Nieuwe koers van kunsthistoricus valt slecht; Rembrandt-project uit elkaar

AMSTERDAM, 28 APRIL. Vier van de vijf leden van het Rembrandt Research Project (RRP) in Amsterdam, dat de authenticiteit van Rembrandts schilderijen onderzoekt, hebben hun medewerking aan het project opgezegd. De Amsterdamse kunsthistoricus prof.dr. Ernst van de Wetering zet het RRP voort met een kleine staf van specialisten.

Als reden voor hun opstappen geven de vier leden hun gevorderde leeftijd - allen zijn rondom de zeventig - , maar ook dat zij zich niet kunnen vinden in de nieuwe koers die Van de Wetering heeft ingezet. De vier hebben hun opstappen bekendgemaakt via een ingezonden brief in het toonaangevende internationale kunsthistorisch tijdschrift The Burlington Magazine. Zij waren sinds de oprichting in 1968 bij het project betrokken. De nieuwe aanpak van de ongeveer vijftien jaar jongere Van de Wetering kon volgens de brief weliswaar op hun “sympathie” rekenen, “maar bracht niet het enthousiasme teweeg dat nodig is voor een gezamenlijke koerswijziging”.

Van de Wetering staat een minder rigide classificering voor en wil meer ruimte voor overleg met specialisten alvorens definitief te publiceren of een Rembrandt "echt' is of niet. “De samenwerking is echter niet met een explosie geëindigd. Enkele mensen deden al langer niet meer echt mee”, aldus Van de Wetering, die vanaf het begin bij het project betrokken is. De vier zijn de oud-hoogleraar kunstgeschiedenis J. Bruyn, de oud-directeuren van het Amsterdams Historisch Museum B. Haak en van het Rijksmuseum S.H. Levie en de oud-directeur Schilderijen van het Rijksmuseum P.J.J. van Thiel.

Bij het Rembrandtproject wordt gewerkt met een indeling in drie categorieën: categorie A is voor schilderijen die definitief aan Rembrandt zijn toegeschreven, B is voor de twijfelgevallen en C is voor de "afgeschreven' Rembrandts. Van de Wetering is voorstander van een glijdende schaal. Hij vindt het afschrijven van schilderijen tekort doen aan de vele kennis die het onderzoek van een op zichzelf ook zeer waardevol schilderij oplevert.

Van de Wetering heeft al een aantal jaren geleden deskundigen op het gebied van schrift, tekeningen, archieven, natuurwetenschap en herkomsten bij het project betrokken.

Van Thiel zegt het volste vertrouwen te hebben in de voortgang van het project. “Het moment is aangebroken het aan jongeren over te laten. Toen wij ermee begonnen dachten we 5 tot 6 jaar nodig te hebben, inmiddels zijn we er 25 jaar mee bezig. Dat de opvattingen veranderd zijn moeten wij respecteren, ook al voelen wij ons er niet helemaal in thuis.” Het Rembrandtproject heeft tot nu toe geresulteerd in drie boeken, twee moeten er nog verschijnen.