Honderd dagen Bill Clinton: mismoedigheid in Witte Huis

WASHINGTON, 28 APRIL. Als morgen de rituele honderdste dag van Bill Clintons presidentschap aanbreekt, heerst er een mismoedige stemming in het Witte Huis. Al die doorwaakte nachten van Clinton en zijn medewerkers hebben tot nogtoe weinig opgeleverd. De vriendelijke chef-staf van het Witte Huis, Thomas McLarty, probeerde volgens The New York Times de neerslachtige kabinetsleden onlangs wat op te monteren. Hij hield hun voor dat president Reagan er in deze fase van zijn presidentschap ook zo slecht voor stond. Maar toen hij eind april 1981 werd neergeschoten, steeg zijn populariteit met sprongen. “Wat zeg je me daar?”, reageerde een andere adviseur. “Zo erg is het toch niet?”

Sinds de presidentiële inauguratie op 20 januari is Clintons populariteit tot beneden de vijftig procent gedaald. Vorige week torpedeerden de Republikeinen in de Senaat zijn economische stimuleringsplan van 16,3 miljard dollar. Deze nederlaag brengt ook Clintons vijfjarenplan van 500 miljard in gevaar, waarvan een blauwdruk al vóór Pasen door het Congres werd aangenomen.

Afgelopen week stroomde bijna hoorbaar als een waterval de politieke macht van het Witte Huis naar het Capitool. Begrotingsdirecteur Leon Panetta zei maandag dat hij “ontmoedigd” is geraakt over het begrotingstekort. Hij maakt zich zorgen dat nu ook Democratische Congresleden zullen eisen dat hun districten voor bezuinigingen worden gespaard. “Ik heb er nog geen plezier in”, zei Panetta over zijn baan.

Wordt Clinton een tweede president Carter, of zal hij net als vorig jaar uit de as herrijzen als de eeuwige "comeback kid'? Hoewel hij zich heeft afgezet tegen zijn mislukte Democratische voorganger lijkt hij in sommige opzichten op hem. Clinton heeft zijn politieke lenzen nog niet goed ingesteld. Hij bedrijft politiek zoals hij eens een buffet aanviel. Hij maakte geen keuze maar laadde de lamsbouten, biefstuk, kip, gebonden mosselsoep, broccoli, sla, brood en twee porties appelsoufflé tegelijkertijd op zijn bord.

Zo wacht er een waslijst van politieke plannen voor het Congres en het is niet duidelijk wat eerst komt. Met het vijfjarenplan, de herziening van het stelsel van ziektekostenverzekering, de verandering van campagne-financiering, hulp aan Rusland, het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag, de GATT-onderhandelingen over een vrije wereldhandel, toelating van homoseksuelen tot de krijgsmacht en de crisis in Bosnië valt het een en ander van het bord af. “Hij heeft eens een 40-urige werkweek nodig, zodat iedereen op adem kan komen”, knorde zijn Republikeinse opponent senator Robert Dole.

Pag.5: Clinton heeft Amerikanen niets moois te beloven

Clinton is naast gedreven politicus met therapeutische trekjes ook een briljant technocraat en dat laatste is ook zijn probleem. Hij gelooft sterk in hard werken en brainpower. Hij recruteerde ten minste acht hoogleraren uit Harvard en veel meer hoogleraren en alumni uit Yale. Hij putte uit zijn eigen netwerk van Rhodes scholars, die net als hij vroeger waren uitverkoren voor een prestigieuze beurs aan de Oxford-universiteit. Het leverde tientallen medewerkers op, onder wie voormalige studentenhuisgenoten, zoals Strobe Talbott, Robert Reich en de 31-jarige woordvoerder George Stephanopoulos.

Hillary Rodham Clinton bracht haar vriendenkring van superadvokaten en feministen aan. Naast het eigenlijke Witte Huis in het neoklassieke kantoorgebouwtje, waar Clintons Ovale Kamer is gelegen, zwermen intelligente twintigers in witte hemdsmouwen met laptop-computers. Het Witte Huis heeft daarom de bijnaam de “universiteitscampus” gekregen.

Dertien van de achttien kabinetsleden zijn advokaat, driekwart van hen is miljonair. Clinton zelf moet het populistische element leveren, maar hij is ver van zijn knoestige wortels in het oude Arkansas verwijderd. Zijn hersenen worden vergeleken met een cd-rom (read only memory), een digitale geheugenschijf. Alle feiten zitten erin, direct oproepbaar. Maar hoe moet nu de computer worden bediend? Clinton houdt nog net niet het schema van de presidentiele tennisbaan bij, zoals Carter, maar hij raakt snel in details geinteresseerd. In het begin van het FBI-beleg van de sekte in Waco bemoeide hij zich met de opstelling van de pantserwagens. Dagenlang werkte hij met Hillary door bakken vol sollicitatiebrieven voor de benoeming van lagere politieke functionarissen, waarbij een precieze verhouding tussen geslacht en ras in stand moest worden gehouden. Daarbij leest hij vier boeken per week, twee detectives en twee serieuze non-fictiewerken.

