Ongegeneerd bewonderend TSL 14. 80 blz.ƒ9,50. ...

Ongegeneerd bewonderend TSL 14. 80 blz.ƒ9,50. Amsterdam, 020-5253081

Heel veel straatrumoer TriQuarterly 86. 315 blz.$9,95. Northwestern University, 2020 Ridge Ave. Evanston, IL 60208 USA

Verzörgd en geveulig Roet, veurjaor 1993, vrouwlu an 't woord. 24 blz.ƒ6. Het Drentse Boek, Zuidwolde, 05287-1443

Ongegeneerd bewonderend

Het Amsterdamse Tijdschrift voor Slavische Literatuur komt met een voorpublikatie uit de reeds verschenen dikke roman Onverzadigbaarheid van S.I. Witkiewicz, die in de dagbladpers ook al ruim aandacht heeft gekregen. Vertaler Karol Lesman noemt dit boek uit 1930 “de meest ideale combinatie van zijn catastrofistische wereldbeeld en zijn literaire talenten” in een “expressief, zeer mannelijk taalgebruik”.

Witkiewicz' tijd- en landgenoot Bruno Schulz krijgt in dit nummer aandacht van André Roosen, in een inleidend artikeltje dat niet veel om het lijf heeft. Aanleiding lijkt Schulz' vijftigste sterfdag te zijn, in november 1992. Van een gespecialiseerd tijdschrift als dit TSL mag toch wel meer worden verwacht.

Bevredigender bijdragen zijn van Josef Cermák (over het Tsjechisch van Kafka), Frans-Joseph van Agt (vertaling plus toelichting van gedichten van Gavrila Derzjavin), en een stuk uit 1947 van George Orwell over Tolstoj's hekel aan Shakespeare. Van de Russische criticus Mark Slonim werd een artikel uit 1929 over Marina Tsvetajeva vertaald - “Je kunt stellen dat er geen Russische dichter is om wie zoveel geruzied zou kunnen worden als om Tsvetajeva. Sommigen vinden dat ze de sterkste lyrische dichter van vóór de revolutie is, anderen beweren verontwaardigd dat haar gedichten en poëmen een zinloze opeenhoping van woorden zijn waaruit een gewone sterveling geen wijs kan worden”. Er staat nergens vermeld wie het proza van Slonim en de door hem geciteerde versregels vertaald heeft, wat juist in haar geval - Tsvetajeva is notoir onvertaalbaar - heel gek is.

Met zoveel ongegeneerd betoonde bewondering worden tegenwoordig geen kritieken meer geschreven. “Deze mateloosheid, dit uitdiepen, dit streven naar de essentie, dit afleggen van de sluier van reddende illusies, gaat bij Tsvetajeva gepaard met een uitzonderlijk gespannen geestelijk leven en met een geestdrift die haar tot de hartstochtelijkste eigentijdse Russische dichteres maakt.”

TSL 14. 80 blz.ƒ9,50. Amsterdam, 020-5253081

Heel veel straatrumoer

Een cynisch gedicht zonder titel van Tsvetajeva, nogal verstaanbaar voor haar doen, werd voor het Amerikaanse blad TriQuarterly vertaald door Gwenan Wilbur. “I thank you with my heart and with my hand / That you - yourself not knowing it! - / Should love me so: for my nocturnal peace, / For the scarcity of meetings during twilight, / For our non-walks under the moon, / For the sun, which is not above our heads- / That you're sick - alas! - but not for me, / That I'm sick - alas! - but not for you!”

TriQuarterly bestaat sinds 1958 en heeft, drie keer per jaar, heel wat te bieden. Korte verhalen, veel poëzie, een "special section', en niet-fictief proza. In deze laatste categorie vinden we in het pasverschenen nummer een fragment van Luis J. Rodrguez over een vechtgrage, lijmsnuivende streetkid in Los Angeles en de vanzelfsprekende, volstrekte segregatie van arme Mexicaanse en de blanke Amerikanen. Rodrguez beschrijft een rellerige sfeer, die dicht tegen een ware burgeroorlog aan zit.

Meer straatleven: Village Voice-columniste Laurie Stone neemt ons mee naar de bewoners van kartonnen dozen in New York - “There are so many bodies on the street I continually have to restrain the dog from pissing on them”.

Vermoedelijk is TriQuarterly het enige tijdschrift dat zo nadrukkelijk fictie scheidt van reportage en autobiografie.

In de "special section' (50 blz) schrijft dichter/vertaler Jim Powell over Nachdenken (Goethe), Ripensando (Dante), Recollected (Wordsworth); over de bedachte orde die van een gevoel of ervaring een gedicht maakt, en de opinies hierover van wel vijftig grote denkers en dichters. Wat meer bestemd voor de gewone lezer is zijn vertaling, plus uitvoerige toelichting, van een guirlande samenhangende gedichten van Sappho - “When anger spreads inside your breast / keep watch against an idly barking tongue (-) Eros the Limb-loosener shakes me again, / that sweet, bitter, impossible creature (-) You came, and I was mad to have you: / your breath cooled my heart that was burning with desire”.

En er staat nog veel meer moois in dit viermaandelijkse blad. Opvallend in het proza is het hoge gehalte aan straatrumoer.

TriQuarterly 86. 315 blz.$9,95. Northwestern University, 2020 Ridge Ave. Evanston, IL 60208 USA

Verzörgd en geveulig

“Er gebeurt nu niet genoeg in de Drentse literatuur. Het zou meer moeten flitsen.” Zegt Marga Kool, "éminence grise van de Drentse literatuur', in het voorjaarsnummer van Roet. Dit Drents Letterkundig Tiedschrift, voor een deel in dialect geschreven, presenteerde in de winter een erotisch nummer, wat wisselende reakties opleverde: “paartie vrouwlu waren veraldereerd, aandern waren affronteerd”. Om het goed te maken is het nieuwe een vrouwennummer. “Oet underzeuk is bleken dat vrouwen minder op hebt met streektaol as mannen, het Drèents minder waardeert. (-) Van vrouwlu wordt een verzörgd, geveulig taolgedrag verwacht en in dat beeld past gien streektaol.”

Als je enigszins gewend raakt aan het dialect vallen er in deze aflevering van Roet behartigenswaardige dingen te lezen. Volgens redactrice Stieneke Boerma hebben (Drentse) schrijfsters inhoudelijk gezien vaste, Romantische onderwerpen: het paradijselijke dorp liever dan de stinkende stad, het kind, het vertrouwde vast willen houden, en een zoeken naar "mandieligheid', wat denkelijk zoiets als harmonie of saamhorigheid betekent.

Heel geslaagd klinkt dit gedicht van Jannie Boerema uit de bundel Leeid van de Sirene: “Ik wil wel / stof zoegen / en bedden opmaoken / en sokken waskern / en jenever inschenken / en pudding koken / en de kat kammen / en laank wachten / en heksen / en eier / en mien ogen / blauwvaarven / op goeie vrijdag // as hij dan maor / as hij dan maor / mien / papaarse rooie jurk / oet trekt.”

Marga Kool: “Het Drents en de poëzie hebben gemeen dat het ongezegde het wezenlijke herbergt.”

Roet, veurjaor 1993, vrouwlu an 't woord. 24 blz.ƒ6. Het Drentse Boek, Zuidwolde, 05287-1443