjov noch die dissidenten gewild of voorzien.

Iemand die nog even doorging voor een Oostduitse Kennedy, namelijk de intussen nagenoeg vergeten vroegere Dresdense burgemeester Wolfgang Berghofer, heeft wél toegegeven dat hij wist van die fraude en dat hij had meegewerkt "aan de vervalsing van wat toch al vals was'. Berghofer is begin vorig jaar tot 35.000 Mark boete en een jaar voorwaardelijk veroordeeld. Het Hooggerechtshof heeft dat oordeel bevestigd, cassatie bij het Constitutionele Hof loopt nog. Het proces-Berghofer, in dezelfde zaal van het Dresdense Landgericht, vormde zelfs de directe aanleiding voor de opheffing van Modrows parlementaire immuniteit en zijn vervolging. Want het Openbaar Ministerie hield zijn verklaringen als getuige daar voor meinedig.

Deze dinsdag wordt spannend, zeggen de voorbeschouwingen. Op de rol staan als getuigen ex-prominenten als Manfred Gerlach (64), die nog heel even voorzitter van de DDR-staatsraad was en bovendien vele jaren voorman van de "liberale blokpartij' LDPD, Horst Dohlus (67), ex-lid van het SED-Politburo en - als onbetwist klapstuk - Egon Krenz (56), Honeckers politieke pleegkind en uiteindelijk ook nog even (najaar '89) zijn opvolger als partijleider. Krenz heeft deze dag trouwens nog een bijzondere kwaliteit te bieden: hij was in 1989 voorzitter van de staatscommissie die de verkiezingen voorbereidde en begeleidde. Wat hem echter tot nu toe niet heeft belet om vol te houden dat hij van de fraude nooit iets had geweten of gemerkt.

Spannend? Gerlach blijkt een harde man, die bevestigt dat hij destijds al heel snel uit brieven en andere reacties begreep dat er met de uitslagen geknoeid was. Hij had dat onder meer bij Krenz' verkiezingscommissie gemeld. En ook bij de procureur-generaal. Maar het was daarna "officieel' stil geworden, en dat was hij zelf toen ook maar gebleven.

Ja, Gerlach had later wel gemerkt dat Modrow, toen die eenmaal premier was geworden, wegens de aanhoudende woede van de Oostduitse burgerbewegingen de fraude wél veroordeeld wilde zien ("die koe moet van het ijs'). Maar dan toch zo dat de kwestie ook direct van tafel zou raken, bijvoorbeeld door een gelijktijdig "generaal pardon' voor alle verantwoordelijken. Die mededeling is, Gerlach lijkt dat te beseffen, niet ongevaarlijk voor Modrow. En dus begint hij aan een lange politieke verklaring ten gunste van “mijn vriend Hans Modrow”, hoe de SED-top over hem sprak - "die vent in Dresden' - en hoe hij eind '89/begin '90 als DDR-premier “alles op alles had gezet om weer tot een geloofwaardige en levensvatbare DDR te komen”. Wie een hoge politieke functie had stond in de DDR zeer onder druk. “U hebt hier niet geleefd en u heeft geen politieke ervaring, u begrijpt dat niet”, zegt Gerlach tegen de Westduitse aanklagers die tegen deze verbale politieke excursie vruchteloos bezwaar maken bij rechter Lips. Gerlach doet er "in dit politieke proces' ongestraft nog een schepje op: “Ik verzoek u als laatste staatshoofd van de DDR om dit proces te beëindigen.”

Spannend? Horst Dohlus is een vroeg-oude, verwarde man, die in niets doet denken aan de macht die hij als politburo-lid ooit had. Als de rechter hem zegt dat hij waar gewenst, gebruik kan maken van een recht om te zwijgen omdat in Berlijn een gerechtelijk vooronderzoek tegen hem loopt, barst hij bijna in snikken uit. “Wat, ik ben hierheen gekomen als getuige, ik ben geen verdachte.” Na een korte schorsing besluit Dohlus om helemaal niets te zeggen, hij mag naar huis.

Spannend? 's Middags komt Egon Krenz, een vlezige maar goed gesoigneerde man over wie ooit werd gezegd dat hij tegen zessen vaak Karl Marx door Johnny Walker verving. Krenz heeft zichzelf in interviews twee jaar geleden al eens als politieke opportunist getypeerd ("nee, held ben ik nooit geweest'). Hij is in zijn bliksemcarrière (voorzitter van de FDJ, de SED-jongerenclub, lid Politburo, opvolger Honecker) door alle DDR-wateren gewassen. Tegenwoordig is hij "Angestellter' (tot voor kort bij een Westduitse projectontwikkelaar), zegt hij onder enig gelach uit de zaal. Tegen u lopen elders ook nog twee gerechtelijke vooronderzoeken, benadrukt rechter Lips. Ja dat weet Krenz, en daarom had hij liever ook maar niets willen zeggen. Anticlimax: na 20 minuten verlaat ook Egon Krenz, na een krachtig Auf Wiedersehen!, de zaal.

Einde procesdag. Gerlachs verklaring bood veel politiek maar weinig juridisch interessante stof. Krenz en Dohlus zijn voor niets gekomen, dat had eigenlijk ook vooraf vastgesteld kunnen worden, laten de Westduitse aanklagers zachtjes horen. Zij kunnen het weten, want ze zijn alle twee rechter, thuis in Baden-Württemberg. De procesagenda wordt alvast herzien en verlengd tot eind mei.

Politici in Bonn praten weinig over het proces-Modrow. Maar zij denken er des te meer over na, mag worden aangenomen. Over de effecten ervan voor de toch al zwaarbelaste psychologische relaties tussen Oost- en West-Duitsland. Wat dat betreft heeft het proces heel weinig met politieke opportuniteit van doen. Het zou, politiek gesproken, eenvoudiger zijn geweest als het niet tot zo'n proces was gekomen. Of als Modrow en zijn verdedigers succes hadden gehad met hun eis dat het proces moet worden beëindigd omdat het DDR-recht niet meer bestaat terwijl de wetgeving van de Bondsrepubliek niet van toepassing is.

Voor velen in Duitslands buurlanden, bij wie schrik over de Duitse eenwording vergezeld ging van een plotseling opgebloeide posterieure liefde voor de DDR, zou straks namelijk wel eens kunnen opgaan wat Modrow vorige week alvast zei: “De uitkomst van dit met zoveel politiek engagement aangespannen strafproces zal een belangrijke, ook internationaal opgemerkte, graadmeter zijn voor de toestand van recht en democratie in het verenigde Duitsland. In zoverre heeft dit proces zin.”