Pleidooi voor leken- en telerechtbank

De klas is een volmaakte microkosmos. Beter dan welke responsiegroep ook maken leerlingen duidelijk hoe de wereld in elkaar zit. Wat is voor hen rechtspraak? Wel, wat de televisie in Amerikaanse series laat zien. Toen ik jaren geleden in een brugklas mijn discipelen rechtbankje liet spelen, was het "objection, your honour' niet van de lucht. En er moest natuurlijk een bonte jury komen, die zich dramatisch terugtrok voor beraad.

Deze onderwijservaring werd weer levend toen ik in NRC Handelsblad van 10 april las dat dr. J.J.M. van Dijk, directeur criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie, pleit voor meer aandacht voor de requisitoren van officieren van justitie. De ferme taal die zij tegen de beklaagden uitslaan, hoort niet achter gecapitonneerde deuren te blijven. Bioscoopfilmpjes en lokale televisie moeten de burger het gevoel geven dat de officier voor hen opkomt: “Het is psychologisch goed als je laat zien dat het openbaar ministerie krachtig optreedt”.

Op zichzelf is het bevorderen van grotere vertrouwdheid met het eigen rechtssysteem een goede zaak. Alleen schuilt in Van Dijks pleidooi een adder onder het gras. Het gaat Van Dijk niet om - zoals de kop zegt - "Rechtbank vaker op televisie', maar om het populariseren van de openbare aanklagers. Principieel zijn er ernstige bezwaren aan te voeren tegen een dergelijke bevoordeling van een partij in het proces.

Voor de verankering van het besef dat er namens de gemeenschap recht wordt gedaan, zijn eerlijker methoden te bedenken. Televisie kan haar rol spelen, maar (evenwichtige) publiciteit is geen panacee voor de vervreemding. Beter zou het zijn als iedere Nederlander de kans loopt rechter te zijn. Is er een betere les in rechtsbesef denkbaar? De ons omringende buitenlanden kennen alle de inschakeling van leken als toegevoegd rechter of jurylid. Welk recht heeft een rechtssysteem om eigenwijs te zijn en te beweren dat beroepsrechters een beter oordeel hebben? Recente onderzoekingen zijn tot de verrassende conclusie gekomen dat de rechtsprofessionelen mensen zijn. Waarom zouden wij aan hen exclusief de fundamentele publieke taak van rechtspleging overlaten? Natuurlijk is deskundigheid van belang. Juridische beroepsrechters hebben een taak in het documenteren en instrueren van lekenrechters.

De inhoud van het tegenpleidooi is voorspelbaar: moet "gesundenes Volksempfinden' de plaats innemen van de expertise? Deze lijn van argumentatie diskwalificeert de rechtssystemen van België en Groot-Brittannië. Ook schrijnende gevallen van (volks)rechterlijke dwalingen plegen te worden aangevoerd tegen de inschakeling van burgers. De klassiek gevormde jurist zal mij het proces Socrates tegenwerpen.

Enkele weken geleden waren we op de plaats waar de massademocratie voor het eerst werd beproefd (en ook haar missers maakte). Met de studenten klassieken bezochten we het museum van de Atheense agora, waar allerlei attributen worden bewaard die te maken hebben met het functioneren van de volksrechtbank: lotingsmachines zorgden voor een willekeurige samenstelling van de rechtbank. De leden van deze heliaia werden pas op de ochtend van het proces aangewezen. De panels waren omvangrijk, omdat de Atheners uitgingen van het gezonde wantrouwen dat iedereen corrupt was: bij een jury van honderden leden werd omkoperij echter te begrotelijk. Nadat de pleidooien over en weer waren gehoord, deed de heliaia direct uitspraak, zonder in conclaaf te gaan. Iedere heliast kreeg twee ronde schijven, een met een massieve, de andere met een holle as. Het inleveren van de laatste betekende dat men zich uitsprak voor het schuldig van de aangeklaagde. De schijven werden gestopt in gleuven die in rijen waren aangebracht in planken: zo kon snel geteld worden. Met pennen kon worden gecontroleerd of alle schrijven een holle as hadden.

Peinzend heb ik staan kijken naar de stemschijven in de vitrine van het Agoramuseum: wat een vernuft hebben de Atheners besteed aan hun democratische instituties. De uitvinders van de volksmacht voor de complexe staat - heel anders dan tribale oerdemocratie - houden ons in menig opzicht een spiegel voor. Met onze technische middelen zouden we gemakkelijk een "tele-democratie' kunnen verwezenlijken. Nu wordt het volk soms geraadpleegd via de televisie om de "Wunschfilm der Woche' te kiezen. Dit systeem kan makkelijk voor minder triviale doeleinden worden gebruikt. Iedere Nederlandse burger kan via een modem zijn verbonden met de centrale computer in Den Haag. Regelmatig - bijvoorbeeld wekelijks - vraagt zijn personal computer hem zijn stem uit te brengen over een brandende kwestie. Een dergelijk systeem bestrijdt in ieder geval de euvels van onze massademocratie, het gebrek aan participatie en de vervreemding. Ook een tele-rechtbank is niet ondenkbaar. Principieel lijkt zij mij een juistere oplossing dan Van Dijks officieren-show.