President Kennedy had ook the Best and the Brightest uit de topuniversiteiten in zijn kabinet en hun arrogantie leidde tot de mislukte invasie van de Varkensbaai en de Vietnamoorlog. Zijn technocratische opvattingen pasten in het tijdperk van Daniel Bells bestseller "Het einde van de ideologie'. Maar de Koude Oorlog verschafte hem een ideologisch bindmiddel. Zie zijn toespraak aan de Berlijnse muur “Ich bin ein Berliner” en later het concept van de New Frontier om de achterstand in de ruimte op de Russen in te halen.

Ook president Reagan steunde op de Koude Oorlog. Bovendien miste hij het fantastische brein van Clinton en dutte hij hele vergaderingen door. Reagan hield de prioriteiten scherp in de gaten. En hij deed alleen datgene, wat hij in een mooie beeldende toespraak met anekdotes kon verkopen.

Clinton mist de ideologische cohesie van vroeger. Hij kan ook weinig beloven. Hij heeft zijn bezigheden nog niet in pakkende algemene ideeen kunnen samenvatten. Bij de campagne probeerde hij “Nieuw Covenant” maar die uitdrukking verdween snel, te protestants, te ingewikkeld. Het bleef bij het vagere “verandering” maar dat is een open deur als er een nieuwe president zit. “Een ding dat iedereen van mij heeft begrepen, is dat ik iets gedaan wil hebben. Ik wil dingen doen”, zo vatte hij vorige week zijn filosofie samen.

De omstreden 16,3 miljard dollar heette “stimuleringspakket”, niet echt een pakkende uitdrukking. De Republikeinen gaven er eigen definities aan als “spek voor politici” en “verkwisting”. Op de achtergrond dreigt de populistische miljardair Ross Perot die nog steeds uren zendtijd koopt om president Clinton rechtstreeks aan te vallen, omdat hij te weinig zou bezuinigen.

Clinton die slechts 43 procent van de kiezers kreeg, heeft nog geen coalitie kunnen bouwen met de Perot-kiezers. Hij weet niet wat hij met de geslepen zakenman uit Dallas aan moet. Eerst vroeg hij zijn advies, later viel hij hem aan, nu probeert hij hem te negeren. Perot weigert in details te gaan met zijn kritiek. Hij zegt dat een politicus “gewoon onder de motorkap moet kijken en het probleem moet maken”. Voor mensen die denken dat alle leed van de politiek komt, spreekt Perot wel aan. Onder druk van Perot hadden sommige Democraten al hogere bezuinigingen voorgesteld dan Clinton, die consequent tijdens de campagne en na de inauguratie de offervaardigheid van de Amerikanen heeft onderschat.

Toch is het de vraag of ze bereid zijn tot een extra belastingronde voor de hervorming van de ziektekostenverzekering. De meeste Amerikanen verwachten na verbetering meer service en minder kosten. Waarschijnlijk zal verzekering voor iedereen neerkomen op minder service voor meer kosten. Het is een gigantisch project. Hillary kwam er met haar 400 leden tellende werkgroep vorige week achter dat een hervorming twee keer zoveel kost als verwacht: 175 miljard dollar per jaar. Clinton heeft zijn oude campagnestrateeg “Ragin Cajun” James Carville weer naar het Witte Huis gehaald om hem advies te geven.

Het buitenlandse beleid komt op de laatste plaats. Veiligheidsadviseur Anthony Lake probeert niet teveel van Clintons tijd te nemen. Bij een afspraak van een uur gaat hij altijd tien minuten eerder weg. “De president moet kunnen blijven praten met mijn buren thuis”, zegt Lake dan.

Clinton heeft zich in zijn buitenlandse beleid voornamelijk op twee dingen geconcentreerd: de crisis in Bosnie en de politieke overleving van Jeltsin. Echt grote successen liggen niet in het verschiet. “Er zijn geen winners” stelde hij somber vast toen zijn medewerkers de onderwerpen de revue lieten passeren. Over ingrijpen in Bosnie was er een transatlantisch doorgeefspel gaande, waarbij van twee kanten beleefd “Na u” is geroepen. Nu beseft Clinton dat hij de knoop zal moeten doorhakken, omdat er anders niets gebeurt. “We moeten leiden”, zei hij afgelopen vrijdag. Het Pentagon waarmee hij al op gespannen voet verkeert, heeft weinig animo.

Zo levert de erfenis van Reagan en Bush weinig aantrekkelijks op. Er is niets moois te beloven. Kan Clinton de kiezers overtuigen, nu er geen nationale crisis is zoals onder president Roosevelt? Volgens John Brummet, die Clinton als journalist sinds 1978 heeft gevolgd, is Clinton het beste in campagne voeren en winnen. Maar hij is ook geinspireerd als hij het Witte Huis verlaat en het land rondgaat om zijn boodschap te verkondigen. Hij omzeilt al de nationale pers om zich tot speciale segmenten uit het publiek of deelstaten te richten, via kabel of satelliet-tv. Het is een innovatie, nu nationale televisie in betekenis afneemt. “Hij is een televangelist”, zegt Brummet. Bovendien heeft Clinton tot nu toe altijd snel van zijn fouten geleerd.