Respect

Morgen is het Engeland - Nederland; een interessante film, die dan ook al menigmaal wegens aanzienlijk succes is geprolongeerd. De betere Nederlandse voetballers staan in een eigenaardige verhouding tot hun Engelse collega's: op het punt van techniek en uitgekiende strategische bedenksels gaan zij schouderophalend aan de Britten voorbij. Zij vinden hen tamelijk primitief, die mannen van de harde wreven en de lange halen. Voetbal gelijk een simplistisch verbond. Maar tegelijkertijd zijn zij nog altijd een tikje gemponeerd door de allure, die voor niet-Engelsen nog steeds van het Britse voetbal uitgaat. Daar is het ten slotte allemaal begonnen en het blijft toch het land van Stanley Matthews, Len Shackleton, Billy Wright, Bobby Charlton en Bobby Moore. Waarbij we er gemakshalve overheen stappen, dat Matthews menigmaal is gepasseerd voor de nationale ploeg, omdat men hem te artistiek vond, terwijl Shackleton achter de toonbank van een sigarettenkiosk stond te verzuren, aangezien zijn kunststukjes volgens sommige machtigen niet op het voetbalveld, maar in een varietétheater thuishoren.

Niettemin is er nog altijd respect voor Engeland als voetbalnatie. Dat dateert al van Darlington, waar in het begin van deze eeuw met 12-2 werd verloren door een nog maar kort met het edele spel in actie-zijnde Oranje. Wij keken eerbiedig toe hoe de meesters hun leerlingen een lesje gaven. Gelukkig kwam toen Houtrust-1913 uit de lucht vallen, waar de Spartaan Huug de Groot tweemaal scoorde en de Engelsen (amateurs toen nog) met 2-1 verloren, wat tot stoutmoedige journalistiek plus dolle supporters-pret aanleiding gaf. Omdat de KNVB zich te lang vastklampte aan een al lang niet meer brandschoon amateurisme, duurde het tot 1935 eer de meesters zo vriendelijk waren ons land voor een officiële interland te bezoeken. Kort tevoren vonden wij het al heel wat indien een derde-divisieclub als Gillingham voor een oefenwedstrijd op bezoek wilde komen - en dan soms verloor. Maar in 1935, in een zeer regenachtig Olympisch stadion, toonde Oranje zich vrijwel gelijkwaardig. Niettemin lag Bakhuys aan de ketting bij stopperspil Barker, terwijl onze strikt-linksbenige buitenspeler Kees Mijnders door geroutineerde back Male totaal werd uitgeschakeld. Omdat Leo Halle geweldig stond te keepen en Caldenhove en Sjef van Run als leeuwen verdedigden bleef het verlies tot die ene treffer beperkt.

Na Wereldoorlog II was het niet meteen duidelijk waar we stonden maar in Ruthersfield, een onaangenaam, donkergrijs oord, waarheen the Football Association het Nederlands elftal verbande, speelde Engeland onder directie van de fantastische binnenspelers Raich Carter en Wilf Mannion ons weg, waarbij de koele schotvaardigheid van midvoor Tommy Lawton via vier goals voor een 8-2-eindstand zorgde. De grote fout was dat Oranje nogal altijd niets voor het stopperspilsysteem voelde, hoewel dat elders zijn deugdelijkheid had bewezen. Bovendien was onze spil in 1946 een debutant: Vermeer van Excelsior. Samen met de anderen ging hij kansloos ten onder. Ook de Britse amateurs waren ons in de eerste naoorlogse jaren nog te sterk. In 1948 ontmoetten we hen tijdens het olympisch voetbaltoernooi. Hoewel we met Abe Lenstra, Faas Wilkes en Bram Appel een knappe aanvals linie bezaten, ging het op het nippertje mis: 3-4 in de verlenging. Maar het spel veranderde, zonder dat de Britten daar op inspeelden. In 1964 bleef het in Amsterdam 1-1, tien jaar later op Wembley 0-0. Oranje kwam langszij en ging Engeland in 1977 op Wembley zelfs met 2-0 voorbij, waarbij Johan Cruijff de gastheren doldraaide en Jantje Peters tweemaal liet scoren.

Omdat zij typische cupfighters zijn, stond Oranje nog wel eens aan de verkeerde kant van de score (2-0 op Wembley in 1982), maar zes jaar later bezorgde Van Basten cs zichzelf en de aanhang een magnifiek gevoel door een 3-1 zege in Duitsland. Weliswaar gingen er bloedstollende momenten aan vooraf, zoals het schot van Gary Lineker, dat van drie meter afstand gelost, de paal naast Van Breukelen beukte. “Engeland blijft gevaarlijk”, zeggen we nu weer aan de vooravond van wat hopelijk een machtig duel wordt op het beroemde gras van Wembley.