Loonmatiging: Overbodig of noodzakelijk?; De Vries: Het is prima als onze produktie arbeidsintensiever wordt; Ik vraag me af: is ondernemend Nederland wel innovatief genoeg?

De afgelopen twee jaar kwam een eind aan de loonmatiging van de jaren tachtig. Van premier Lubbers en minister De Vries van Sociale Zaken tot president Duisenberg van De Nederlandsche Bank wordt aangedrongen op nieuwe matiging. Ze werden eind maart bijgevallen door directeur Zalm van het Centraal Planbureau.

Wat niet vaak geschiedt gebeurde nu echter wel: Zalms verhaal werd aangevallen in het economenvakblad ESB door dr. A.B.T.M. van Schaik, hoogleraar algemene economie aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg.

Hou toch eens op met dat gedram over loonmatiging, luidt Van Schaiks boodschap. Nederland moet mee in de vaart der volkeren, als de lonen hier voortdurend achterblijven bij het buitenland veroudert de produktiestructuur.

Heeft Van Schaik gelijk? Of geven de argumenten van minister De Vries de doorslag? Twee interviews.

Loonmatiging zou goed zijn voor de Nederlandse economie, maar ze levert volgens het Planbureau geen groter marktaandeel op.

De Vries: Loonmatiging is in de eerste plaats bedoeld om werkgelegenheid te stimuleren. Het tekort aan werkgelegenheid is het grootste probleem van onze economie. Om meer werkgelegenheid te krijgen heb je economische groei nodig. Daartoe is loonmatiging in de jaren '80 een heel goed recept geweest. Als ondernemingen goedkoper produceren, is dat goed voor de winsten, en dat is weer goed voor de investeringen. Dan komt de werkgelegenheid er achteraan. Ik vind dat nog steeds een overtuigend verhaal.

Van Schaik schrok vooral omdat volgens het Planbureau blijkt dat loonmatiging weliswaar voor meer werk zorgt, maar niet voor meer produktie. Meer mensen doen dus hetzelfde werk.

Wat mij vooral interesseert is werkgelegenheid, met name voor mensen met een wat zwakkere positie op de arbeidsmarkt. Dus als onze produktie arbeidsintensiever wordt, vind ik dat prima. Dat maakt het mogelijk meer mensen in te schakelen.

In de jaren '70 hebben we door het opdrijven van onze loonkosten alle arbeidsintensieve bedrijfstakken het land uitgejaagd met als gevolg dat vooral laag gekwalificeerde en laag opgeleide mensen geen werk meer hadden. Die zijn massaal de WAO en zo ingegaan. We zijn een aantal jaren bezig met beleid waardoor er meer ruimte komt voor arbeidsintensieve sectoren. Ik denk dat dat heel goed is in een land waarin juist heel veel laag gekwalificeerden aan de kant staan.

Volgens het Planbureau leidt loonmatiging echter ook tot een hoger financieringstekort.

Dan wordt dat waarschijnlijk ruimschoots gecompenseerd door de daling van de collectieve lastendruk. Ja hoor, kijk maar. De belasting- en premiedruk daalt tot 1998 met 1,2 punt, het financieringstekort stijgt met 0,2 punt. Dus voor de lastendruk is het prima, wat daar gebeurt.

Critici van aanhoudende loonmatiging zeggen dat bedrijven daardoor te voorzichtig worden.

Dat doet me denken aan de jaren '60 toen ik bij Philips werkte en een collega zei: Je moet tegenwoordig in Nederland wel een genie zijn om als grote onderneming nog failliet te gaan. Toen was de arbeidsinkomensquote (het aandeel van de factor arbeid in het nationaal inkomen, red.) geleidelijk aan ook zó laag geworden, dat er sprake was van volledige werkgelegenheid. Toen had je dat soort discussies. Zo'n discussie vind ik nu volstrekt misplaatst. Het weerstandsvermorgen van veel bedrijven is in de jaren tachtig weliswaar verbeterd, maar de afgelopen twee jaar is de arbeidsinkomensquote weer opgelopen van 81 naar 87 punten. Dat betekent dat er weer alle reden is om je weer zorgen te maken over de ontwikkeling van de rentabiliteit, de verhouding tussen vreemd en eigen vermogen van bedrijven, over hun investeringscapaciteit.

