Belgrado kiest er nu voor de sancties "ernstig' te noemen

BELGRADO, 28 APRIL. De nieuwe sancties tegen Joegoslavië hebben het leven in de hoofdstad Belgrado voorshands niet veranderd. Duizenden mensen staan dagelijks in de rij in een poging hun geld los te krijgen van banken, die tot voor kort tot tien procent rente per maand beloofden, maar nu op de fles dreigen te gaan. Anderen proberen de weinige meer dan propvolle stadsbussen te bestijgen. Het nachtleven in Belgrado kenmerkt zich door doodsheid, nu in vele lokalen dronken, vaak gewapende vechtersbazen de zaak onveilig maken en met regelmaat bommen worden gegooid in lokaliteiten, die hebben geweigerd criminelen "beschermingsgeld' te betalen.

Voedsel, sigaretten en zelfs benzine - het is allemaal ruim voorhanden, maar tegen prijzen die buiten het bereik van steeds meer mensen liggen, wat benzine betreft alleen maar tegen betaling in harde valuta. De inflatie van de Joegoslavische dinar is de honderd procent op maandbasis inmiddels al ruim gepasseerd. De overheid introduceerde gisteren de eerste biljetten van een half miljoen dinar, waar twee maanden geleden de grootste coupure nog die van tienduizend was. Meer dan de helft van de beroepsbevolking is zonder werk, de inflatie lijkt vooral te worden veroorzaakt door het feit dat de overheid voor de uitkeringen en salarissen de bankbiljettenpers lustig laat draaien.

Ook daaraan komt theoretisch eens een eind, omdat zowel papier als inkt door de sancties niet langer kunnen worden gemporteerd. Geruchten over de invoering van een echte oorlogseconomie met distributie van de eerste levensbehoeften worden door de overheid voortdurend met kracht tegengesproken. Integendeel, de regeringspropaganda onderstreept steeds dat Servië, zeker wat de voedselproduktie betreft, zonder import zijn eigen boontjes kan doppen. Ook hieraan, aldus westerse waarnemers, is echter ergens een grens, als zaken als kunstmest of diesel voor de traktoren schaars worden.

Servië kan door eigen oliebronnen, en die in de door Serviërs bezette delen van Kroatië, in normale tijden voor 25 procent in de eigen behoeften voorzien, een percentage dat nu vermoedelijk nog hoger ligt omdat de industrie grotendeels stil ligt en de slinkende koopkracht de vraag naar energie doet afnemen.

Westerse en Joegoslavische deskundigen verschillen dan ook van mening over de vraag of en wanneer de economie van Servië en Montenegro een daadwerkelijk krach-stadium bereikt, om naar maar te zwijgen over de vraag of en hoe de sancties direct van invloed kunnen zijn op de Servische oorlogsinspanning in Bosnië-Herzegovina. Anders dan vorig jaar, toen minder strenge sancties van kracht waren, heeft de overheid er nu voor gekozen de gevolgen van de sancties in de gecontroleerde media als bijzonder ernstig voor te stellen - vandaar ook de met veel publiciteit omgeven oproep van de leiders van Joegoslavië aan de Bosnisch-Servische kopstukken, akkoord te gaan met het vredesplan Vance-Owen, een uitnodiging waarop dezen zoals bekend niet zijn ingegaan.

Na het ingaan van de sancties, gisterochtend, zijn aan de grens met Macedonië, tot nu toe vermoedelijk het grootste lek in het handelsembargo, de eerste vrachtauto's teruggestuurd. Of dat zo blijft moet worden afgewacht. In Macedonië en ook op (Grieks-)Cyprus hebben Servische zakenlieden de afgelopen maanden honderden off shore-bedrijven opgericht ter ontduiking van het embargo. Ondanks de dreigende bevriezing van banktegoeden in deze landen staan in de Servische kranten nog steeds advertenties van agenten, die zeggen de vestiging van bedrijven buiten Joegoslavië te willen verzorgen. Ook zakenlieden die handelen in buitenlandse paspoorten - uit Papua Nieuw Guinea of Zuid-Afrika bijvoorbeeld - adverteren nog druk.

Met enige opluchting hebben de Joegoslaven kennis genomen van het feit, dat de nieuwe sancties geen beperking stellen aan het verkeer van personen, en dat voedsel en medicijnen nog steeds kunnen worden ingevoerd. Wel is het reizen naar het buitenland moeilijk geworden: vliegtuigen waren er al sinds vorig jaar niet meer, treinen zijn nu ook verboden, en zelfs autobussen die zich buiten Joegsoavië wagen, dreigt confiscatie. Maar geen nood: Joegoslavische busondernemers hebben al overstapregelingen getroffen met Hongaarse, Oostenrijkse, Duitse en zelfs Zweedse collega's.

Maar de meeste Serviërs hebben toch geen geld, noch de benodigde visa. Ondanks voortdurend jagen door de politie, staat in het centrum op bijna elke straathoek een zwartwisselaar, en het gelispelde "devize, devize' is de vaste begeleidingsmuziek van elke wandeling. Veel inwoners storen zich aan de verwording in het straatbeeld, en zien met lede ogen aan hoe het eertijds zo elegante Belgrado nu lijkt te worden gedomineerd door ruwe en armelijk geklede mensen uit de provincie, velen van hen Servische vluchtelingen uit Bosnië en Kroatië.