"Partijen Bosnië in overleg buitenspel'; Bemiddelaars: geen opheffing van wapenembargo; Plan Vance-Owen is ook door moslims nog niet goedgekeurd

BELGRADO, 27 APRIL. Terwijl de burgeroorlog in Bosnië-Herzegovina doorwoedt lijkt de internationale gemeenschap steeds minder geneigd, de drie oorlogspartijen in de republiek nog een rol toe te kennen in het vredesproces, zo wordt vernomen in de kring van de buitenlandse bemiddelaars in het conflict.

De gedachte dat een politieke oplossing in Bosnië niet mogelijk is heeft gisteren een belangrijke impuls gekregen door de weigering van de Bosnisch-Servische oorlogspartij, alle vier de documenten te ondertekenen van het plan Vance-Owen. In diplomatieke kring wordt nu gezinspeeld op de mogelijkheid van een nieuwe internationale conferentie over ex-Joegoslavië, waarbij de Bosnische Serviërs, Kroaten en moslims niet meer een eerste viool zullen spelen. “Zowel Joegoslavië (Servië als Montenegro) als Kroatië heeft grote macht en invloed in Bosnië-Herzegovina. Deze landen zijn belangrijke factoren in het tot stand brengen van vrede daar”, aldus een zegsman van Vance en Owen.

De Bosnische Serviërs volhardden gisteren in hun afwijzing van het vredesplan, ondanks een oproep van de leiders van Joegoslavië ermee akkoord te gaan. De Servische president Slobodan Milosevic, de Montenegrijnse president Momir Bulatovic en de Joegoslavische president Dobrica Cosic lieten in een brief weten, dat zij de belangen van de Servische bevolking in Bosnië-Herzegovina door het vredesplan en de ermee verbonden verzekeringen van Owen over een extra-territoriale corridor tussen overwegend Servische provincies en bescherming voor Serviërs in niet-overwegend Servische provincies, voldoende gegarandeerd achtten. De drie presidenten, wier territorium vanaf heden door een vergaande economische boycot wordt getroffen, keurden in scherpe bewoordingen het vertoon van extreem patriottisme en oorlogszuchtigheid van de Bosnische Serviërs af. Owen nodigde de drie Joergoslavische leiders gisteren uit dat standpunt kracht bij te zetten en alle hulp - militair, economisch, zelfs voedselhulp - aan de Bosnische Serviërs te beëindigen. Troepen van de VN, aldus Owen, zijn bereid de grens tussen Joegoslavië en Bosnisch-Servië hermetisch af te sluiten, maar “kunnen dat niet doen in een vijandige omgeving”, dus zonder de medewerking van het leger van Joegoslavië.

Ofschoon Joegoslavië al een jaar geleden formeel afstand heeft genomen van de door de Serviërs in Bosnië-Herzegovina uitgeroepen "Servische republiek', en de door deze partij bedreven excessen op het gebied van "etnische zuivering' ook formeel heeft veroordeeld, is er in de praktijk wel degelijk sprake geweest van Joegoslavische steun aan de Bosnisch-Servische oorlogsinspanning, aldus diplomaten in Belgrado.

De neiging bij de internationale bemiddelaars, ook de Kroatische HVO en door de moslims gedomineerde regering in Sarajevo af te schrijven als positieve factoren in het vredesproces is versterkt door de strijd tussen Kroaten en moslims in Midden-Bosnië. Die wordt vooral gekenmerkt door wreedheid jegens de burgerbevolking en "etnische zuiveringen'. Net als eerder de Bosnisch-Serviërs, claimen moslims en Kroaten nu dat deze misdaden tegen de menselijkheid worden begaan door extremisten uit eigen kring, waarover geen controle zou bestaan. In alle gevallen staan waarnemers uiterst sceptisch tegenover dit excuus.

