Verkenning

Kaart nummer 2739 OT van het Institut Géographique National, Mont Lozère, schaal 1 : 25.000, voor elke 250 meter een centimeter, een feestelijke compositie van waterloopjes met hoogtelijnen. Op grond hiervan waren de verwachtingen gespannen.

Maar dat is de kaart, dat is het landschap niet. Het landschap gaapt ons aan. Het is ons vreemd. Het heeft genoeg aan zichzelf, ons nergens voor nodig.

De ontgoocheling van de aankomst, het jammere van de reis. We kennen dit gevoel, we weten wat ons te doen staat. Lopen!

Het huis uit, een paadje in, een weggetje op, het eerste kruispuntje, dat klopt met de kaart. Je wijst waar we zijn. Dus deze plek bestaat, dat stelt alvast gerust.

En kijk je achter je: die bocht, daar komen we vandaan. En kijk je dan weer voor je uit: die bocht, daar gaan we heen. En het geluid van geelgors, vink en groene specht. Die leven hier. Die vinden dit gewoon.

In de diepte blijkt het dorp te liggen. Als daar de kerk - dan loopt de hoofdstraat zo, met supermarkt en bakkerij - en daar het stenen brugje met de oude hond. En na de volgende klim ligt het er weer, op een andere manier hetzelfde dorp, ons dorp.

Je voeten doen het werk, je voeten en je ogen. Hoe je je een landschap eigen maakt. Hoe de ruimte om je heen verandert in de ruimte in je hoofd.