Simonis is vooral in het buitenland gewaardeerd

Volgens de laatste aflevering van het blad "Een-Twee-Een', een officiële uitgave van de dienst Pers en Publiciteit van de katholieke kerk in ons land, hebben enkele Nijmeegse hoogleraren het aftreden bepleit van alle bisschoppen. Prof. B. van Iersel, oud-rector magnificus van de Katholieke Universiteit te Nijmegen, beschouwt Kardinaal Simonis als “aangeschoten wild”, omdat hij “nauwelijks meer in staat” zou zijn “bestuurlijk te doen wat van hem gevraagd wordt”. In deze fase van de discussie lijkt het mij nuttig het beleid van kardinaal A. Simonis, niet als aartsbisschop, maar als voorzitter van de bisschoppenconferentie, te typeren. Ik kom tot een andere conclusie dan mijn collega's in Nijmegen.

Simonis heeft steeds een grote behoefte aan veiligheid gehad. Hij wist maar al te goed, dat aan zijn benoeming tot aartsbisschop in juli 1983, niet viel te tornen, zeker niet nadat hij enkele jaren later, vlak voor het pausbezoek tot de hoge functie van kardinaal werd verheven. Ondanks deze bevestiging uit het bestuurscentrum van de kerk kreeg hij van de Nederlandse geloofsgemeenschap betrekkelijk weinig steun voor zijn beleidsinzichten. Dit vormt de kern van een tragiek, die zijn publieke leven als kerkleider heeft getekend. Hij heeft steeds heimwee gehad naar de geborgenheid van het geloof en verkondigde onverkort de idealen, die hem werden voorgehouden. De kerk is er altijd geweest om idealen te formuleren. Bij mijn persoonlijke contacten met bestuurders in Rome verwonderde ik mij evenwel steeds over hun realisme. Ze wisten heel goed, dat er van die idealen in de praktijk maar weinig terechtkwam, maar dat ontsloeg hen niet van de heilige plicht om die idealen te blijven verkondigen. Deze gezonde relativering trof ik bij Simonis slechts zelden aan. Het is misschien een typisch Nederlands trekje: zeg mij maar precies hoe het is dan zullen we dat praktisch uitvoeren. Terwijl een Italiaan bij hoog en laag beweert, dat hij goed katholiek is “maar niet zo fanatiek”, hetgeen in feite betekent dat hij een “niet-praktizerend” katholiek is. Een Franse curie-kardinaal zei mij eens over Nederlandse katholieken: “Vous êtes trop sérieux”. Simonis was steeds vervuld van zijn hoge hiërarchische verantwoordelijkheid. Hij gaf daarvan soms op een moedige wijze blijk en schuwde de strijd niet.

Toen de Rotterdamse bisschop in juli 1983 tot aartsbisschop werd benoemd bleek weer eens hoe Nederland uitgebreid reageert op kerkelijke gebeurtenissen. Er zijn in die zomermaand tientallen artikelen en interviews verschenen, kardinaal Willebrands, de voorganger van Simonis bevestigde hem eigenlijk niet.

Voor Brandpunt van de KRO zei hij, dat hij bezwaren had gehad tegen zijn opvolger en dat het beter was geweest als er iemand uit het Utrechtse bisdom was benoemd. De Volkskrant schreef, dat Willebrands er niet in geslaagd was om een “onomstreden” opvolger te krijgen en dat hij de geschiedenis in zou gaan als iemand die zich liet “gebruiken om een overgang van open naar gesloten katholicisme, van volwassen naar hiërarchische kerk mogelijk te maken”. En verder: “Simonis is nooit betrapt op een woord dat niet ook al uit het Vaticaan had geklonken. Hij oogt wat vriendelijker dan zijn Limburgse collega. Als hoogste lof die de publieke opinie hem ooit heeft toegezwaaid kan gelden dat hij geen Gijsen is”. Op 7 juli kwam de KRO 's-middags met het grote nieuws, tot ergernis van de Volkskrant die mij al twee dagen eerder om bevestiging vroeg. Ik moest de benoeming van Simonis, telkens als eerste nieuws in het NOS-journaal, driemaal aankondigen en “verklaren”. Ik kwam niet veel verder dan zijn aanwezigheid op de bisschoppensynode, begin 1980, zijn leeftijd (51 jaar) en dat de keuze niet op mgr. Gijsen was gevallen. De nuntius, mgr. Bruno Wüstenberg was heel tevreden over deze motivatie en stuurde de video-opname naar Rome om aan te tonen, dat de onverwachte benoeming toch redelijk goed was gevallen. “Simonis is geen sterke man”, zie Schillebeecks, “maar hij heeft een zekere soepelheid”.

