Japanse verovering van Oude Continent vertraagd

Japans invasie stokt. Overnemingen en investeringen in Europa nemen af. De vraag is of de terugval conjunctureel is, of dat overzeese ambities van de Japanners verzadigd zijn. Volgens ambassadeur Kobayashi trekken de Japanse investeringen straks weer aan.

“De strategie van de Japanners mikt op verovering van de wereld”, haalde de Franse premier Edith Cresson nog geen twee jaar geleden waarschuwend uit naar "le défi japonais'. “Zij hebben hun karwei afgemaakt in de VS en nu willen ze Europa veroveren.” Het blad Business Week signaleerde omstreeks dezelfde tijd: “Het roemruchte Fort Europa begint te lijken op een Zwitserse gatenkaas. Japanse investeerders stromen binnen, nemen in snel tempo Europese horden en hadden per april 1991 al 55 miljard dollar in ondernemingen gestoken - van Manchester tot Milaan.” Kenichi Ohmao, management-goeroe en baas van McKinsey in Japan, voorspelde toen zelfs dat de Japanse investeringen in Europa met "quantumsprongen' vooruit zouden schieten. “Van 1985 tot 1990 heeft Japan zwaar genvesteerd in de VS”, zei hij. “Dat zal voortduren, maar de komende vijf jaar zal de nadruk verschuiven naar Europa.”

Wel, het kan verkeren, snel zelfs. Want vorige maand bleek uit het nieuwe jaarverslag van de Japan External Trade Organisation (Jetro) dat de Japanse investeringen in Europa opvallend snel afnemen. Openden Japanse firma's in het topjaar 1989 nog 121 nieuwe produktievestigingen in Europa, in 1991 waren dat er nog maar 56, en in 1992 slechts 27. Daarbij komt, volgens Jetro, dat zich vorig jaar 20 Japanse firma's uit Europa terugtrokken, terwijl 32 procent van de Japanse firma's op het Oude Continent nu minder denkt te investeren dan oospronkelijk begroot.

Ten minste zo ingrijpend, maar lastiger kwantificeerbaar is de massale terugtrekking van Japans lange-termijnkapitaal dat in de opgeruimde jaren tachtig de wereld en zeker ook Europa overspoelde. Van 1986 tot 1990 exporteerde Japan jaarlijks een vloed van 130 miljard dollar en annexeerden Japanse banken en effectenhuizen met vliegende vaandels forse delen van de financiële Euromarkten. Maar de daarop volgende crash van de beurs van Tokio en de duikelende onroerend-goedprijzen beroofden de Japanse effectenhuizen van hun voornaamste winststroom en ondermijnden de kapitaalbasis van de grote banken. “Weet u”, aldus een Japanse bankier, “dit is geen erg goede tijd om over ons te schrijven.”

Geen wonder. De afgelopen maanden moesten alleen al in Zürich Ryoko Securities, Yamatane Securities en Chuo Banking hun biezen pakken, terwijl in Londen het gerenommeerde Nomura een vijfde van zijn personeel op straat zette. Al opende een krachtpatser als de Bank of Tokyo zojuist nieuwe kantoren in Wenen en Moskou.

Blijft de grote vraag: Hapert de Japanse bedrijvigheid in Europa slechts tijdelijk onder druk van de Europese en Japanse recessies? Of heeft Japans commercieel-technologische opmars z'n verzadigingspunt bereikt en moet Tokio permanent rekenen met gematigder groeicijfers en overzeese ambities? Dat zijn zeker voor Nederland geen onbelangrijke vragen. Na Groot-Brittannië pleegt Nederland immers de meeste Japanse investeringen in de wacht te slepen, al lopen de schattingen spectaculair uiteen. Zo maakte het Amerikaanse departement van handel vorig jaar melding van cumulatieve Japanse investeringen in Nederland ter waarde van 14,7 miljard dollar, ofwel 21,2 procent van de totale Japanse investeringen in Europa. Het Japanse ministerie van financiën zit daar echter een kleine twee miljard onder, terwijl Economische Zaken in Den Haag geneigd is de Japanse schatting met een factor twee te delen. Per slot van rekening wordt heel wat Japans geld om fiscale redenen slechts nominaal in Nederland gestoken en daarna direct doorgesluisd naar andere landen.

