Verbeten en eensgezind werkt Londen City aan herstel ravage; "Rampencentrum' helpt getroffen bedrijven aan tijdelijk onderkomen

LONDEN, 27 APRIL. Om vier uur in de ochtend kwamen de werksters, om zeven uur de eerste forensen en de hele dag door arriveerden toeristen met videocamera en fototoestel. De ravage in de City of London, afzender de IRA, sloeg ze allen gelijkelijk met stomheid.

Een meisje dat in de NatWest Tower behoorde te werken, barstte in tranen uit toen ze het zwaar gehavende gebouw aanschouwde. Heren in streepjespak, sommigen met een verplichte werkhelm op, zochten zich op politieaanwijzing een weg naar hun werkplek. Televisieploegen registreerden hun verbeten reactie, van het soort "die-schoften-krijgen-ons-niet-klein'.

De werksters wilden schoonmaken, maar de politie liet ze niet door de afzetting. Nog steeds tinkelden messcherpe punten glas uit de hemel naar beneden, van het net weer herstelde gebouw van de Honkong & Shanghai Bank en van de hoge NatWest-toren het meeste. Liverpool Street Station, ook net geheel gerestaureerd, was het hele weekend wegens gevaar van vallend glas gesloten geweest, maar kon net voor het eerste spitsuur van de werkweek weer open. De forensen onder de naar schatting 250.000 werkers in de square mile, het stukje gebied van 1,5 bij 1,5 kilometer waarin banken, financieringsinstellingen en verzekeringen opeengedrongen staan, waren op hun station van herkomst al gewaarschuwd niet naar Londen te vertrekken tenzij ze zeker wisten dat hun kantoor er nog stond.

Zo'n 25.000 van hen konden gisteren niet aan het werk, maar velen kwamen desondanks naar Londen omdat ze met eigen ogen wilden zien. De Corporation of London had meteen zaterdag in de Guildhall een rampencentrum ingericht, van waaruit de relocatie van bedrijven geregeld werd. Alom werden rampenplannen geactiveerd, veelal ontworpen en bijgeschaafd na de vorige IRA-bomaanslag op de City, die op 10 april vorig jaar, de dag na de verkiezingen, de Baltic Exchange met volle kracht trof. In dat gebouw konden de glazeniers gisteren hun net voltooide werk opnieuw beginnen. Maar algemeen werd gisteren volgehouden dat het, door gezamenlijke inspanning, business as usual was.

“In gevallen als deze staan we schouder aan schouder”, zei een woordvoerder van de Corporation. “Iedereen probeert elkaar te helpen.” Het netwerk van kabels dat computers, telefoons en andere elektronica in het financiëel verkeer voedt, ligt in de City ondergronds. Dankzij het feit dat een belangrijk knooppunt achter de NatWest-toren ligt en daarom door het gebouw beschermd werd tegen de kracht van de explosie die de toren aan de voorkant vernielde, bleven verbindingen relatief ongeschonden. Voor computerbestanden bestaan back ups die elders zijn opgeborgen. Desondanks werkten systeembeheerders het hele weekend als razenden om alternatieve voorzieningen te treffen. Eén insurancebroker, wier kantoren in Camomile Street vrijwel geheel verwoest zijn, stuurde het merendeel van zijn werknemers gisteren naar kantoren elders, maar liet 40 brokers de computer en telefoon bedienen vanuit de deftige en ornamentele directiekamer, die als enige gespaard bleef.

Natuurlijk zijn er talrijke verhalen over gelukkig of ongelukkig toeval. Bij de ING Bank in Copthall Avenue waren deuren en ramen uit de sponningen gelicht door de explosie. Maar woordvoerder John Newman prees zich gisteren gelukkig dat de bank vorig jaar, na enige aarzeling, 8.000 pond heeft neergeteld voor het laten aanbrengen van een veiligheidslaag op de ramen. Die heeft ervoor gezorgd dat het beveiligingspersoneel zaterdagochtend jl. niet door rondvliegend glas is getroffen. “Die uitgave lijkt nu een schijntje. Ik kijk vanuit mijn raam regelrecht op de NatWest Tower en op de Hong Kong & Shanghai Bank en ik kan u verzekeren, dat is geen aangename aanblik.”

Behalve de grote instellingen werden ook de traditionele toeleveranciers van het financiële bedrijf hard getroffen: de sandwichbars en coffeeshops, de gentlemen's tailors en de newsagents. In een woud van triplex leefde ook hier de geest van we-laten-ons-niet-klein-krijgen. Moss Bros, de kleermaker, begon meteen aan een uitverkoop van herenkleding met kortingen tot 75 % en de aanprijzing “glassplinters in alle zakken”. De sandwichbars smeerden gratis voor de politie en reinigingsdiensten. Een pubeigenaar hing een aankondiging op zijn dichtgetimmerde ramen: “Kom en neem hier een borrel - IRA? Geen sprake van!”

En dan zijn er de kerken. De Nederlandse kerk in Austin Friars, de kerk van St Helen in Bishopsgate en vooral de middeleeuwse St Ethelburga-the-Virgin hebben allemaal te lijden gehad van de bomontploffing. St Ethelburga is waarschijnlijk reddeloos verloren: de grote brand van 1666 overleefd, de blitz overleefd en nu, in 1993, door de hand van de IRA vernietigd. In de Nederlandse kerk is de schade betrekkelijk gering, maar koster Jos Touw is blij dat hij dezer dagen naar Cheltenham verhuist. Bij de vorige aanslag saltoode zijn kat door de kamer en vloog hij zelf uit de stoel. Dit keer reed hij met een auto vol sandwiches voor de ledenvergadering op zondag op Moorgate toen de jongste bom ontplofte. De auto werd op twee wielen omhoog getild, zijn vrouw vluchtte in paniek naar buiten. Haar vond hij later op de stoep thuis, voor een opengescheurde deur, maar met een glas whisky in de hand om bij te komen van de schrik. “Vandaag of morgen rekenen die lui uit wat de Nederlandse Kerk met Oranje te maken heeft en dan heb je helemaal de poppen aan het dansen. Mijn vrouw wil niet meer bij het raam slapen. Je gaat denken: zou er nóg een komen? En ik hoef in Cheltenham ook niet eerst onder mijn auto te kijken of er niet een bom onder zit.”