Camdessus: G-7 mag initiatief voor groei niet overnemen; IMF moet rol katalysator spelen

WASHINGTON, 28 APRIL. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) heeft voor de vandaag begonnen voorjaarsvergadering eindelijk weer eens een "echte' agenda. De bijeenkomst wordt dit keer niet overschaduwd door een Europese valutacrisis, een Frans referendum of een Russisch noodplan. Vorig jaar september kwam door alle acute problemen zelfs de World Economic Outlook, het halfjaarlijkse rapport waarin de IMF-staf de wereldeconomie beoordeelt, nauwelijks aan de orde.

Managing director van het IMF, Michel Camdessus, heeft dat met lede ogen aangezien. Hij beschouwt de vergadering van deze week in Washington daarom als de gelegenheid bij uitstek voor het IMF om daadwerkelijk de verantwoordelijkheid te nemen voor het bereiken van een gestage economische groei in de hele wereld. “Het gebeurt maar twee keer per jaar dat alle ministers van financiën en bankpresidenten bij elkaar komen. Ze hebben de gelegenheid om samen iets positiefs te doen,” zei hij gisteren.

Het IMF moet in de ogen van de Camdessus de rol van "katalysator' vervullen. Hij wil voorkomen dat het initiatief volledig bij de G-7 komt te liggen, omdat hiervan alleen de zeven rijkste industrielanden deel uitmaken. Camdessus beseft dat zij als belangrijkste aandeelhouders in het IMF feitelijk de dienst uitmaken, maar hij wil er alles aan doen de belangen van alle landen tot hun recht te laten komen. Pas dan kan het fonds zijn taak goed vervullen. “De rest van de wereld neemt 47 procent van het wereldprodukt voor zijn rekening,” zo onderstreept de gedreven Fransman. Hij vindt het Interim-comité van het IMF, het beleidsbepalend orgaan waarin vrijwel alle landen (direct of indirect) zijn vertegenwoordigd, daarom “nog belangrijker” dan de G-7. Het Interim-Comité , dat komende vrijdag vergadert, biedt de G-7 volgens hem de gelegenheid “de krachten met de rest van de wereld te bundelen.”

Camdessus zet zijn visie op de rol van het IMF kracht bij met enkele initiatieven. Het meest omstreden is het voorstel om voor het eerst in twaalf jaar weer nieuwe Special Drawing Rights (SDR's), ofwel Speciale Trekkingrechten, toe te wijzen. Het gaat om monetaire reserves die het IMF zelf kan scheppen. Landen kunnen dit "papier goud' krijgen tot maximaal de helft van hun quotum bij het fonds. Volgens Camdessus zijn er voldoende argumenten om nieuwe monetaire reserves te scheppen. Zo heeft bijna de helft van de 177 IMF-leden reserves die voor minder dan tien weken import toereikend zijn. Dit werkt remmend op de noodzakelijke economische hervormingen.

Het totale tekort aan reserves bedraagt 300 tot 400 miljard dollar. Camdessus wil hiervan tien procent (30 tot 40 miljard dollar) met nieuwe SDR's dekken. Door de lage inflatie is het gevaar voor overliquiditeit volgens hem gering. Bovendien wacht de hele wereld op snel economisch herstel. Belangrijk argument van Camdessus is ook dat de vele nieuwe IMF-leden nooit hebben kunnen profiteren van de vorige toewijzing van SDR's. Camdessus pleit er ook voor "oude' SDR's die de rijke landen niet hebben gebruikt, te herverdelen.

