Orakelend een hap mensenbil eten

Alive. Regie: Frank Marshall. Met: Ethan Hawke, Vincent Spano, Josh Hamilton. In 23 theaters.

Op 13 oktober 1972 stortte er een klein vliegtuig neer in het Andesgebergte. Het was onderweg van Montevideo naar Chili en het merendeel van de vijfenveertig inzittenden behoorde tot een amateur rugby team uit Uruguay en hun familieleden. Bijna drie maanden later doken er onverwacht twee van de, inmiddels doodgewaande, inzittenden op. Zij bleken, samen met nog veertien anderen, de ontberingen van honger, koude en uitputting overleefd te hebben door de bevroren lijken van hun medepassagiers als voedsel te gebruiken.

Hun verhaal werd wereldnieuws dat menigeen zich nog zal herinneren en de auteur Piers Paul Read verwerkte in nauwe samenwerking met de overlevendenden de gebeurtenissen tot het boek "Alive' dat, in vele talen vertaald, al spoedig een bestseller bleek te zijn. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat Hollwyood niet eerder een film maakte naar deze geschiedenis, maar nu is het er dan van gekomen.

Deze film geeft de terugblik van een, nauwelijks nader gedentificeerde, overlevende. In principe kan hij elk van de zestien zijn. John Malkovich speelt hem, zonder dat hij daar een credit voor kreeg. Dat is vreemd, want zijn priemende, naar waanzin neigende ogen en verlegen stem, bieden elk van de verder weinig uitgediepte personages in elk geval iets meer persoonlijkheid. De film heet, net als Reads boek, Alive, en volgt dat tamelijk nauwgezet. En dat is jammer, want daardoor werden niet de specifiek voor film geschikte kwaliteiten van deze even verschrikkelijke als verbazingwekkende geschiedenis benut. Net na het, spectaculair geënsceneerde, neerstorten van het vliegtuig, realiseren we ons even dat we hier te maken hebben met een stel verwende playboys, maar dat, voor film zeer bruikbare, extra gegeven gegeven wordt al snel achterwege gelaten. Ook het feit dat het hier gaat om een sportteam dat misschien vooral overleefde omdat de spelers de rolverdeling in het veld in deze situatie voortzetten, wordt al snel verlaten. Het verhaalverloop wordt eerst gekneed naar het schema van de doorsnee rampenfilm: gewonden en stervenden, hysterie, doodsangst, verval van normen en de herverovering daarvan. Dan ligt de nadruk op de uitvoerige moreel-filosofisch gesprekken en overwegingen van de uitgemergelde overlevenden eer ze een scherp stuk glas zetten in een ondergesneeuwde dode bil, om een hap eten te bemachtigen.

Op schrift klinken die gesprekken nog lichtelijk acceptabel, maar regisseur Frank Marshall vervalt door het in beeld brengen van al dat, ook nog weinig overtuigend religieus, georakel onwillekeurig tot een pathos dat potsierlijk aan zou doen, als je niet wist hoe bitter het lot van deze mensen is geweest.