Het moet Simonis worden nagegeven, dat hij de naaste medewerkers van Willebrands niet als een wildeman begon te ontslaan, zoals Gijsen eertijds in Roermond had gedaan en dat hij hen een behoorlijke ruimte gaf om mede het beleid te bepalen. Hij begint zelfs in oktober aanstaande met een zogenoemde bisdomraad.

Simonis voelt zich in het buitenland minder bespied en krijgt daar uiteraard de waardering, die een kardinaal toekomt. In November, 1983 zegt hij in Il Regno (Bologna) dat de katholieke kerk in Nederland in een ernstige crisis verkeert. Dat is zijn manier om aan te geven, dat hij en niemand anders de opdracht heeft om die katholieke kerk voor de poorten van de hel weg te slepen. Hij zegt in dat interview ook dat andere bisschoppen, van de oude garde, zeg maar de mensen van Vaticanum II en het Pastoraal Concilie, Bluyssen, Ernst en Möller meer zijn mening gaan delen over de ernst van de crisis en het verdwijnen van het katholieke geloof.

We kunnen dit eenvoudig nagaan en zien dan precies wat Simonis typeert. Wat zei bijvoorbeeld mgr. Bluyssen bij zijn afscheid (E.D. 26 mei, 1984): “De tijd van de strenge voorschriften en geboden is voorbij, denk ik. De mensen maken zelf wel uit wat ze willen”. Bluyssen vond de synode in Rome uitlopen op een bittere teleurstelling: “De synode heeft de malaise in onze kerkprovincie eerder vergroot dan verminderd” en verder “Gelovigen kunnen het kerkelijk gezag niet negeren. Maar ze moeten wel over de grenzen van het kerkelijk gezag heen kijken”. Zo'n uitspraak zou Simonis niet over zijn lippen krijgen. Bisschop Ernst heeft veel treffende gedachten aan het papier toevertrouwd. En wat zei hij in een interview (30 juni 1978 in De Tijd): “De kerk maakt niet waar wat zij gelooft. En toch leeft het geloof in die falende kerk voort. Omdat telkens mensen zich weer engageren. Zodat we telkens weer de kans krijgen toch verder te komen”.

Op 3 juli 1984 zegt Simonis voor de NCRV-radio dat er bij het pausbezoek in 1985 slechts ontmoetingen zullen zijn met “mensen die op een loyale manier in de kerk willen staan”. Wie dat zijn maakt hij uit: “We moeten een noodzakelijke selectie maken”. Maar de paus had geen oogkleppen voor, zoals op de prent van Opland op dezelfde dag. De lege straten in Den Bosch hebben op hem een diepe indruk gemaakt. De verkwikkende sfeer tijdens eucharistievieringen, met name in de Houtrusthal in Den Haag, evenzeer. De paus ontdekte in Nederland hoe gelovigen toch modern kunnen zijn of hoe moderne mensen, mannen en vrouwen, toch hun geloof kunnen bewaren.

Kardinaal Simonis leeft als het ware altijd “in den vreemde” en verdedigt zijn eigen geloofsgemeenschap en zijn eigen collega's nooit van harte. Tegen verslaggevers in Brazilië zeig hij: “Wij in Nederland zijn dodelijk vermoeid; hier is de kerk levend”. Het is te begrijpen, dat het merendeel van de Nederlandse katholieken na bijna tien jaar vermoeid is geworden van een kerkleider, die zich voortdurend vervreemd van zijn eigen geloofsgemeenschap. Misschien kan hij van een zware last worden bevrijd, wanneer straks een nieuw bisschoppen-college in plaats van de Utrechtse bisschop een nieuwe voorzitter gaat kiezen.