Inzicht en inzet van Gergjev zijn opnieuw van zeldzaam niveau

Concert: Koor en orkest van de Kirov Opera St. Petersburg o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. o.a. Sergej Leiferkus, Marina Schagugh, Gegam Grigorian, Nikolaj Okhotnikov, Olga Borodina en Vladimir Solodovnikov. Programma: P.I. Tsjaikofski: Eugen Onegin. Gehoord: 17/4 Concertgebouw Amsterdam.

Een concertante uitvoering van Eugen Onegin, de opera van Tsjaikofski wiens honderdste sterfdag dit jaar wordt herdacht, vormde gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw het vierde optreden in ons land van de Kirov Opera uit St. Petersburg. Opnieuw was de vertolking onder leiding van Valery Gergjev van een buitengewoon niveau en wederom was het publieke succes enorm.

De uitzonderlijke inzet van Gergjev, zijn muzikale inzicht en zijn beheersing van alle mogelijke nuances tussen de fors aangezette, maar nooit uit de hand lopende extremen zijn hier de afgelopen jaren èn de afgelopen dagen al uitvoerig beschreven. Maar het blijft een wonder hoe hij telkens weer zijn musici en zangers weet te bezielen tot het etaleren van het beste dat zij in zich hebben. Wat dirigent, koorleden, musici en solisten hier in hun gezamenlijke prestatie aan extra vervoering bieden, staat op zeldzame hoogte en het is te vrezen dat het zal lang duren voor zoiets zich zal herhalen.

De muziek van Eugen Onegin is verwant aan die van Tsjaikofski's Zesde symfonie, de Pathétique - de uitbeelding van de totale ontgoocheling. Bij Gergjev transformeert de gloed van de passie in Onegin telkens weer in schrijnende melancholie: de hunkering naar liefdesgeluk leidt op noodlottige wijze tot onpeilbare zielepijn.

Prachtig was het hoe Sergej Leiferkus (Onegin) en Marina Schaguch (Tatjana) hun rollen profileerden en uitwerkten. Leiferkus leek in zijn distantie aanvankelijk een soort Oblomov, in nauwelijks iets genteresseerd. En Schaguch begon als een echt jonge Tatjana, in haar briefscène een fijnzinnige schildering gevend van haar pure en ongeremde meisjesgevoelens voor Onegin die niettemin al zo bevangen zijn. In de slotscène tussen hen tweeën - eindelijk liefde, maar te laat en nu onmogelijk - culmineerden de heftige gevoelens van diepste vertwijfeling.

Ook de andere rollen waren weer voortreffelijk bezet: Olga Borodina als Tatjana's zuster Olga, Gegam Grigorian - bekend van de Varamatinees en steeds meer een Russische Pavarotti - als een hartstochtelijke Lenski en Nikolaj Okhotnikov als een sonore Gremin. Voor de opvallendste partij zorgde Vladimir Solodovnikov als Monsieur Triquet: een stem als van een Italiaanse "tenore leggiero', licht, wendbaar en zoetelijk bruisend.