"Loonmatiging dringend geboden'; Duisenberg: tekort harder aanpakken

AMSTERDAM, 27 APRIL. Het overheidstekort moet in de komende jaren veel harder worden aangepakt dan het Verdrag van Maastricht voorschrijft. Bij de vorming van de lonen is matiging dringend geboden.

Die waarschuwingen uitte de president van De Nederlandsche Bank, dr. W. Duisenberg, naar aanleiding van het jaarverslag 1992 van de centrale bank, dat vandaag is gepubliceerd.

Het bezuinigingspakket van het kabinet, dat minister-president Lubbers vorige week presenteerde als de “meest strenge begroting sinds de Tweede Wereldoorlog”, is volgens Duisenberg nog niet streng genoeg. Het kabinet wil in 1994 8,0 miljard gulden bezuinigen. Daarmee komt het financieringstekort op de norm die het Verdrag van Maastricht stelt voor de Economische en Monetaire Unie (EMU), te weten 3 procent van het bruto binnenlands produkt. Duisenberg vindt dat voor de lange termijn evenwel onvoldoende.

De EMU vereist namelijk ook dat de totale overheidsschuld hooguit 60 procent van het binnenlands produkt bedraagt. Volgens Duisenberg zal dat nooit lukken wanneer Nederland niet onder die 3 procent komt.

In Nederland stijgt de overheidsschuld als percentage van het nationaal inkomen van ruim 78 procent in 1990 tot naar schatting 81 procent in 1993. In het jaarverslag rekent Duisenberg voor dat bij een tekort van 1 procent de EMU-norm omstreeks het jaar 2008 kan woren bereikt. Bij een tekort van 2 procent gebeurt dat pas omstreeks 2025. Een tekort van slechts 1 procent vraagt bezuinigingen van tussen 18 en 20 miljard gulden.

Duisenberg constateerde met zorg dat het kabinet de norm voor het financieringstekort uit het regeerakkoord in 1994 wil loslaten. In het afgelopen jaar werd de regeerakkoord-norm wel gehaald. Ook dit jaar denkt het kabinet aan de norm te kunnen voldoen.

Duisenberg vroeg zich in bedekte termen af of het kabinet de in zijn ogen te geringe bezuinigingen in 1994 wel zal halen. “Er zit nogal wat zachte boter tussen”, oordeelde de president over aangekondigde ingrepen. Met name het grote beroep op incidentele maatregelen - die bijna 4 miljard moeten opbrengen - baart hem zorgen. Incidenteel zijn onder andere de verkoop van staatsdeelnemingen. Extra discipline is volgens Duisenberg eveneens vereist van de sociale partners bij de vaststelling van de lonen. Loonmatiging acht Duisenberg “dringend geboden”. De loonontwikkeling dient in de pas te lopen met de ontwikkeling van de produktiviteit. Die “simpele waarheid” dreigt echter uit het oog te worden verloren, aldus de bankpresident. Op basis van de lopende en recent overeengekomen CAO's komt Duisenberg tot een loonkostenstijging van 3,35 procent. In 1992 steeg de arbeidsproduktiviteit met slechts 0,6 procent.

Organisaties van werkgevers en werknemers waarschuwden voor een al te rigide aanpak van de overheidsschuld. Het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) is het pertinent oneens met de “rigide” benadering van het financieringstekort. “Het slaafs volgen van onder andere omstandigheden vastgelegde normen is niet de juiste weg.” Het Christelijke Werkgeversverbond (NCW) is van mening dat naast het terugdringen van de schuld ook de collectieve lastendruk omlaag moet.