Het scheppen van trekkingsrechten zou de economische hervorming in de voormalige Sovjetstaten vergemakkelijken. Bovendien komen de rijke landen, die op basis van hun quota nieuwe reserves krijgen, in een betere positie om bilaterale hulp aan alle arme landen te verlenen. De voormalige Sovjetstaten zouden volgens gegevens van het IMF op 4 tot 6 miljard dollar aan trekkingsrechten kunnen rekenen. Binnen het Interim Comité bestaat echter nog onvoldoende steun voor het plan. De VS zijn erop tegen. Volgens de Amerikanen zijn er voldoende reserves en is het alleen een kwestie van beter verdelen. Bovendien bestaat er vrees voor inflatie. Camdessus hoopt de geesten langzaam rijp te maken, zodat op de najaarsvergadering in september een positief besluit kan worden genomen. Nederland heeft nog grote twijfel over het plan.

Vorig week kreeg Camdessus al wel groen licht voor een tijdelijk "Fonds voor Economische Systeemverandering' van maximaal 8 miljard dollar. Hieruit kunnen ex-communistische staten tot eind 1994 tegen zachte leningsvoorwaarden versneld geld krijgen. Ook een aantal ontwikkelingslanden dat met veranderingen in het economisch systeem te maken heeft, kan in principe geld uit het fonds lenen. Het IMF komt met het fonds tegemoet aan kritiek dat de financiering van hervormingsprogramma's te lang op zich laat wachten. Rusland zou aanspraak kunnen maken op 3 miljard dollar, een bedrag dat deel uitmaakt van de eerder deze maand door de G-7 in Tokio toegezegde steun aan Moskou. Het idee voor de tijdelijke faciliteit, naar het voorbeeld van de speciale oliefondsen die het IMF in de jaren zeventig ter beschikking stelde, is afkomstig van de eigen staf. Dit illustreert de "katalysator-rol' die het IMF in de ogen van Camdessus moet vervullen, zo wordt in Washington beaamd.

Op de agenda staat verder de kredietverlening aan de armste landen. Het IMF kent hiervoor al zes jaar een speciaal fonds (ESAF) dat tegen een rente van slechts 0,5 procent geld uitleent. De rijke landen waren aanvankelijk nogal sceptisch, omdat een dergelijke kredietverstrekking meer op de weg van de Wereldbank zou liggen. Gezien de betrekkelijk goede resultaten die met ESAF-gelden zijn bereikt, komt er vrijwel zeker toestemming om de komende drie jaar opnieuw 6 miljard dollar ter beschikking te stellen.

Een ander belangrijk punt is de versterking van de toezichthoudende rol van het IMF. Het toezicht, wel aangeduid als de core business van het IMF, zou zich veel nadrukkelijker ook moet uitstrekken tot de rijke landen. Deze zullen volgens ingewijden hoogstens instemmen met een regelmatiger informeel contact met het IMF. Zij beschouwen officiële arrangementen met het IMF als een te grote inbreuk op hun eigen vrijheid.

De World Economic Outlook prijkt nu bovenaan de agenda van de IMF-vergadering. De vooruitzichten voor de wereldeconomie zullen donderdag zeker ook aan de orde komen in de bijeenkomst van de ministers van Financiën van de G-7, die traditioneel de dag voor de vergadering van het Interim-comite bijeenkomen. De koers van de yen zal ongetwijfeld belangrijk onderwerp van gesprek zijn. Japan stuurt aan op een verklaring dat een te snelle stijging van de yen slecht is voor de Japanse economie en daarmee voor de wereldeconomie.

Managing-directeur Camdessus was gisteren wat minder somber over de wereldeconomie dan het eerder deze week gepubliceerde halfjaarlijkse rapport. Voor de G-7 zag hij als belangrijkste taak om de "Uruguay-ronde' over liberalisering van de wereldhandel snel tot een goed einde te brengen. Gezien ook de aanbevelingen in het IMF-rapport zal in het Interim-comité naar verwachting de druk op Duitsland worden vergroot de rente verder omlaag te brengen. Camdessus onderstreepte gisteren het belang van het terugdringen van overheidstekorten in diverse landen, met name de Verenigde Staten, anders zal volgens hem op middellange termijn economisch herstel uitblijven. “Ik twijfel er niet aan dat de ministers de vastberadenheid zullen hebben om de wereld een boodschap van vertrouwen te sturen.”