IMF: wereldwijde recessie mogelijk

WASHINGTON, 27 APRIL. De wereldeconomie loopt volgens het Internationale Monetaire Fonds (IMF) nog altijd het risico terug te vallen in een recessie. Naast “bemoedigende” signalen van herstel in de Verenigde Staten zijn er de tegenvallende economische prestaties van Japan en vooral de Europese Gemeenschap.

Volgens de World Economic Outlook van het IMF, die gisteren voorafgaand aan de voorjaarsvergadering van IMF en Wereldbank werd gepresenteerd, is voor de EG als geheel dit jaar zelfs een groei van vrijwel nul te verwachten. Het IMF verwacht dat de Duitse economie dit jaar zelfs met 1,3 procent zal krimpen. De Duitse minister van financiën, Waigel, die in Londen is voor de jaarvergadering van de Oost-Europabank, bevestigde vanmorgen die voorspelling.

Het IMF voorziet voor de industrielanden, verenigd in de OECD, een economische groei van 1,7 procent, tegen 1,5 procent vorig jaar. In 1994 zou dan verder herstel optreden met een groei van 2,9 procent. Maar dat kan alleen indien de rijke landen tot een “gecoördineerde” groeistrategie kunnen komen.

Het IMF vindt dat de “recente positieve ontwikkelingen” hoop bieden met de renteverlagingen in Europa, de aanpak van het begrotingstekort in de Verenigde Staten en de miljardenstimulering in Japan. Hetzelfde geldt voor de betrekkelijk geringe inflatie. De genomen maatregelen gaan echter in de visie van het IMF lang niet ver genoeg, waardoor grote risico's aanwezig blijven. Het IMF vindt dat de Duitse overheid, gezien de teruglopende inflatie, ruimte heeft om de rente sneller te verlagen.

“De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn ongebruikelijk onzeker”, zo staat in het halfjaarlijkse rapport. Het doorgaans nogal optimistische IMF heeft, net als andere instellingen, zijn voorspellingen dan ook opnieuw naar beneden moeten bijstellen, voor de derde keer in zes maanden zelfs.

Pag 15: IMF bepleit verbetering van Europees monetair stelsel

In oktober dacht men in Washington nog dat de economie in de EG dit jaar met 2,25 procent zou groeien, in januari was dat al teruggebracht tot 1 procent. Voor Japan voorspelt het IMF nu een groei van 1,25 procent in 1993, de helft van wat men in januari nog dacht. Alleen voor de VS is de voorspelling met 0,1 procent opwaarts bijgesteld tot 3,2 procent groei. De verslechtering in de EG heeft volgens het IMF voor een belangrijk deel te maken met de recente monetaire onrust, het strakke monetaire beleid en het geringe vertrouwen van consument en zakenwereld. In Japan speelt het "leeglopen' van de door speculatie gevoede "luchtbel-economie' een voorname rol.

Dat de EG de grootste klap kreeg is vooral toe te schrijven aan de spectaculaire teruggang van de Duitse economie, die volgens het IMF dit jaar met 1,3 procent zal krimpen. In oktober was nog een groei van 2,6 procent voorspeld. In de World Economic Outlook staat onomwonden dat de Duitse rente snel omlaag moet, waardoor ook in andere EG-landen de rente verder kan zakken. “Dat is gerechtvaardigd in het licht van de recessie, de afnemende inflatie in de meeste landen en het vooruitzicht hierop in Duitsland.”

Het IMF komt in dit verband met een zeer opmerkelijke aanbeveling om het Europees Monetair Stelsel (EMS) te verbeteren, nog geen twee weken nadat de Europese Bankpresidenten hadden geconcludeerd dat het systeem ondank de valutacrisis van september geen verbetering behoeft.

Volgens het IMF moet binnen de EG veel minder naar nationale monetaire indicatoren worden gekeken, omdat de Europese goederen- en kapitaalmarkten zijn gentegreerd. Het IMF heeft hierbij de Bundesbank op het oog. Deze heeft zich bij haar rentebeleid vooral laten leiden door de toegenomen geldhoeveelheid in Duitsland. In het IMF-rapport wordt erop gewezen dat de monetaire toestroom naar Duitsland slechts het gevolg was van onrust op de Europese valutamarkt en dat in andere EMS-landen hierdoor juist geldkrapte ontstond. Het IMF pleit er daarom voor ook indicatoren voor het EMS-gebied als geheel te hanteren.

In de World Economic Outlook wordt de vrees uitgesproken dat de verdere renteverlaging in Duitsland “te laat komt of onvoldoende zal zijn”. Het vertrouwen in de economie bij consument en ondernemer zou dan laag blijven. De economische ommekeer halverwege dit jaar blijft dan uit en de voor 1994 voorspelde groei in de EG van 2,2 procent zal niet worden gerealiseerd. Die groei zal overigens niet genoeg zijn om de oplopende werkloosheid (tot boven de 11 procent) terug te dringen. In het IMF-rapport wordt opnieuw aanbevolen de Europese arbeidsmarkt flexibeler te maken.

Japan zou volgens het IMF opnieuw de rente moeten verlagen, indien de miljardeninjectie het vertrouwen van consument en ondernemer onvoldoende opkrikt. Onderzoeksdirecteur Michael Mussa onderstreepte dat hiervoor ruimte aanwezig is, omdat de overheidsfinanciën gezond zijn en de yen de laatste tijd is gestegen. De VS zijn met deze aanbeveling waarschijnlijk minder blij, want de Amerikanen willen een sterkere yen om hun export te vergroten. Mussa maakte in zijn toelichting duidelijk dat een “te grote en te snelle” waardestijging van de yen het herstel van de wereldeconomie zou vertragen. De Japanse exportindustrie zou verder in moeilijkheden komen, waardoor herstel van de Japanse economie wordt belemmerd. En dit laatste heeft weer nadelige gevolgen voor de export van andere landen naar Japan.

Het IMF prijst president Clinton voor het aanpakken van het hoge Amerikaanse begrotingstekort, maar tegelijkertijd wordt erop gewezen dat na 1994 nog een twee keer zo groot pakket nodig is. “Een daling van de lange rente kan dan de negatieve effecten van uitgavenvermindering en belastingverhoging compenseren.” Het Amerikaanse begrotingstekort vormt in de visie van het IMF al jaren een belemmering voor de groei, omdat het vertrouwen van de markten er door wordt aangetast.

Volgens de World Economic Outlook zien de Middeneuropese landen (Polen, Tsjechië en Hongarije) hun economieën dit jaar nog met 1,5 procent krimpen, maar valt in 1994 een groei van 2,6 procent te verwachten. De voormalige Sovjet-Unie moet dit jaar rekening houden met een krimp van 11,8 procent, terwijl de negatieve groei volgend jaar 3,5 procent zal bedragen.

De ontwikkelingslanden vertonen in 1993 en 1994 met circa 5 procent de grootste groei. Volgens het IMF zijn het vooral de landen die hun economieën openstellen en hervormen, die profiteren. De meeste Afrikaanse landen blijven ver achter.