Getrouwe afspiegeling van Nederlandse omroephistorie

En dan nu... de radio. Morgenmiddag, Radio 5, 13.10-14.00u. Herhaling: maandagnacht, Radio 1-2, 0.05-1.00u.

Als het in Nederland over de radio gaat - over verleden, heden en toekomst van dat aardige en o zo handzame medium - gaat het automatisch ook over het typisch Nederlandse, verzuilde omroepbestel. Het eerste deel van de documentaire reeks En dan nu... de radio, vanaf morgenmiddag te horen op Radio 5, is dan ook vooral een geschiedenis van het bestel en de veranderingen die altijd door externe factoren werden bewerkstelligd. Programma's of programmasoorten worden er nauwelijks in besproken. Niet voor niets komen er voornamelijk bestuurders en oud-bestuurders, soms met veel omhaal van woorden, aan het woord - en bijna geen programmamakers.

Wat dat betreft vormt de onder leiding van Theo Stokkink gemaakte serie een getrouwe afspiegeling van de Nederlandse omroephistorie. Toen de radio zich zo'n zeventig jaar geleden aandiende, werd die niet om journalistieke beweegredenen aangegrepen, maar om propagandistische. “Dit is voor ons een mogelijkheid om het evangelie te verkondigen,” citeert de huidige NCRV-voorzitter Ton Herstel de gemoedstoestand van zijn voorgangers in de jaren twintig. De vorming van het bestel liep gelijk op met de emancipatie der zuilen; de programma's richtten zich op de eigen achterban en die achterbannen luisterden nauwelijks naar de uitzendingen van de anderen. Enige decennia eerder was het met de kranten net zo gegaan: opgericht vanuit maatschappelijke en/of religieuze stromingen en niet - zoals in andere landen - omdat een ondernemer brood zag in het verspreiden van een journalistiek produkt. Men informeerde niet, men preekte.

Tot op de dag van vandaag is dat bestel in stand gebleven. “Als wij hier bij de EO christenen uit het buitenland op bezoek krijgen, die voor veel geld zendtijd moeten kopen om christelijke programma's te maken,” zegt EO-beleidsmedewerker Ad de Boer in de tweede aflevering, “zijn ze altijd verbijsterd over de mogelijkheden die wij hebben om christelijke radio- en tv-programma's te maken op kosten van de overheid, zonder dat die overheid een vinger in de pap heeft bij de inhoud van de programma's.” Maar al in diezelfde uitzending legt VARA-chef Jan Nagel het hoofd in de schoot: “Het is gewoon een zwak bestel... Wat nu door elkaar loopt, is omroepclustering en zenderkleuring en dat is een heilloze brei waar niemand wat van snapt en die ook tot niks kan leiden. Dat is compromissen aan alle kanten. Een ramp.”

Toch houden de meeste woordvoerders voor de microfoon van Stokkink vol dat er nog veel mooie kanten aan dat bestel zitten. Ze worden daarin bovendien bijgevallen door CDA's mediaspecialist Helmer Koetje, die denkt dat het “nog heel lang zal voortkunnen”. De PvdA, zijn coalitiegenoot, is heel wat onduidelijker. Er zal een moment komen waarop wordt gediscussieerd over “een soort Engels model”, zegt Bert Middel, “maar voorlopig, wat de PvdA betreft, zijn we nog niet zo ver.” De VVD- en D66-ideeën over een nationale omroep maken, zo te zien, nog steeds weinig kans.

En intussen gaat de afbrokkeling der identiteiten, in de door de concurrentie afgedwongen zenderkleuring, steeds verder. “De verzuiling is voorbij,” constateert VPRO's Jan Haasbroek in de slotaflevering. “De ideologische herkomst van de omroepen interesseert de mensen niets meer.” Maar hij is realist genoeg om er meteen aan toe te voegen: “Een nationale omroep zit er niet in. Dat houdt de politiek tegen.”