Andriessen optimistisch over industrie

ROTTERDAM, 28 APRIL. Minister Andriessen (economische zaken) meent dat er geen enkele reden is voor pessimisme en doemdenken over de economische toekomst van Nederland.

Het overheidsbeleid ligt goed op koers en het is een fictie dat onze industrie naar de knoppen zou gaan, zei de minister vandaag op een werkgeverscongres in Rotterdam.

Voor een goed werkende economie is een eerste vereiste, aldus de minister, dat de overheid de zaken op orde heeft. In 1994 dalen de reële overheidsuitgaven voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog en bereikt het financieringstekort de norm voor toetreding tot de Europese Monetaire Unie. Nederland heeft bovendien een lage inflatie en een harde gulden. Dat is volgens Andriessen een goede basis om na deze kabinetsperiode verder op voort te bouwen.

“Ik zou om die reden wel in het nieuwe kabinet willen zitten. Met acht bezuinigingsrondes hebben wij vaak op een houtje gebeten, maar onze opvolgers krijgen het wat dit betreft beter”, aldus de minister. “Natuurlijk is er geen reden tot zorgeloos optimisme, maar wel zie ik voldoende perspectief.”

Berichten zoals uit een rapportage van het Rijksintituut voor milieuhygiëne als zouden de energiebesparingsdoelstellingen van dit kabinet niet worden gehaald, verwees de minister naar het rijk der fabelen. Hij onderstreepte dat het besparingsbeleid, juist door samenwerking tussen industrie en overheid, “...goed op koers ligt. Met bestaand beleid, zonder extra inspanningen, wordt zo'n 85 procent van de beoogde energiebesparing gerealiseerd en 90 procent van de CO2-doelstelling. Als we nog iets scherper aan de wind zeilen hebben we een 100 procent score”, aldus Andriessen. Zijn inzet blijft: concentreren op bestaand beleid en geen nieuwe doelstellingen.

Andere voorbeelden van positieve ontwikkelingen zijn volgens Andriessen dat Nederland goed scoort in het World Competitiveness rapport (zesde plaats) en dat drie Nederlandse regio's in de top tien van economisch sterke Europese regio's staan. Ook het Nederlandse industriebeleid scoort niet slecht vergeleken bij andere Europese landen. Samenwerking tussen overheid en industrie is ook daar essentieel en gebeurt al in allerlei verbanden: clustervorming, financieringsfaciliteit, technologische stimulering. Om ervoor te zorgen dat Nederland beter aansluit in de internationale technologierace is er volgens Andriessen echter wel meer nodig: verhoging van inspanningen voor onderzoek bij bedrijven, versterking van de kennisinfrastructuur en vergroting van het maatschappelijk draagvlak.

Volgens de minister heeft het kabinet de “dalende lijn” in de infrastructurele voorzieningen al eerder omgebogen. Nu komen daarbij de Betuwelijn en Hoge Snelheidstreinen voor een totale investering van 5 miljard gulden. “Dat zijn harde economische voorzieningen: mainports en achterlandverbindingen.”

De overheid maakt geen jaarverslag, zei Andriessen, “maar kijkt u naar onsOESO-landenexamen: de conjuncturele neergang is gematigd, er wordt hard gewerkt aan verlaging van de collectieve lasten, loonmatiging en een aanpak van de fraude in de sociale zekerheid.”