Jeltsin dankt zege aan grote steden

MOSKOU, 27 APRIL. De overwinning van president Boris Jeltsin in het referendum van zondag over zijn persoon en zijn economische beleid is vooral te danken geweest aan de bevolking in de miljoenensteden; in veel middelgrote provinciesteden heeft Jeltsin verloren en in de meeste autonome republieken van de Federatie is hij zelfs weggevaagd.

Volgens de meest recente uitslag heeft Jeltsin zondag 64,6 procent van de kiezers naar de stembus gekregen en 58,05 procent van hen voor een vertrouwensvotum weten te winnen. Dat is ruim 37 procent van het totale aantal stemgerechtigden. Zijn beleid is door 52,88 procent van de opgekomen burgers goedgekeurd.

Het presidentiële kamp heeft de resultaten onmiddellijk genterpreteerd als een “overtuigende zege”. Het referendum wordt daar gezien als het bewijs dat Jeltsin sinds zijn verkiezing als president in juni 1991 amper kiezers heeft verloren. Toen won hij de presidentsverkiezingen met 57,3 procent van het aantal uitgebrachte stemmen, wat neerkwam op veertig procent van het totaal aantal ingeschreven kiezers.

Los van de vraag of die verkiezingen wel vergeleken kunnen worden met het plebisciet leveren de uitslagen van zondag een beeld op dat meer inzicht verschaft in Jeltsins huidige achterban en dat derhalve de ongelimiteerde overwinning die door de democraten is opgeëist, nuanceert.

Jeltsin is méér dan in 1991 de man van de grote stad: hij vertegenwoordigt de ambtenaren, zakenlieden en cultuurdragers in Moskou (75 procent vóór Jeltsin) en St. Petersburg (73 procent), van de werknemers in de industriecentra in de Oeral, zoals Jekaterinaburg (84 procent), Perm (77 procent) en Tsjeljabinsk (73 procent) en in mindere mate van de arbeiders in de grote steden in Siberië (Omsk, Novosibirsk) en het Verre Oosten (Vladivostok, Chabarovsk). Daar kreeg Jeltsin een hernieuwd mandaat, maar is ook zijn hervormingsbeleid goedgekeurd.

Pag 5: Jeltsin verloor in republieken

Sinds Leonid Brezjnev in de jaren zestig en zeventig een drastisch urbanisatiebeleid inzette geven die steden meer dan ooit in kwantitatieve zin de doorslag in Rusland. De campagne die het presidentiële kamp de laatste weken via radio en televisie heeft gevoerd heeft zich dan ook op deze regio toegespitst. En met succes, zo blijkt nu.

Maar even buiten deze stedelijke conglomeraten liggen de verhoudingen na zondag veel minder eenduidig. In het mijnwerkersgebied Koezbass, waar de leiders van de kompels de afgelopen maanden regelmatig hebben gedreigd met stakingen tegen het parlement en ten gunste van Jeltsin, heeft de president slechts een krappe meerderheid (53 procent) achter zich gekregen en is zijn economische beleid door een meerderheid afgekeurd. Kemerovo is niet het enige gebied in Rusland waar een onderscheid is gemaakt tussen Jeltsin als persoon en diens politiek.

In de minder zwaar gendustrialiseerde streken van het land is de situatie voor de president nog ongunstiger. Vooral in de semi-verstedelijkte gebieden in het hart van Rusland heeft Jeltsin menig nederlaag moeten incasseren. Zo is hij bijvoorbeeld in Smolensk (de geboortestad van ex-voorzitter Anatoli Loekjanov van het oude Sovjet-parlement), Voronezj, Orjol, Koersk, Lipetsk, Oeljanovsk (het Bethlehem van Lenin), Pskov en Orenburg nadrukkelijk door de kiezers afgewezen. Zelfs in Rjazan, waar de Jeltsin-gezinde burgemeester Valeri Rjoemin in het kader van de opkomstbevordering zondag de koelhuizen met zuivelproducten had leeggehaald om de staatsboter bij de stembussen tegen de halve prijs te verkopen, heeft hij het niet gered. De opkomst was massaal (79 procent), maar 49,8 procent van de kiezers bleek daarna toch "nee' tegen Jeltsin te stemmen.

De president zal met deze rijke schakering komende maanden rekening moeten houden, al was het maar omdat deze gebieden de bevolking voor een groot deel letterlijk moeten voeden. Maar voor de staatkundige eenheid van Rusland zijn deze signalen in centraal-Rusland relatief onbelangrijk.

Het stemgedrag van de kiezers in de zogenaamde "autonome republieken' binnen de federatie zijn daarentegen wel een omineus teken. In vrijwel geen enkele republiek heeft Jeltsin zondag namelijk een poot aan de grond gekregen. Aan de vooravond van het plebisciet had het presidentiële team nog trots onderstreept dat het referendum, afgezien van het rebelse Tsjetsjenië van generaal Doedajev, overal zou plaatsvinden. Als dàt geen uiting van eenheid was, dan wisten de medewerkers van Jeltsin het niet. De zwartkijkers, die zich eerder hoe dan ook tegen een referendum hadden gekeerd omdat zo'n verkiezing de centrifugale krachten alleen maar zou kunnen bevorderen, hadden ongelijk, zeiden ze.

De pessimisten blijken het echter wel degelijk bij het rechte eind te hebben gehad. In Tatarstan is bijvoorbeeld nauwelijks gestemd. Nog geen twintig procent van de bevolking is daar opgekomen. In de half-Russische hoofdstad Kazan deed slechts dertig procent mee. In het Russische deel van de Kaukasus zijn de kiezers wel komen opdagen. Maar daar hebben ze bijna overal vervolgens massaal tegen Jeltsin gestemd.

Alleen in Noord-Ossetië, dat door Moskou nadrukkelijk wordt gesteund in de dreigende burgeroorlog met de Ingoesjen, heeft de president een vertrouwensvotum gekregen. In het naburige Ingoesjetië daarentegen heeft hij niet meer dan twee procent achter zich weten te krijgen. In Dagestan (veertien procent), Karatsjajevo-Tsjerkessië (26%) en Kabardino-Balkarië (37%) is het referendum eigenlijk nauwelijks beter uitgepakt voor het centrale gezag.

Nu is de Kaukasaus het luidruchtigste deel van de Federatie. Maar ook in veel andere republieken (Gorni-Altaj, Mari-El, Basjkirië, Mordovië en Tsjoevasjië) is dit patroon gevolgd. Het zijn mooie stimulansen voor de lokale leiders om het onafhankelijkheidsstreven met vereende krachten voort te zetten en derhalve tegelijkertijd een stil tikkend tijdbommetje onder Jeltsins verlangen om Rusland als staat bijeen te houden.