Museum voor schilders Bergense School vrijdag open; Gehoorzaamheid lag hun niet zo

Tentoonstelling: Rond het Oude Hof, Museum Kranenburgh, Hoflaan 26, Bergen. Tot en met 5/9. Inl: 02208-98927.

Met de expositie "Rond het Oude Hof", schilders en beeldhouwers in Bergen 1910-1940 gaat overmorgen, vrijdag, het nieuwe Museum Kranenburgh in Bergen (NH) open. Voor het eerst in de geschiedenis van het kunstenaarsdorp zullen hier de hoogtepunten van de Bergense School getoond worden.

Aan het eind van de jaren vijftig stond de schilder Dirk Filarski zowat huilend op de Dam. Het warenhuis V&D veilde de collectie van de Amsterdamse mecenas en kunstverzamelaar P. Boendermaker en de schilderijen van Filarski gingen van de hand voor nog geen honderdvijftig gulden. Toentertijd had Nederland ternauwernood belangstelling voor de schilderijen uit de zogenaamde Bergense School. Geestverwanten en bentgenoten van Filarski als Leo Gestel, Else Berg, Gerrit van Blaaderen, Henri le Fauconnier, Harrie Kuyten, Arnout Colnot, de broers Wiegman en Jaap Weijand trof hetzelfde lot. Nu groeit de waardering voor deze schilders echter.

Het zijn slechts enkele namen uit de schildersgroep die bloeide tussen 1910-1940 in het Noordhollandse kunstenaarsdorp Bergen. Een collectie van ruim honderd schilderijen heeft onderdak gevonden in het negentiende-eeuwse pand Huize Kranenburgh, niet ver van de dorpskom gelegen aan de Hoflaan, de door beuken omzoomde weg die met een wijde bocht voert langs de heerlijkheid het Oude Hof.

Een schilderij uit de Bergense School is uit duizenden te herkennen aan de sombere kleurstelling (veel oker, zwart, diepgroen) en de hoekige, expressionistische lijnvoering, genspireerd door het kubisme. Het is een schildersstroming van stillevens en landschappen, minder van portretten. Gehoorzaamheid aan opdrachtgevers lag deze schilders niet zo. Het expressionisme inspireerde hen niet alleen om met forse, grove streken en het paletmes te werken, ook vonden ze in landschappen en stillevens de vrijheid tot het uitdrukken van hun veelal zwaar-op-de-handse levensgevoel. De dreiging en de nasleep van de Eerste Wereldoorlog lieten hen niet onbekommerd. Van het liefelijke impressionisme van de Haagse School moesten ze niets hebben: bij de Bergense schilders hebben voorwerpen als opengeslagen boeken, hooischelven, vazen, flessen, boerderijen en bomen nadrukkelijk een massa. Alles staat stevig en onwrikbaar binnen de lijst van het schilderij. Het impressionisme is ver achter de zwarte horizon verdwenen. Onder de smeulende gloed van het Bergense palet gaat een felle hartstocht schuil, te vergelijken met de Duitse schildersgroepen als Die Brücke en Die blaue Reiter.

Nu ik voor het eerst in de gelegenheid ben de stroming in al haar verschillende facetten te bekijken, kom ik eerder op de dichter Marsman dan de hierom geprezen Gorter als dichter die het levensgevoel van de Bergense School uitdroeg. Maar zover ik de boeken over Bergen erop nalas, heeft Marsman zich nooit intens met de kolonie gelieerd, waar Adriaan Roland Holst als een dichtervorst heerste.

Iedereen heeft weleens de droom van een ideaal museum. Overzichtelijk, goed en niet overdadig belicht, geen potsierlijk-uitleggerige teksten naast de werken. Kortom, een museum dat iets biedt om zelf te ontdekken en te ondergaan. Ook moet er de mogelijkheid zijn af en toe de blik naar buiten te laten dwalen. Museum Kranenburgh, waar het Noordhollands Kunstcentrum de collectie in de loop van de jaren heeft opgebouwd, benadert dicht dat ideaal.

Nu zoveel dramatisch getoonzet werk in de hoge vertrekken van de voormalige burgemeesterswoning kan worden gezien, is het begrip Bergense School aan een herijking toe. Nog te vaak wordt Leo Gestel als de grote roerganger van de beweging gezien, maar bij nadere beschouwing blijkt de Fransman Henri le Fauconnier de inspiratiebron te zijn. Deze kubist brak rond 1910 in Parijs met de heersende schildertradities en kwam via Zeeland en Amsterdam naar Bergen. Daar had hij een diepgaande invloed op Gestel, Colnot, Germ de Jong en ook op de Amsterdamse schilder Piet van Wijngaerdt die in de stijl van de Bergense School een vorm vond om het Hollandse landschap als grauw, stug en sonoor uit te beelden. Aan Le Fauconnier wijdt het Frans Halsmuseum dit najaar een tentoonstelling.

Museum Kranenburgh zal zich in de toekomst niet beperken tot de Bergense School. Er komen tijdelijke exposities met Bergen als uitgangspunt. Naast schilder- en beeldhouwkunst krijgen ook muziek en literatuur aandacht, vanaf 1900 tot heden. Want Bergen bevat kennelijk een "geheim"; het is, om met Roland Holst te spreken een "bezield" dorp, dat niet alleen schilders en dichters maar ook componisten aantrok.