Rechter weigert fokken met stier Herman te verbieden

DEN HAAG, 28 APRIL. De eis van de Dierenbescherming en de stichting Natuur en Milieu om het doorfokken met de genetisch gemanipuleerde stier Herman te verbieden, is vanochtend door de rechtbank in Den Haag afgewezen.

Het biotechnologiebedrijf Gene Pharming Europe in Leiden had eerder van minister Bukman (landbouw) toestemming gekregen door te fokken met Herman, wiens zaadcellen het gen voor het menselijke eiwit lactoferrine bevatten. Als Herman zich voortplant, zit bij zijn vrouwelijke nakomelingen lactoferrine in de melk. Dat eiwit kan worden gebruikt voor geneesmiddelen bij mensen, bijvoorbeeld tegen darminfecties. In december stemde de Tweede Kamer in met Bukmans besluit door te fokken met Herman.

Rechtbankpresident mr. A.H. van Delden deelde niet de mening van beide organisaties dat de zorgvuldigheid van het besluit van minister Bukman een fokvergunning te verlenen, ernstig te wensen heeft overgelaten. De bewindsman heeft evenmin onrechtmatig of onredelijk gehandeld. Ook is niet gebleken, aldus Van Delden, dat de minister in strijd heeft gehandeld met het "nee, tenzij'-principe; Nederland voert een "nee, tenzij'-beleid waarbij proeven met dieren juist alleen worden uitgevoerd als geen alternatieven voorhanden zijn. Het is ook niet aannemelijk geworden dat Bukman de gang van zaken rondom het experiment niet nauwlettend zou volgen.

Dierenbescherming en Natuur en Milieu vinden dat ethische grenzen worden overschreden door eigenschappen van dieren te veranderen. De discussie over Herman biedt mogelijkheden om daar duidelijke grenzen aan te stellen, aldus beide organisaties.