Een bijzonder probleem vormt de positie van de regering van Bosnië en president Alija Izetbegovic, die tevens aanvoerder van de moslim-partij is. Izetbegovic' weigering eerder dit jaar, afstand te doen van het volgens de grondwet roulerende persidentschap, heeft zeer bijgedragen tot de politieke verwijdering tussen Kroaten en moslims, meent men in kringen van de bemiddelaars. “Izetbegovic heeft gewoon geweigerd, zijn plaats af te staan aan de Kroatische kandidaat die aan de beurt was, en in voorkomende gevallen laten de Kroaten bij onderhandelingen niet na, erop te wijzen dat hij wederrechtelijk als president optreedt”.

In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, heeft de moslimpartij de vredesregeling niet volledig en ondubbelzinnig onderschreven. De handtekening van Izetbegovic ontbreekt onder "Annex IV' van de vredesregeling, die voorziet in een schema voor troepenterugtrekking en demilitarisering voor het geval de drie oorlogspartijen met de andere delen van de vredesregeling zouden hebben ingestemd. De handtekening van Izetbegovic onder de andere drie onderdelen van de vredesregeling (over de structuur van tien zelfbesturende provincies, de voorlopige staatsinrichting en de kaart met de onderverdeling in provincies) gaat vergezeld van een uitvoerige "verklaring' van de president, waarin hij in dubbelzinnige termen een geheel eigen interpretatie aan zijn instemming geeft en te kennen geeft, op elk hem passend moment op zijn instemming te kunnen terugkomen. De Bosnische Serviërs hebben overigens de annex over troepenterugtrekking en demilitarisatie wel ondertekend, net als het document over het principe van tien zelfbesturende provincies in één staat.

Izetbegovic' weigering de bepalingen over demilitarisering en troepenterugtrekking te ondertekenen krijgt bijzondere betekenis door het feit, dat zijn Bosnische regering bezig is met de verdere uitbouw van een eigen "Leger van Bosnië-Herzegovina' en overal in de wereld vraagt om wapens. De Kroaten beschuldigen dit moslim-leger ervan, duizenden militairen te hebben onttrokken aan de fronten met Servische eenheden en in Midden-Bosnië een offensief te zijn begonnen. Gevreesd wordt nu vooral voor moslim-Kroatische gevechten bij Travnik, waar een belangrijke munitiefabriek is gevestigd.

De bemiddelaars zijn sterk gekant tegen een opheffing van het VN-wapenembargo voor de Bosnische moslims. Niet alleen “leveren meer wapens meer oorlog op”, aldus een VN-functionaris, maar ook wordt verspreiding van deze wapens over andere (potentiële) fronten in ex-Joegoslavië gevreesd, zoals in Kroatië of de Servische provincie Kosovo.

Met een andere mogelijke stap, het dreigen met selectieve bombardementen vanuit de lucht door de internationale gemeenschap, heeft Owen minder moeite. “Het dreigen daarmee is de afgelopen dagen heel nuttig geweest in de onderhandelingen”, aldus een zegsman.

De Bosnische Serviërs lijken het vredesplan vooral te hebben afgewezen omdat het voorziet in voortgaande samenleving van verschillende bevolkingsgroepen in de tien provincies en een terugkeer van vluchtelingen, aldus bronnen bij de bemiddelaars. Owen en vooral Vance hebben zich bijzonder gestoord aan kritiek, ook vanuit Washington, dat het plan Bosnië opdeelde in "etnisch zuivere' eenheden en daarmee eigenlijk agressie achteraf zou sanctioneren. In werkelijkheid voorziet het plan in machtsdeling en bescherming voor alle bevolkingsgroepen binnen elke provincie.

“Het vredesplan is geenszins dood”, aldus Owen gisteren kort voor zijn vertrek uit Belgrado. “Het is de enige kans op duurzame vrede in Bosnië-Herzegovina en zal hoe dan ook worden gerealiseerd”. Alleen de middelen waarmee zullen in Owens visie veranderen. “Niet langer zullen voor de internationale gemeenschap humanitaire hulp en vredeshandhaving absolute prioriteit hebben”. En "zelfbenoemde leiders' als die in het Bosnisch-Servische parlement worden naar het tweede plan verwezen. Hun wacht, als het aan Owen ligt, een volledig isolement.