Pag 18: "Onze investeringen in Azië zullen sneller groeien dan die in de VS of Europa'; Investeringsgolf in jaren tachtig was eenmalig

De Nijmeegse consulent René Buck, die Japanse firma's in Europa aan de slag helpt, verduidelijkt: “Als een Japans bedrijf via een holding in Nederland een fabriek in Schotland opent, krijg je een financiële stroom Japan-Nederland-Schotland. Maar de produktieve stroom gaat direct van Japan naar Schotland.”

Niettemin staat min of meer vast dat thans zo'n 343 industriële, commerciële en financiële firma's uit Japan in Nederland actief zijn die ongeveer 15.000 mensen direct werk bieden en zeker een zelfde aantal indirect. Om nog niet te spreken over de belangrijke invloed en voorbeeldfunctie van de Japanse bedrijfsorganisatie en cultuur.

Staat dat allemaal op de tocht? “Beslist niet”, zegt een vastberaden Tomohiko Kobayashi, Japans ambassadeur bij de Europese Gemeenschap, in zijn kantoor hoog boven de vestiging van de Bank of Japan in Brussel. “Wij verwachten dat de Japanse economie zich in de tweede helft van dit jaar gaat herstellen. Daarmee zullen onze buitenlandse investeringen ook weer aantrekken, zij het niet meer zo snel als in de exceptionele jaren tachtig. Toen was er een eenmalige wedloop om zich vóór Europa '92 in de gemeenschap te vestigen.”

Volgens ambassadeur Kobayashi heeft de huidige stagnatie van de Japanse investeringen dan ook niets te maken met Japanse afkeer van Europa en alles met het feit dat Japanse ondernemingen die in de EG aan de slag wilden dat inmiddels hebben gedaan. Zo'n drieduizend in totaal. “Door de recessie in Europa hebben Japanse bedrijven hier voor het moment meer dan voldoende produktiecapaciteit”, voegt de diplomaat eraan toe. “Tegelijk is buitenlands investeren duurder geworden door het barsten van de Japanse zeepbel-economie en door de hogere rentestanden in Tokio.”Intussen maken nogal wat Japanse bedrijven van de economische tegenwind en van de komst van Europa '92 gebruik om hun Europese activiteiten te herstructureren, beter op elkaar af te stemmen en daarmee efficiënter te maken. Neem Toshiba, waarbij nu op het Europese hoofdkwartier in Londen wordt bekeken hoe de werkzaamheden van de 37 vestigingen in elf Europese landen, die elkaar soms fors overlappen, kunnen worden gerationaliseerd. “Zolang de verkopen stegen, werd niet moeilijk gedaan als afzonderlijke Toshiba-bedrijven er hun eigen staven op na hielden voor functies als adverteren”, aldus een Toshiba-zegsman in Londen. “Maar met de komst van de recessie is de noodzaak van herstructurering onontkoombaar.” Een eerste stap betrof onlangs de integratie van PC-verkoopactiviteiten op de kleinere markten van België en Nederland.

Dat het Japanse investeringstempo in Europa minder stormachtig zal zijn dan in de jaren tachtig, heeft volgens de Japanse EG-ambassadeur Kobayashi evenzeer te maken met de aantrekkingskracht van Azië. Ging in de periode 1986-1991 van de 270 miljard dollar aan Japanse buitenlandse investeringen nog 47 procent naar de VS en 21 procent naar West-Europa, dat zal in de verdere jaren negentig anders uitpakken, voorziet de diplomaat. “Ik verwacht dat onze investeringen in Azië sneller groeien dan die in de VS of Europa. Wat logisch is, want de Aziatische economieën behoren tot de snelst groeiende van de wereld. China bereikte vorig jaar 12 procent groei en de rest van niet-Japans Azië 6 à 9 procent. Het ziet ernaar uit dat dit tempo de komende jaren wordt gehandhaafd en dat maakt investeringen in dit gebied voor ons natuurlijk wel erg aantrekkelijk.”

