Joodse kolonisten hopen op een wonder

Vandaag wordt in Washington het bilaterale vredesoverleg over het Midden-Oosten hervat. De onderhandelingen tussen Israel en Jordanië, Syrië, Libanon en de Palestijnen hebben stilgelegen sinds half december, toen Israel ruim 400 moslim-fundamentalistische Palestijnen naar Libanon uitwees. De uitgewezenen zijn nog niet naar huis teruggekeerd, maar een reeks Israelische concessies heeft hervatting van de onderhandelingen toch mogelijk gemaakt.

REWAVA, 27 APRIL. “Ik zal nooit aanvaarden dat een gewapende Palestijnse politieagent me aanhoudt in Erets-Israel, het land van Israel. Als dat gebeurt ontstaat er een incident, dan moet het Israelische leger ingrijpen en komen er moeilijkheden die misschien de oprichting van de Palestijnse bestuursautonomie verhinderen”, hoopt de 28-jarige orthodoxe kolonist Chaim Mushkel.

Gistermiddag, op Israels 45ste onafhankelijkheidsdag, zat hij met vrienden in het zonnetje voor zijn caravan in de piepkleine nederzetting Rewava, dertig kilometer ten oosten van Tel Aviv in bezet gebied. Op de twintig caravans wapperen Israelische vlaggen in de straffe wind die hier tegen het middaguur over de heuveltoppen in Samaria opsteekt. Over een half uurtje is het vuur klaar voor het roosteren van allerlei vlees. Rond Chaims caravan bloeien viooltjes en petunia's.

Maar Chaim betwijfelt of hij ooit in de villa in Rewava zal wonen waarvan hij een jaar geleden nog droomde. Ondanks zijn vrome overtuiging dat het Gods wil is dat hij hier nu in een caravan woont, is Chaim danig in de war door de hervatting van de Israelisch-Palestijnse besprekingen over de Palestijnse bestuursautonomie, vandaag in Washington. Zijn gevoelens aarzelen tussen hoop en wanhoop. Hoop put hij uit de blunders die de Palestijnen zullen maken. Blunders die het vredesproces zullen laten ontsporen en zijn aanwezigheid in Rewava zullen bestendigen. Zijn wanhoop meet hij aan de bevriezing van de bouwactiviteit in Rewava, sedert Likud in de zomer van vorig jaar de algemene verkiezingen verloor en de socialisten onder Yitzhak Rabin aan de macht kwamen.

De villa die Chaim met zijn vrouw en twee kinderen hoopte te kunnen betrekken is niet van de tekentafel gekomen, de bouw van de wegen nabij de nederzetting is tot stilstand gekomen. Omdat God hun leidsman is wachten twintig orthodoxe families nu op de heuveltop in Rewava op een wonder waardoor de Palestijnse bestuursautonomie - “noem het gewoon maar wat het is, een Palestijnse staat”, zegt Chaim - niet het levenslicht zal zien. Hij zoekt troost in een joodse religieuze tekst volgens welke vrede onmogelijk is zolang de Messias niet is verschenen. Als de politiek in Washington sterker blijkt te zijn dan zijn godsvertrouwen en de Palestijnse bestuursautonomie er toch komt, ziet hij de toekomst somber in. “Wij zitten hier niet op staatsgrond, maar op privé-gronden die voor hard geld door het opstandingsfonds van de Arabieren zijn gekocht. De Palestijnen zullen ongetwijfeld Rewava met Palestijnse bouw omsingelen. Ze zullen ons proberen te verstikken. Daar ben ik zeker van.”

Verder laat Chaim zich niet publiekelijk uit. De reserve-parachutist kan het niet over zijn lippen krijgen dat hij wel eens in zo'n gespannen veiligheidsklimaat zijn koffers zou moeten pakken. In ideologisch opzicht is hij onwrikbaar aan dit stukje van het land van Israel genageld.

Rabins uitspraak dat het afgelopen is met de droom van de nederzettingen (in de bezette gebieden) is nog niet echt tot hem en anderen in Rewava doorgedrongen. Hij kan en wil het niet geloven. Chaim vertrouwt nog op een wonder dat "Erets-Israel' uit handen van de Palestijnen zal redden. “De terugkeer van het joodse volk naar het land van Israel na tweeduizend jaar ballingschap, na de holocaust, is een wonder. Jood zijn is een wonder, waarom zou ik dan niet in nog een wonder geloven?”

Enkele kilometers naar het oosten, in de nu bijna 15.000 inwoners tellende stad Ariel, beoordeelt Jossi Levi de hervatting van het vredesoverleg in Washington op nuchtere wijze. “Ik ben hier acht jaar geleden om ideologische redenen gekomen”, zegt hij, terwijl ook hij stukjes vlees roostert. “Als de Palestijnse politie wordt geformeerd stap ik op. De veiligheid van mijn kinderen gaat boven alles. Met gewapende Palestijnse agenten op de wegen zie ik geen toekomst voor mij hier.” Volgens Jossi Levi denken betrekkelijk veel inwoners van Ariel er zo over.

Een variant op deze manier van denken komt uit de mond van Josef Udils, die in zijn tuin in Ariel vrienden uit alle delen van Israel ontvangt. “We zullen tegen Rabins politiek demonstreren, zo luid en krachtig als we kunnen. Maar als we opdracht krijgen in te pakken, gaan we. In onze kringen wordt niet aan gewelddadig verzet gedacht.”

In de gesprekken met Jossef en Jossi blijkt dat beiden bij de koop van hun woning in Ariel werden verplicht een document te tekenen dat de staat Israel ontslaat van de plicht hen bij ontruiming van Ariel schadeloos te stellen.

Onder de regering Rabin is aan de snelle expansie van de stad Ariel een einde gekomen. Tot juni vorig jaar opgezette bouwprojecten worden afgemaakt maar nieuwe huizen staan er niet meer in de steigers. In de nieuwbouw wonen zo'n 4.000 Russische immigranten.

Wat verloren loopt Lioned Echelis uit de vroegere Sovjet-Unie in een nieuwe buurt. Hj is niet bang dat er uit de Palestijnse bestuursautonomie een Palestijnse staat voortkomt. “Dit land is van ons”, onderstreept hij met een zwaar Russisch accent in zijn nog gebrekkig Ivriet. Hij volgt de kleine harde kern van Gush-Emuniem (de bond der getrouwen), de joodse kolonisten in bezet gebied die Rabin openlijk met een opstand bedreigen als diens regering voor de Palestijnse eisen door de knieën gaat.