Oekrane bestrijdt monetaire chaos met afdanken roebel

DEN HAAG, 27 APRIL. De republieken van de voormalige Sovjet-Unie hadden niets om op terug te vallen toen ze anderhalf jaar geleden hun onafhankelijkheid uitriepen. “We waren een satelliet van de Sovjet-Unie”, zegt de Oekranse minister van financiën Grigori Pjatatsjenko. “We hadden niets te vertellen, we hadden geen zelfstandige overheidsinstituties.”

Rusland heeft de oude instellingen van de Sovjet-Unie overgenomen; Oekrane en de overige republieken moeten net als voormalige koloniën de instituties die bij een natie-staat behoren, van de grond af opbouwen. Tegelijkertijd moeten ze een begin maken met economische hervormingen en de betrekkingen met Rusland grondig herzien.

Pjatatsjenko bezocht onlangs met een groep collega's Nederland in verband met een bijeenkomst van de groep landen die Nederland vertegenwoordigt in het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Tot deze zogenoemde kiesgroep behoren de ex-Sovjet-republieken Oekrane, Moldavië, Armenië en Georgië, de Balkan-landen Roemenië en Bulgarije, alsmede Cyprus en Israel.

Loskoppeling van Rusland is voor de ex-Sovjet-republieken een politieke en psychologische noodzaak. “De sfeer tussen Rusland en de rest is verpest”, meent Olek Havralisjin, Oekraner van geboorte, en jarenlang hoogleraar economie in de Verenigde Staten. Vorig jaar trad hij kortstondig op als ondermininister van financiën in Kiev, nu is hij terug in Washington als plaatsvervangend bewindvoerder in het bestuur van het IMF op het kantoor van de Nederlandse kiesgroep. “Rusland wordt nog steeds gezien als het rijk van het Kwaad”, zegt hij.

Minister van financiën Claudia Melnic van Moldavië zegt dat haar kleine republiek aan de grens met Roemenië minder psychologische problemen met Rusland heeft dan de Oekrane. Maar ook Moldavië wil een eigen munt, weg uit het roebelblok dat door Rusland overheerst wordt.

Oekrane heeft sinds 16 november vorig jaar een eigen munt, de karbovanets. Het was meer dan een symbolische breuk met Rusland: de centrale bank in Moskou leverde onvoldoende roebels aan Oekrane. Bovendien heeft Oekrane, zoals alle republieken, een handelstekort met Rusland. Die scheefgroei in de handelscijfers moet tot uitdrukking komen in de wisselkoersverhoudingen tussen de republieken en daarom begon de nieuwe Oekranse munt met een stevige devaluatie ten opzichte van de roebel.

Viktor Joesjtsjenko, de president van de centrale bank in Kiev, raakt enigzins in verwarring als de waarde van de karbovanets in harde valuta ter sprake komt. Het hangt er maar van af, zegt hij, waarmee de koopkracht wordt vergeleken. Uitgedrukt in eerste levensbehoeften is de wisselkoers van de karbovanets 35 voor een dollar, uitgedrukt in industriële produkten 400 voor een dollar. Op de zwarte markt wordt 2.100 karbovanets voor een dollar betaald en op de wekelijkse veilingen voor harde valuta die de Oekranse centrale bank organiseert, wordt 3.000 voor een dollar geboden. Daarmee heeft de karbovanets een kwart van de waarde van de roebel, waarvan de wisselkoers op het ogenblik 750 voor een dollar bedraagt.

Volgens Olek Havralisjin moeten alle ex-Sovjet-republieken breken met de roebel en een eigen munt invoeren. “Het is de enige manier om te ontsnappen aan de monetaire chaos in Rusland”, zegt hij. “Stabilisatie van de economie in de republieken is onmogelijk zonder ontkoppeling van de roebel-zone. Het is onvermijdelijk en kan het beste zo snel mogelijk gebeuren”, meent hij.

De president van de Oekranse centrale bank, Viktor Joesjtsjenko, zegt dat hij een monetair stelsel zoals in de beschaafde wereld wil invoeren. “Onze eerste prioriteit is beteugeling van de inflatie. We zullen maatregelen nemen om te voorkomen dat we inflatie uit Rusland importeren.” De inflatie in de Oekrane is nog altijd hoog, erkent de president van de centrale bank, al is deze lager dan die van Rusland.

Op plechtige toon vervolgt Joesjtsjenko: “Oekrane kan met trots verklaren dat alle vereiste bouwstenen voor stabilisatie van de economie op hun plaats liggen.” Dat is een recente bekering, want in maart nog gaf de centrale bank 1.230 miljard karbovanets uit. Het was pure geldschepping door de centrale bank, en onmiddellijk zakte de koers van de Oekranse munt van 2.000 naar 3.000 voor een dollar. Met het geld werden uitstaande rekeningen betaald van Oekranse bedrijven die naar Rusland blijven exporteren zoals ze vroeger deden, maar die in tijden geen betaling van de Russische afnemers meer hebben ontvangen.

De karbovanets is een tijdelijke oplossing, in afwachting van de invoering van de officiële Oekranse munt, de hrivnia. Wanneer die in omloop wordt gebracht is onbekend, eerst moet de inflatie met succes beteugeld zijn, want de hrivnia moet een harde munt worden. Een aanwijzing voor de onzekerheid is de kapitaalvlucht in harde valuta uit de Oekrane, die door Havralisjin in 1992 op “ten minste één miljard dollar” wordt geschat.

Oekraine is wat omvang en bevolkingsaantal betreft vergelijkbaar met Frankrijk. De hervormingen zijn pas in de tweede helft van 1992 begonnen, een half jaar later dan in Rusland. Maar in tegenstelling tot de situatie in Moskou woedt in Kiev geen politieke loopgravenoorlog tussen parlement, president en regering. De nationalistische ex-communistische president Leonid Kravtsjoek en de voorzitter van het parlement Leonid Pljoesjtsj laten de hervormingsgezinde premier Leonid Koetsjma zijn gang gaan. De ontvlechting van de economische betrekkingen met Rusland vormt wel een enorme bron van onzekerheid. Kiev en Moskou ruziën al maanden over Russische olie- en gasleveranties aan de Oekrane. “We hebben nog steeds geen akkoord met de Russen kunnen sluiten over de prijs en het volume van de energieleveranties”, zegt minister van financiën Pjatatsjenko met nauwelijks onderdrukte bitterheid.

In Moldavië kampt minister van financiën Claudia Melnic ook met tegenslagen bij de invoering van een nationale munt. “We zijn bezig met een eigen munt, ons parlement heeft dit vorig jaar goedgekeurd.” Probleem is dat de regering in Chisinau geen zeggenschap heeft over het hele grondgebied van de republiek: separatistische minderheden in Transnistrië en in Gagaoezië verhinderen dat een banksysteem of een geldstelsel in Moldavië kan worden opgezet. Melnic hoopt dat deze politieke obstakels binnenkort worden opgelost. “Pas als we een nationaal banksysteem hebben kunnen we nadenken over de invoering van een eigen munt”, zegt ze.