Topman Hoechst noemt eis tot aftreden "klucht'; "Geen sprake van nalatigheid op het gebied van veiligheid'

ROTTERDAM, 27 APRIL. Hoechst-topman Wolfgang Hilger zou zichzelf als deserteur beschouwen als hij de onderneming nu vrijwillig zou verlaten. De zware kritiek in de Duitse pers en van de Duitse Vereniging van Aandeelhouders over de vele ongelukken bij het chemieconcern zijn voor Hilger geen enkele reden om het boetekleed aan te trekken.

De uitspraken van Hilger in het jongste nummer van het Duitse zakenblad Wirtschaftswoche laten aan duidelijkheid niets te wensen over. “Ik ben er, evenals mijn mede-bestuursleden, van overtuigd dat er bij Hoechst op geen enkel tijdstip sprake is geweest van nalatigheid op het gebied van veiligheidsprocedures”, verklaart Hilger vol overtuiging in het interview.

Dat de onderneming sinds eind februari op verschillende produktielocaties vijftien ongelukken heeft meegemaakt, waarbij in één geval een hele woonwijk werd bedolven onder een wolk giftige stoffen en in een ander geval bij een explosie een Hoechst-medewerker het leven verloor, is niets meer dan een noodlottige reeks van toevalligheden waar de onderneming geen blaam voor treft. En zeker Hilger niet.

Dat er menselijke fouten ten grondslag liggen aan een aantal van de ongelukken, wil Hilger wel toegeven. Op de vraag of er bij het eerste ernstige ongeval - toen een gifwolk ontsnapte uit de fabriek bij Frankfurt - sprake is geweest van alcoholgebruik door de verantwoordelijke werknemers, zegt Hilger: “Dat was mijn eerste vraag toen ik ter plekke kwam. Helaas is verzuimd om alcoholtesten bij het bedieningspersoneel af te nemen.” De topman van Hoechst voegt daaraan toe dat een onderneming als Hoechst natuurlijk de plicht heeft om de procedures in de fabrieken zo in te richten dat menselijk falen - dat volgens Hilger nu eenmaal niet altijd te vermijden is - niet tot catastrofes kan leiden.

Hilger wijst de suggestie dat kostenbesparingen bij het bedrijf tot de ongelukken hebben geleid van de hand. De bezuinigingen zouden ertoe hebben geleid dat Hoechst te weinig heeft genvesteerd in de fabrieken in Hessen waar tot nu toe alle ongelukken zijn gebeurd. Ook zouden als gevolg van ingrijpende personeelsreducties, waarbij duizenden banen zijn verdwenen, te veel ervaren werknemers zijn vertrokken.

Een verklaring voor de concentratie van ongelukken kan de bestuursvoorzitter echter niet geven: “Hoechst produceert zestig procent in Hessen, de rest vindt plaats in Nordrhein-Westfalen en Beieren. Daar staan soortgelijke fabrieken, daar gelden dezelfde beveiligingsprocedures en desondanks gebeurt daar niets”, aldus Hilger.

De Hoechst-topman kreeg de afgelopen maanden veel kritiek in de Duitse pers op de manier waarop hij de publiciteit rond de ongevallen afhandelde. Zo kwam Hilger na het eerste ongeluk pas na vier dagen met een officiële verklaring naar buiten en werd de bevolking van de getroffen woonwijken lang in onzekerheid gehouden over de aard van de ontsnapte stoffen. Hilger wijt zijn trage reactie aan het feit dat hij met vakantie was en dat zijn medewerkers hebben verzuimd om hem duidelijk te maken welke omvang de ramp had aangenomen. Op de vraag van Wirtschaftswoche of deze gang van zaken er niet op duidt dat er nogal wat schortte aan de interne communicatie, bevestigt Hilger dat dit “helaas waar is”.

Het heeft de topman van Hoechst verbaasd dat de Duitse vereniging voor de bescherming van kleine aandeelhouders haar leden heeft aangeraden om op de aandeelhoudersvergadering vandaag zijn aftreden te eisen. Hilger zegt echter niet van plan te zijn om op te stappen. Hij gelooft niet dat de belangrijkste grootaandeelhouders (Dresdner Bank en Kuwait Petroleum Corp.) daarmee akkoord zullen gaan. Bovendien heeft de aandeelhoudersvergadering volgens het Duitse ondernemingsrecht slechts een controlerende functie en neemt niet actief in het bestuur van de onderneming deel.

Ook de eis van de milieuminister van Hessen dat Hoechst met een schone lei moet beginnen, baart Hilger weinig zorgen. “Het lijkt wel een klucht dat een kleine groep mensen het aftreden van een geheel bestuur gaat eisen. Een onderneming als Hoechst is gewoon teveel waard om zich met zulke spelletjes te moeten bezighouden.”