"In ambiance van Wembley ga je beter voetballen'

ROTTERDAM, 28 APRIL. Op Wembley kun je niet slecht spelen. Dat zegt men altijd en dat blijkt ook vaak. De spelers putten extra krachten uit dat wijde biljartlaken, die geweldige klank in het zeventig jaar oude stadion. Nou Camp en San Siro zijn groter, maar er is maar één Wembley. Zelfs de scheidsrechter schijnt er beter te fluiten.

Leo Horn had de eer in 1953 de interland Engeland-Hongarije te leiden. Een oefenwedstrijd, maar wel een bijzondere. De Hongaren wonnen met 6-3, met een meesterlijke Puskas en een ongrijpbare Hideghuti. “Ik heb veel Europa-Cupfinales gefloten, maar dit is mijn mooiste herinnering. De Engelsen verloren voor het eerst een interland op Wembley, maar na afloop holden ze naar de tunnel om een erehaag te vormen voor de Hongaren.”

“Ik had geen enkel probleem in die wedstrijd. Pas na het zien van de filmbeelden ben ik gaan twijfelen aan één beslissing. Niemand die daar destijds over viel.” De sportiviteit van het Wembley-publiek wordt door meer Nederlanders onderschreven. Misschien is dat gedrag kenmerkend voor de Engelse supporters in het algemeen, maar op Wembley klinkt een staande ovatie nog net iets beter.

Het Nederlands elftal viel dit eerbetoon ten deel bij een oefenduel in 1977. Ook wel de wedstrijd van Jantje Peters genoemd. De toenmalige NEC-speler maakte beide Hollandse goals, naar verluidt zonder dat hij de bal zelf in het doel zag verdwijnen. “Ik kreeg beide keren de bal van de linkerkant aangespeeld. Aannemen, kappen en laag in de hoek. Maar als ik eerlijk ben speelde Cruijff toen veel beter.” Het publiek keek op die regenachtige februari-avond ademloos toe hoe de maestro het Britse voetbal voor gek zette. En de pers vergeleek de Nederlandse show met de Hongaarse afstraffing, 24 jaar eerder.

Cruijff bewaart goede herinneringen aan Wembley. Met Ajax won hij in 1971 zijn eerste Europa Cup in Londen. De toen 15-jarige junior Jan Peters zat op de tribune. En het Griekse Panathinaikos werd gek van Cruijffs "delicate voetenwerk', schreef de Daily Mirror. Het was de finale van de fraaie, schampende kopbal van Dick van Dijk. En van het uitvallen van Nico Rijnders. Hij had pijn op de borst. Een paar jaar later werd die kwaal de Ajacied fataal.

In mei 1992 veroverde de trainer Cruijff met Barcelona op Wembley de Europa Cup 1. Een 1-0 zege op Sampdoria. Ronald Koeman bekroonde een sterke wedstrijd met de winnende treffer, een streep in de hoek. Vier jaar eerder had hij al indruk gemaakt op Wembley. In een oefenwedstrijd met Oranje strooide Koeman negentig minuten lang met splijtende passes. Want die komen aan op Wembley, het veld met de maximale afmetingen. Hans van Breukelen werd toen in het veld aangesproken door de Brit Tony Adams. Die had nog nooit zoiets gezien. Ruud Gullit speelde groots die wedstrijd. Zo goed dat de Daily Mail hem afgeschilderde als "de sterkere, grotere en meer vastberaden versie van Cruijff'.

De man met de meest Britse Wembley-ervaring is Arnold Mühren. Hij won in 1983 de Cup Final met Manchester United. “Het EK in Duitsland was sportief misschien meer waard, maar qua happening was dit nog veel mooier. De hele dag staat in het teken van Wembley. De spelersbus die met een gangetje van dertig kilometer rijdt. Overal staan mensen langs de kant van de weg. Rondom het stadion zitten ze te picknicken. Ook lieden die anders nooit naar het voetbal gaan. Ik was niet extra nerveus. Je groeit alleen maar in zo'n ambiance, je gaat beter spelen.”