Met een gevangenisstraf boven het hoofd afkicken

Druggebruikers die een straf boven het hoofd hebben hangen kunnen met Justitie een contract afsluiten. Onder de dreiging alsnog hun straf te moeten uitzitten leren zij op het Buitencentrum in Beneden- Leeuwen verantwoordelijkheid te dragen en met autoriteiten om te gaan. Het vijfde en laatste deel van een serie over afkickcentra.

BENEDEN-LEEUWEN, 28 APRIL. Ton (36) heeft “het gros van de gevangenissen in Nederland wel van binnen gezien”. Via een speciale regeling met Justitie en de reclassering zit hij nu in het Buitencentrum in Beneden-Leeuwen, een afkickcentrum waar volgens directeur Gijs de Jong alleen mensen zitten met “een vreselijk justitieel verleden”.

Ton heeft nog een half jaar voorwaardelijk boven het hoofd hangen. Houdt hij het in het Buitencentrum niet vol, dan moet hij zijn straf alsnog uitzitten. Ruim acht maanden geleden zat hij nog in een huis van bewaring wegens overtreding van de Opiumwet. Wekenlang heeft hij vanuit de bajes iedere dag naar het Buitencentrum gebeld. Ton: “Omdat ik dat zo stug volhield, begrepen ze dat ik echt gemotiveerd was.”

Vijf van de acht bewoners van het Buitencentrum hebben een contract met Justitie getekend. Het centrum, een voormalige pastorie met uitzicht op de Waal en de Betuwe, is onbeveiligd. Hekken staan er alleen om de schapen en kippen binnen te houden. Mavis, een gespierde 36-jarige vrouw van Surinaamse afkomst, vertelt hoe zo'n contract tot stand komt. “Ik heb de laatste zes jaar zeven keer gezeten. Dat heeft mij nooit geholpen. De reclassering vertelde me over het Buitencentrum, toen ik de laatste keer in afwachting van mijn vonnis vastzat. Dat sprak me wel aan.”

Op aandringen van de reclassering besliste de rechter dat Mavis naar het Buitencentrum mocht. Haar onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd omgezet in een voorwaardelijke. Draait ze hier niet goed mee, dan moet ze vrijwel zeker alsnog de gevangenis in. Na drie maanden behandeling moest ze, zoals in het contract was vastgelegd, voorkomen, zodat de rechter kon bepalen of ze mocht blijven. Mavis: “Ik deed het hier goed, dus ik mocht blijven.”

Niet bekend

De Jong waarschuwt voor een overmaat aan dwang. Mensen achter gesloten deuren laten afkicken lijkt hem onmogelijk. “Verslaafden kunnen niet met autoriteiten omgaan. Je moet ze dat juist leren, ze moeten zelf keuzes kunnen maken en verantwoordelijkheden leren dragen. Anders zitten ze alleen maar de dagen te tellen tot ze weer vrij komen. Zeker als zo'n contract hen bijvoorbeeld zou verplichten de behandeling af te maken. Dan zijn ze wel even afgekickt, maar buiten houden ze het daarna echt niet vol.”

Ton ziet er ook niets in. “In de bajes denkt iedereen alleen maar: ik wil eruit. Dan kun je ze wel verplicht laten afkicken. Maar ze hebben er niets aan. Ze kiezen dan ondoordacht voor afkicken en maken de therapie tegen wil en dank af. Hier kun je niemand voor de gek houden. Mensen die hier zitten om uit de bak te blijven, vallen binnen een paar weken door de mand; die werken slecht mee of worden agressief.”

Bij het Buitencentrum binnenkomen is niet makkelijk. De potentiële bewoners moeten achter hun keuze staan. Een kwart van de bewoners valt voortijdig af. Dat zijn mensen die zelf aangeven dat ze het niet volhouden. De rest blijft gemiddeld zo'n twee jaar in het centrum. De behandeling is afgelopen als iemand een baan heeft of een opleiding volgt. Van de mensen die daarin zijn geslaagd houdt meer dan dertig procent zich staande in de maatschappij. Gezien de categorie verslaafden die hier wordt behandeld is dit "slagingspercentage' behoorlijk te noemen. Het ligt zeker niet onder het gemiddelde rendement van Nederlandse behandelcentra, meent De Jong.

Volgens De Jong is het mooie aan het werken met deze contracten dat de hulpverleners voortdurend verantwoording moeten af leggen. De Jong: “In zo'n contract stellen we prognoses over wat we met iemand willen bereiken binnen bepaalde termijnen. Voldoen we na verloop van tijd niet aan de door onszelf gestelde doelen, dan beslist de rechter dat iemand bij ons weg moet. Werk je niet met zo'n contract, dan kun je als hulpverlener maar wat aanklooien. Niemand die je dan op je vingers zal tikken.”