Een recente studie, gezamenlijk uitgevoerd door de Nomura en Misubishi Research Institutes bevestigt deze observatie en noemt nog twee oorzaken. De eerste betreft winstgevendheid. Was van alle Japanse investeringen in de VS in de jaren tachtig slechts 20 procent binnen twee jaar winstgevend, in Azië beliep dat percentage 80. Verder wordt het voor Japanse firma's steeds aantrekkelijker om de Japanse markten voor consumptiegoederen te bedienen vanuit naburige Aziatische landen waar de lonen lager liggen. Dat waren eerst landen als Taiwan en Zuid-Korea, maar nu storten Japanse investeerders zich gretig op een nieuwe generatie lage-lonenlanden: Maleisië, Indonesië, Thailand en sinds kort ook Vietnam en China. Bijkomend voordeel is natuurlijk dat importgoederen, waaraan labels van bedrijven als Sony en Panasonic hangen, de doorgaans moeilijk te kraken Japanse markt probleemloos binnenkomen.Zet behalve deze "Aziatische concurrentie' ook de voortdurende onzekerheid inzake "Maastricht' een domper op Japans commerciële betrokkenheid bij Europa? “Ik denk niet dat er een directe invloed is”, zegt Japans EG-ambassadeur Kobayashi. “Wij zien de onzekerheid in het huidige Europa als een natuurlijk fenomeen in de loop van een proces naar volledige eenheid. Het blijft een heel karwei om zoveel landen met zoveel verschillende culturen en capaciteiten tot eenheid te brengen. Maar al hebben sommige Denen en Britten moeite met het verdrag van Maastricht, de juridische basis voor de EG ligt er inmiddels, de gemeenschap is voor 95 procent gerealiseerd en dat biedt Japanse bedrijven hier goede mogelijkheden. De afwezigheid van een gemeenschappelijke Europese munt is voor ons geen grote ramp.”

Directeur Radboud Molijn van het adviesbureau Japan Insite meent evenzeer dat "Maastricht' in Japan geen groot "item' is, al werkt "al dat gedoe' evenmin stimulerend. “Japanners willen graag duidelijkheid en zekerheid”, weet Molijn. “Maar veel belangrijker dan Maastricht vinden zij de situatie in Duitsland. Dat is hun voornaamste toetssteen bij de beoordeling van de Europese situatie. Dat het lek nu uitgerekend in Duitsland zit, verontrust hen.”

Toch dienen Europeanen te waken voor de misvatting als zouden de investeringen van Japanners in Europa alweer op hun retour zijn, waarschuwt Molijn. “Hun uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling blijven hoger dan de onze en ik zie ze verhevigd terugkomen, zeker in de kennisintensieve sectoren”. Wel bespeurt de Amsterdamse Japan-consulent veranderingen in de Japanse investeringsstrategie. “Die mikt steeds meer op licentie-akkoorden, joint ventures en andere vormen van strategische samenwerking. Lukken die en zijn de Europese marktmogelijkheden goed verkend, dan wordt gedacht aan overnames van bestaande Europese bedrijven, en pas daarna aan het opzetten van geheel nieuwe bedrijven.”

Niettemin gebeurt dat laatste, volgens Molijn, nog steeds. Zoals in Almere, waar de firma Yakult Honsah weldra een groot bedrijf met enkele honderden werknemers voor gezondheidsdrankjes en yoghurtjes gaat opzetten dat zeker kennisintensief mag heten. Want aan sommige zuiveldrankjes worden speciale bacteriën toegevoegd wat reukloos winden mogelijk maakt. Wat de boneneters in deze moerasdelta - en hun naasten - zal opluchten.Dat de Japanse investeringen in Europa na 1990 fors zijn geslonken, heeft natuurlijk ook zijn weerslag op het Japanse handelssurplus met de EG. Explodeerde dat in 1991 al met 48 procent tot 27,4 miljard dollar, vorig jaar groeide het met 12 procent naar de recordhoogte van 31,2 miljard. Toch ziet ambassadeur Kobayashi deze priemende handelsonevenwichtigheid niet uitlopen op Japans-Europese confrontatie, alswel op "voortgezette dialoog in coöperatieve geest'. Hij wijst op het zojuist bereikte akkoord waarbij Tokio de EG belooft zijn auto-export dit jaar in verband met de economische malaise met 9,6 procent, ofwel 113.000 stuks, te beteugelen. Dat de aanzwellende produktie van Nissans, Honda's en Toyota's in Groot-Brittannië deze Japanse exportbeperking ruimschoots zal overtreffen, is volgens de diplomaat irrelevant omdat dit Europese auto's zijn. “Alleen een protectionist als meneer Calvet van Peugeot bestrijdt dat nog.”

