Forse eisen om gebruik groeimiddel

BREDA, 27 APRIL. Tegen twee veeartsen die worden verdacht van het gebruik van het verboden groeibevorderende middel Clenbuterol zijn gisteren voor de rechtbank in Breda forse gevangenisstraffen en geldboetes geëist.

De officier van justitie, J. Bijvoet, eiste tegen de 41-jarige P.P. uit Baarle-Nassau een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie voorwaardelijk, en een boete van veertigduizend gulden. Bovendien eiste hij teruggave van de driehonderdduizend gulden die de dierenarts volgens hem had verdiend met de handel in het verboden middel. De tweede verdachte, de 44-jarige F.D. uit Utrecht hoorde vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van vijftigduizend tegen zich eisen.

De clenbuterol - een zeer sterk hoestmiddel dat niet voor mensen wordt voorgeschreven - werd geleverd door de in opspraak geraakte diergeneesmiddelenproducent Dopharma in Raamsdonkveer. Op de in- en verkooprekeningen van P. werd vermeld dat het om een ander middel ging. Dat gebeurde, aldus P., omdat er “altijd zoveel te doen was over Clenbuterol”. Hij gaf toe dat hij het middel had verhandeld. De andere verdachte, die in loondienst was bij een bedrijf in Voorthuizen dat is betrokken bij de handel in kalveren, ontkent dat hij het middel heeft verhandeld. Volgens de officier van justitie zou uit een verklaring van een voormalige medewerker van Dopharma en uit afgeluisterde telefoongesprekken echter het tegendeel zijn gebleken. De leveringen aan de Utrechtse dierenarts zouden helemaal buiten de boeken zijn gehouden. “Ik reken dit de verdachten, gezien hun positie als dierenarts, extra zwaar aan. Het vertrouwen van de maatschappij in artsen en dierenartsen is groot. Dit soort zaken schaden het vertrouwen in ernstige mate”, aldus Bijvoet.

De raadsman van P., F. Gimbrere, betoogde dat zijn cliënt veel minder Clenbuterol had verhandeld dan de 2,5 kilo waar de officier van justitie vanuit gaat. “Hij heeft er niet meer aan verdiend dan 15.000 gulden. Mijn cliënt heeft zich geen moment gerealiseerd dat hij een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd door het vermelden van een andere naam op de rekeningen. Hij leverde alleen Clenbuterol als daar nadrukkelijk om werd gevraagd”. De advocaat pleitte voor een werkstraf in plaats van een gevangenisstraf.

Beide veeartsen zijn ervan overtuigd dat het gebruik van Clenbuterol niet schadelijk is voor mensen of dieren. Volgens de raadsman van D., K. Verbunt, is de officier er niet in geslaagd te bewijzen dat zijn cliënt heeft gehandeld in het verboden middel. De rechtbank doet in beide zaken op 10 mei uitspraak.