Nieuw conflict over OV-jaarkaart

DEN HAAG, 27 APRIL. Het streekvervoer, verenigd in de VSN, heeft een diepgaand meningsverschil met het ministerie van onderwijs over de interpretatie van het contract dat zij afgelopen weekeinde hebben gesloten over de nieuwe OV-studentenkaart.

Het conflict gaat over de vraag of de busmaatschappijen verplicht zijn een eventueel overvloedig gebruik door studenten van het nieuw te vormen busnet op te vangen. Volgens Onderwijs zal het ministerie voor het totale contract met de busmaatschappijen (inclusief gebruik van het gewone stads- en streekbusnet) 835 gulden per studentenkaart betalen. Onderwijs zal alleen meer voor het contract betalen als het aantal studenten zal toenemen, net zoals in het huidige contract met de NS het geval is. Volgens een woordvoerder van Onderwijs is het ministerie niet financieel verantwoordelijk voor eventuele capaciteitsproblemen bij de busmaatschappijen, evenals bij het huidige contract met de Spoorwegen. “Wij hebben het studentenrisico en de VSN heeft het kilometerrisico”, luidt de interpretatie van Onderwijs.

De VSN bevestigt dat de "vervoersverplichting' geldt voor het normale streekvervoernet, maar houdt vol dat zij ten aanzien van het speciale busnet slechts een "capaciteitsverplichting' is aangegaan. Als het gebruik door studenten de afgesproken 750 miljoen "plaatskilometers' te boven gaat, “dan zal er opnieuw onderhandeld moeten worden met Onderwijs”, aldus VSN-woordvoerder C.G. Sleddering. “Als wij iedere keer duizenden studenten moeten afwijzen omdat er niet genoeg plaats is, dan is er natuurlijk een probleem, maar wij zijn op grond van het gesloten contract niet verplicht om hen te vervoeren. De contractuele verplichting gaat tot 750 miljoen plaatskilometer. Vol is vol.” De VSN zal niet moeilijk doen over “aanpassingen in de marge”, maar acht zich daartoe niet contractueel verplicht.

Beide partijen beroepen zich op het beginselakkoord dat vrijdagnacht in Utrecht werd gesloten.

Pag 2: "Voor studenten busnet geldt: vol is vol'

Het ministerie van onderwijs beroept zich op de volgende passage: “De OV-ondernemingen uit stad- en streekvervoer bieden de studiefinancieringgerechtigde de mogelijkheid onbeperkt te reizen op al hun bus-, tram-, en metrolijnen; (en) onbeperkt te reizen met een specifiek voor studenten in te richten landelijk aanvullend snelbusnet. De overeengekomen prijs voor deze voorziening bedraagt 475 miljoen op jaarbasis, exclusief BTW.”

De VSN beroept zich ten aanzien van het voorbehoud voor het landelijke busnet op de volgende passage: “Een aantal onderwerpen zal nog in open en reëel overleg tussen de partijen nader worden uitgewerkt op basis van de gezamelijke offerte VSN/BOV van 7 april 1993.” Volgens de VSN staat in die offerte dat het gebruik van het landelijk busnet is gelimiteerd tot 750 miljoen "plaatskilometers'.

Volgens Onderwijs is dat beroep echter vreemd, “want als dat voorbehoud bepalend zou zijn dan zet je toch niet in het contract dat de student recht krijgt op onbeperkt reizen?” Volgens Sleddering van de VSN kan dat echter wel. “Er staat inderdaad dat er onbeperkt gereisd kan worden in het in te richten snelbusnet. Maar in de offerte, waar in het contract naar verwezen wordt, wordt dat busnet nauwkeurig omschreven, inclusief de maximale capaciteit. Juridisch klopt onze interpretatie, zo hebben mij onze uitstekende juristen verzekerd.” Bij het contract met de NS dat vrijdagnacht afketste op de prijs, was wel sprake van een onbeperkte vervoersplicht voor de spoorwegen.

CDA-Kamerlid A. Lansink zei vanmorgen in een eerste reactie dat het vandaag gerezen meningsverschil tussen VSN en Onderwijs “eens te meer bewijst dat het verstandig is om het akkoord nog eens kritisch te bekijken.” Fractievoorzitter P. Lankhorst van Groen Links heeft voor vanmiddag een Kamer-debat aangevraagd met de ministers Ritzen (onderwijs) en Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) over de nieuwe OV-kaart. Vanmorgen zei hij dat door het meningsverschil “duidelijk de NS weer om de hoek komt kijken”. Hij zal de ministers vanmiddag opheldering vragen over het conflict tussen de busmaatschappijen en Onderwijs.

Het tussen Onderwijs en de VSN afgesproken aantal van 750 miljoen "plaatskilometers' ligt aanzienlijk lager dan het aantal "reizigerskilometers' dat de studenten nu jaarlijks per trein afleggen: 5,5 miljard. De verplichting die de busmaatschappijen op zich hebben genomen wordt nog minder als men bedenkt dat een "reizigerskilometer' betekent dat er daadwerkelijk een reiziger een kilometer verplaatst is. Een "plaatskilometer" houdt in dat er een zitplaats een kilometer wordt verplaatst, ongeacht of deze bezet is of niet. Onderwijs en de VSN hebben wel afgesproken dat over de verdeling van de capaciteit over de 36 geplande lijnen na een half jaar overleg zal worden gepleegd. In dat overleg kan dan besloten worden om de capaciteit van bepaalde verbindingen en op bepaalde tijden als daar door studenten veel "pretkilometers' worden gereden, te verminderen. Van de 5,5 miljard reizigerskilometers door studenten die de NS nu verzorgd zijn 2,2 miljard "pretkilometers', dat wil zeggen kilometers die niet worden afgelegd tussen woning en school of tussen studeeradres en ouderlijk huis.

De VSN verwacht dat het gewone streekvervoer en het nieuwe net in totaal ongeveer 1,5 miljard reizigerskilometers van de trein zullen overnemen, 750 miljoen voor het gewone streekvervoer en 750 miljoen voor het nieuwe studentennet. Het is echter niet waarschijnlijk dat veel studenten uit de trein in de gewone streekbus zullen overstappen omdat deze op lange trajecten vaak veel stopplaatsen kennen en daarom veel langere reistijden kennen dan de trein. In het nieuwe studentennet, waarvoor dus volgens de VSN een maximum geldt, zijn de reistijden veel gunstiger.