Maar blijft zo'n gigantisch Japans handelssurplus niet riskant in een recessief Europa met protectionistische en nationalistische tendenzen?

Kobayashi: “Natuurlijk zijn er altijd politici en managers die Japan en zijn surplus als zondebokken willen gebruiken. Maar als je de handelscijfers rustig analyseert en ze afzet tegen de gigantische omvang van de Europese handel, dan blijkt dat de Japanse handel daarvan maar een klein deel uitmaakt. Van alle EG-handel speelt zich 60 procent binnen Europa af. Japan ontvangt 2 procent van de Europese export en verzorgt 5 procent van de Europese import. Wat aantoont dat het huidige Japanse surplus geen oorzaak kan zijn van ernstige Europese problemen zoals werkloosheid.”

Europese bedrijven klagen vergeefs over de problemen om in Japan te penetreren door, naar zij zeggen, het falen van het marktmechanisme aldaar, door nauwelijks toegankelijke distributiekanalen of verkapte samenwerking tussen de Japanse overheid en haar bedrijfsleven. Waarom wordt dat niet opgelost?

“Veel Europese bedrijven hebben wel succes in Japan maar die hoor je daar niet over”, zegt de ambassadeur. “Je hoort vooral degenen die zich onvoldoende inspanningen hebben getroost en daarom moeten afhaken. Wij, Japanners, stuurden na de oorlog massa's jongeren naar het buitenland om vreemde talen, zakenpraktijken en culturen te leren. Dat deden wij al toen de Europese markten voor ons nog gesloten waren. Vergeet niet dat Japan van 1945 tot 1965 ten opzichte van Europa handelstekorten had. Pas de laatste vijftien jaar dragen onze langdurige inspanningen vrucht. Europese bedrijven die hetzelfde deden in Japan en daar allang zitten hebben eveneens succes. Ik noem Shell, Mercedes of Yves Saint Laurent. Bedrijven die nu naar Japan komen, hebben dus nog een lange weg te gaan. Want de markt is er veeleisend en zeer concurrerend. En wij hebben ook onze eigen zakenpraktijken die gedecodeerd moeten worden, net zoals Duitsers of Fransen.”

De Japanse economie raakt, zoals eerder de Westeuropese, volwassen en misschien wel wat verzadigd. Komt Japan daarmee ook in het stadium van de chronisch lagere groeicijfers?

“Japan wordt inderdaad een volwassen economie maar wij hebben voorlopig nog meer expansiemogelijkheden dan West-Europa. Een voorbeeld: bij ons moet nog veel worden genvesteerd in de sociale sector, in huizen, wegen enzovoort. Ik denk dat daardoor onze groeicijfers voorlopig wat hoger zullen blijven dan die van West-Europa.”

Wordt China, met zijn 1,2 miljard bewoners en extreem hoge economische groeicijfers, Japans voornaamste concurrent in de volgende eeuw?

De Japanse ambassadeur schudt het hoofd en zegt dan: “Dat is mogelijk als je de huidige Chinese cijfers naar de toekomst extrapoleert. Alleen pleegt de historie zich niet altijd op lineaire wijze te voltrekken. Complicaties blijven dus mogelijk. Tot nu toe expanderen vooral de Chinese kustgebieden en stagneren de meeste binnenlanden. Dat kan conflictstof opleveren. Een voorwaarde voor economische groei is politieke stabiliteit en die is in China onzeker. Dat was altijd een moeilijk land om te regeren.”