Ondernemers zouden winstmarges hebben gepakt, in plaats van hebben genvesteerd.

Er is fors genvesteerd in die periode, maar ik vraag me wel af of ondernemend Nederland wel voldoende innovatief bezig is geweest, al denk ik niet dat je de ondernemers creatiever zou hebben gemaakt door hun winstmarges onder grotere druk te zetten. Die stonden begin jaren '80 onder gigantische druk.

Van Schaik zegt dat de groei van de wereldhandel een bijzondere rol heeft gespeeld in het aantrekken van de werkgelegenheid, in de jaren '80 nog meer dan in de jaren '70. Het CPB zou dat effect onderschatten.

Het Planbureau heeft een analyse gemaakt van de jaren '70 en '80. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat de wereldhandel in beide perioden gemiddeld ongeveer evenveel groeide, maar dat we in de eerste periode fors marktaandeel verloren hebben, en in de tweede periode marktaandeel gewonnen. Het Planbureau schrijft dat toe aan het binnenlands gevoerde beleid van loonmatiging.

Loonmatiging heeft geleid tot een structureel overschot op de betalingsbalans. President Duisenberg van De Nederlandsche Bank doet daar laconiek over, maar het betekent toch dat er jaar-in, jaar-uit kapitaal over de grens verdwijnt. Is dat geen nadeel?

We exporteren meer dan we importeren en daardoor leven we als natie een beetje beneden onze stand. Ik heb tegen een hoger niveau van binnenlandse bestedingen geen bezwaar. Maar als die gevoed worden uit een grotere financieringsdruk van de overheid, dan krijg je problemen met staatsschuld, rentelasten, en dergelijke. En als ze gevoed worden uit hogere loonkosten, dan zie ik dus nadelen uit het oogpunt van concurrentiepositie. In de jaren '70 hebben we misschien de groei wel wat langer op peil gehouden door te lang door te gaan met hoge loonstijgingen. Daar zijn we toen ongenadig voor afgestraft.

Vindt u de sterke gulden, vastgeklonken aan de Duitse mark, een nadeel?

Niet zolang de mark internationaal niet wordt overgewaardeerd. Maar ik heb nu een beetje het gevoel dat dat wel zo is, dat de mark een beetje te duur is. Als je vast zit aan een overgewaardeerde munt dan kan dat wel eens lastig zijn. Het is op zichzelf natuurlijk heel mooi voor het vertrouwen in de gulden en dus ook voor de Nederlandse rente dat we die positie hebben. Daar hebben we al een aantal jaren plezier van gehad.

Legt het kabinet niet zo veel nadruk op loonmatiging in de marktsector, omdat de ambtenarensalarissen dan gemakkelijker zijn te betalen?

Voor de korte termijn geldt dat hogere lonen in de marktsector leiden tot hogere opbrengsten voor de schatkist. Als we denken aan het financieringstekort van 1994 moeten we dus hopen dat de marktsector niet matigt en de overheid wel. Dat zeg ik dan als rekenaar. Maar op de langere termijn zijn hogere lonen slecht voor de economische groei en voor onze concurrentiepositie. Als econoom en politicus zeg ik dan: hogere lonen zijn slecht want ze leiden tot meer werkloosheid en navenant hogere uitgaven.

Vorige week zei u "verbaasd' te zijn over de toegeeflijkheid van werkgevers in de nieuwe CAO's.

Ik had gehoopt dat de matiging sneller zou gaan. Vorig jaar stegen de CAO-lonen met 4,6 procent en dit jaar gaan ze met circa 2,3 procent omhoog. Dat is de helft. Zo moeten we dus nog even doorgaan, maar ik had liever gehad dat het wat sneller was gegaan.

Is het genoeg?

Niet zolang de reële arbeidskosten per eenheid produkt stijgen, waardoor een groter deel van de afzetprijzen opgaat aan loonkosten en daarmee de winsten onder druk zetten en dus ook de werkgelegenheid.

Onderneemt u nog iets om het tempo te versnellen?

Tsja, dan komen we op het punt van het algemeen verbindend-verklaren van CAO's. Eind mei komen we met een kabinetsreactie op het advies daarover van de Sociaal-Economische Raad. Dus daar wilde ik nu maar geen nieuws over maken. Alles op z'n tijd.